Bupropion niet effectief als aanvulling op andere interventies om te stoppen met roken

Onderzoek
S.R. Hilberink
T.R.J. Schermer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:1235
Download PDF

In de huidige richtlijnen voor stoppen met roken nemen interventies als stopadviezen, voorlichting, nicotinesubstitutie en gedragstherapie (counseling) een centrale plaats in. Sinds 1999 heeft bupropionhydrochloride, van oorsprong een antidepressivum, zich in Nederland een plaats verworven in het arsenaal dat zorgprofessionals inzetten om rokers te helpen stoppen. Bupropion zou het hunkeren naar een sigaret (‘craving’) en andere ontwenningsverschijnselen verminderen.

In de Verenigde Staten zochten Simon et al. in een experiment een antwoord op de vraag of toevoeging van bupropion aan andere gangbare interventies meerwaarde heeft.1 Zij vergeleken in twee groepen rokers het effect van bupropion als aanvulling op nicotinevervanging en counseling. Kandidaten die onvoldoende gemotiveerd waren om het roken op te geven mochten niet deelnemen. Gemotiveerde kandidaten wezen de onderzoekers aselect toe aan één van de twee onderzoeksarmen: 7 weken bupropion (300 mg/dag) in combinatie met nicotinepleisters en 3 maanden cognitieve gedragstherapie (n = 121) of 7 weken placebo met overigens identiek beleid ten aanzien van nicotinepleisters en gedragstherapie (n = 123). Het uiteindelijke succes van de twee benaderingen maten de onderzoekers af aan het percentage stoppers na het observatiejaar en het percentage met continue abstinentie gedurende dat jaar. De rookstatus die deelnemers zélf rapporteerden werd geverifieerd door speekselbepaling en navraag bij partners.

Van alle deelnemers ondernam 75 tenminste één stoppoging, maar op geen enkel meetmoment verschilde het percentage stoppers significant tussen de twee groepen. In de bupropiongroep liep het zelf gerapporteerde stoppercentage terug van 64 na zeven weken tot 32 na twaalf maanden, in de placebogroep van 57 tot 32. Biochemische verificatie van de abstinentie reduceerde de succespercentages na twaalf maanden tot respectievelijk 22 bij bupropion- en 28 bij placebobehandeling; onafgebroken abstinentie gedurende het onderzoeksjaar werd vertoond door 15 respectievelijk 19. Analyse van alleen de therapietrouwe deelnemers liet evenmin een additief effect van bupropion zien. De onderzoekers concluderen daarom dat bupropion de slagingskans van een stoppoging met nicotinepleisters en individuele counseling niet verhoogt.

Op de studie valt aan te merken dat deze merendeels laaggeschoolde, ongehuwde, oudere mannen bevatte, van wie tenminste eenderde een verleden met alcohol- of drugsverslaving had. Daarmee lijkt de bestudeerde groep behoorlijk af te wijken van de groep rokers die de Nederlandse (huis)arts ziet voor begeleiding van stoppen met roken. Overigens spreken de bevindingen van Simon et al. eerder onderzoek van Jorenby et al. uit 1999 tegen, waarin wél sprake was een toegevoegd effect van bupropion bovenop counseling en nicotinesubstitutie, in een groep die veel heterogener van samenstelling was.2

Literatuur
  1. Simon JA, Duncan C, Carmody TP, Hudes ES. Bupropion for smoking cessation: a randomized trial. Arch Intern Med 2004;164:1797-803.

  2. Jorenby DE, Leischow SJ, Nides MA, Rennard SI, Johnston JA, Hughes AR, et al. A controlled trial of sustained-release bupropion, a nicotine patch, or both for smoking cessation. N Engl J Med 1999;340:685-91.

Gerelateerde artikelen

Reacties