Bloedende oesofagusvarices en octreotide
Open

In het kort
02-12-1993
J.M.M. Boots en L.G.J.B. Engels

Sclerotherapie is momenteel de therapie van keuze in geval van een oesofagusvarixbloeding. Andere behandelingen zoals intraveneuze toediening van vasoactieve stoffen en ballontamponade zijn hierdoor wat op de achtergrond geraakt. Niettemin is van het intraveneus geven van somatostatine een gunstig effect op varicesbloedingen te verwachten. Somatostatine vermindert namelijk de bloedstroom door het splanchnische vaatbed en de V. azygos, zodat het debiet aan de varices in de slokdarm afneemt. Octreotide, een synthetisch somatostatine-analoog met een langere halfwaardetijd dan somatostatine (1-2 h), lijkt dus geschikt als medicamenteuze therapie van oesofagusvaricesbloedingen. In een prospectief onderzoek vergeleken Sung et al. de werkzaamheid van octreotide (OCT) met die van sclerotherapie bij patiënten met bloedende oesofagusvarices dan wel tekenen van een recente bloeding uit oesofagusvarices.1 Andere oorzaken van bloedingen werden uitgesloten. Tijdens de initiële endoscopie kregen 100 patiënten gerandomiseerd een behandeling toegewezen: 50 sclerotherapie en 50 een behandeling met OCT: 50 µg bolus gevolgd door continu 50 µgh gedurende 48 h. Hierna volgde electieve sclerotherapie in beide groepen totdat alle varices verdwenen waren. De beide onderzochte groepen waren statistisch niet significant verschillend voor wat betreft leeftijd, geslacht, oorzaak van de portale hypertensie. Child-Pugh-classificatie, ernst van de bloeding en de transfusiebehoefte vóór de behandeling. In beide groepen viel om diverse redenen 1 patiënt uit voor analyse.

Beheersing van de initiële bloeding lukte bij 90 van de patiënten uit de sclerotherapiegroep en bij 84 uit de OCT-groep (een statistisch niet significant verschil). Een recidiefbloeding deed zich bij 16 in de sclerotherapiegroep en bij 14 in de OCT-groep voor (een statistisch niet significant verschil). Toepassing van ballontamponade voor zeer heftige bloedingen was statistisch evenmin significant verschillend voor beide groepen (9 versus 10 patiënten). Complicaties deden zich vaker voor in de sclerotherapiegroep: koorts en retrosternale pijn (18 patiënten), pleuravocht (3 patiënten) en aspiratiepneumonie (1 patiënt). Misselijkheid was bij 5 patiënten de enige bijwerking in de OCT-groep. De sterfte was voor beide groepen statistisch niet significant verschillend, noch in de eerste 48 h (4 versus 3 patiënten) noch tijdens de opneming (13 versus 10 patiënten).

De auteurs concluderen dat intraveneuze toediening van OCT aan sclerotherapie gelijkwaardig is bij het stoppen van bloedingen uit oesofagusvarices. Deze medicamenteuze therapie kan als alternatief voor sclerotherapie gebruikt worden, indien endoscopische therapie niet mogelijk is. In een later stadium dient uiteraard sclerotherapie uitgevoerd te worden om de varices tot verdwijning te brengen.

Literatuur

  1. Sung JJY, Chung SCS, Lai CW, et al. Octreotide infusion oremergency sclerotherapy for variceal haemorrhage. Lancet 1993; 342:637-41.