Bloedarmoede door sportbeoefening; een onschuldige 'bijwerking' van een gezonde hobby

Klinische praktijk
I.M. Hoepelman
J.J.M. Marx
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:155-7

De laatste jaren ziet men een enorme toename van sportieve activiteit bij personen die voorheen vaak lichamelijk niet-actief waren. Jogging is in. In Groot-Brittannië liepen in 1983 ongeveer 150.000 mensen een marathon.1 Dit komt wellicht doordat radio, televisie en lekenpers melding maken van de gunstige invloed van lichamelijke activiteit op het beloop van hart- en vaatziekten.23 Wij zullen in de praktijk dus vaker met de gevolgen van lichamelijke activiteit te maken krijgen. Eén daarvan zullen wij bespreken, namelijk bloedarmoede bij intensieve sportbeoefening.

Subnormale hemoglobinewaarden worden regelmatig vastgesteld bij beoefenaars van ‘top'sport,4-8 voornamelijk bij sporten die gepaard gaan met langdurige inspanning zoals marathonlopen,56 9 maar ook bij andere typen van inspanning is bloedarmoede beschreven.58 Er bestaan drie hypothesen over de oorzaak van deze anemie: (1) fysiologische adaptatie aan de toegenomen zuurstofbehoefte in de weefsels; (2) beschadiging van de erytrocytenmembraan door de extreme belasting…

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, Postbus 16250, 3500 CG Utrecht.

Afd. Algemene Interne Geneeskunde: I.M. Hoepelman en dr. J.J.M. Marx, internisten.

Contact I.M. Hoepelman

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Amsterdam, januari 1986,

Met zeer veel belangstelling las ik dit artikel van Hoepelman en Marx (1986; 155-7). Het gaat om een zeer wetenswaardig verschijnsel in een tijd dat hardlopen over langere afstand ongemerkt is uitgegroeid tot volkssport nummer twee.1

Als men, zoals de auteurs, daling van de hematocriet als een vorm van adaptatie aan intensieve sportbeoefening wil zien, zou het dienstig kunnen zijn ook de hemoconcentratie – zoals die optreedt bij langdurige en zware inspanning – in de overwegingen te betrekken. Tijdens zware inspanning (groter dan 40% van de maximale zuurstofopname) treedt namelijk een vochtverschuiving op van de intravasculaire naar de intracellulaire ruimte,2 waarschijnlijk als gevolg van aanzuiging van osmolair actieve afbraakprodukten in de spier. Deze hypovolemische tendens is in de eerste tien minuten duidelijk aanwezig en recht evenredig aan de mate van inspanning, en neemt vervolgens geleidelijk toe zolang de inspanning wordt voortgezet. Een stijging van het hemoglobinegehalte is het directe gevolg, terwijl de hematocriet door gelijktijdige verschrompeling van de erytrocyten slechts weinig toeneemt. Vochtverlies door transpiratie, perspiratio insensibilis en verminderde terugresorptie uit de tractus digestivus spelen deze hemoconcentratie in de kaart. Enkel de metabole waterproduktie uit glycogeen en de tijdens inspanning genuttigde drank komen aan het vochtverlies tegemoet. Dat ondanks vochtretentie door training de aërobe capaciteit kan toenemen is genoegzaam bekend. Bovendien is aangetoond dat vochtonttrekking, voorafgaande aan langdurige inspanning, de prestaties ongunstig beïnvloedt.3

Al met al lijkt het voorstelbaar dat hemodilutie door expansie van het plasmavolume een adequate aanpassing is aan de immer wederkerende hemoconcentratie tijdens intensieve sportbeoefening.

J. van Willigen
Literatuur
  1. Rozendaal S. NRC Handelsblad 1985 Okt 24.

  2. Costill DL, Coté R, Fink WJ, Handel P van. Muscle water and electrolyte distribution during prolonged exercise. Int J Sports Med 1981; 2: 130-4.

  3. Armstrong LE, Costill DL, Fink WJ. Influence of diuretic-induced dehydration on competitive running performance. Med Sci Sports Exerc 1985; 17: 456-61.

Utrecht, januari 1986,

Wij danken de heer Van Willigen voor zijn nuttige aanvullingen op ons artikel. Inderdaad daalt tijdens inspanning het plasmavolume met ongeveer 9%, waarbij een bijzonder snel herstel optreedt na het beëindigen van de inspanning.1 Wanneer vochtonttrekking inderdaad de prestaties ongunstig beïnvloedt, zou de expansie van het plasmavolume lange tijd na inspanning een adequate aanpassing zijn aan deze hemoconcentraties.2 Zeer recent werd een verhoogde excretie van koper in het zweet van duursporters beschreven.3 Aangezien koper essentieel is voor de vorming van hemoglobine lijkt het interessant stoornissen in het kopermetabolisme bij de eventuele oorzaken van sportanemie op te nemen.

I.M. Hoepelman
J.J.M. Marx
Literatuur
  1. Costill DL, Coté R, Fink WJ, Handel P van. Muscle water and electrolyte distribution during prolonged exercise. Int J Sports Med 1981; 2: 130-4.

  2. Milledge JS, Bryson I, Catley DM. Sodium balance, fluid homeostasis and the renin-aldosteron system during the prolonged excercise of hill walking. Clin Sci 1982; 62: 595-604.

  3. Gutteridge JMC, Rowley DA, Halliwell B, et al. Copper and iron complexes catalytic for oxygen radical reactions in sweat from human athletes. Clin Chim Acta 1985; 145: 267-73.