Artikel
Anterieure schouderluxaties zijn de meest voorkomende luxaties met een incidentie van 8-24 per 100.000 personen per jaar.1 De prevalentie, uitgedrukt in cumulatieve incidentie, is 0,7% voor mannen en 0,3% voor vrouwen tot 70 jaar.2 De hoogste incidentie van anterieure schouderluxaties wordt beschreven bij mannen van 21-30 jaar en…




primaire schouderluxatie
In dit artikel concluderen de auteurs, dat jonge mannen baat hebben bij een schouderstabiliserende operatie na een eerste luxatie.
De recidief kans is bij jongeren inderdaad hoog. Hoewel een percentage van 90% is beschreven in de amerikaanse literatuur bij jonge atleten, is het echter in de nederlandse situatie reeeler uit te gaan van de getallen van Hovelius 1, hier te lande zijn bevestigd door te Slaa 2, nl een recidief percentage bij de groep onder de 20 jaar van 50-65 %. Boven de 20 jaar neemt dat percentage drastisch af.
De auteurs stellen , dat er onvoldoende gerandomiseerde studies zijn gedaan waarin de open en arthroscopische behandeling worden vergeleken. Er is echter uitgebreide literatuur, w.o 4 RCT’s ,waaruit naar voren komt, dat er geen verschil is tussen een open of arthroscopische behandeling3.
Uit een recente review van retrospectieve series open of arthroscopische behandeling met een lange f-up blijkt er geen verschil te zijn wat betreft o.a. recidief kans en het ontstaan van artrose4.
Bij de keus van de behandeling , een open of scopische benadering speelt zeker de ervaring van de chirurg een rol. De scopische behandeling is echter binnen de orthopedie de afgelopen 20 jaar dermate ingeburgerd, dat de patient zelden meer vraagt om een open behandeling.
Daarbij dient gerealiseerd te worden, dat bij een open behandeling door de spier van de subscapularis wordt geopereerd, met als mogelijk gevolg littekenvorming, en een lastiger recidief operatie, als dat nodig is.
Tenslotte: de open meniscectomie is obsoleet geworden ten gunste van de arthroscopsiche meniscectomie; hetzelfde geldt tegenwoordig voor een open herstel van weke delen letsel na een schouderluxatie.Daar kan nog aan toegevoegd worden , dat tijdens een arthroscopische ingreep eventuele andere ingrepen, zoals een remplissage kunnen worden verricht, hetgeen met een open techniek niet mogelijk is.
glenohumeral dislocation. J Bone Joint Surg Br. 2004;86(1):58-64
3.Godin J, Sekiya JK. Systematic review of arthroscopic versus open repair for
recurrent anterior shoulder dislocation. Sports Health 2011:3(4):396-404.
4 Harris JD, Gupta AK,Mall NA, Abrams GD, McCormick FM, Cole BJ,Bach BR,
RomeoAA,Verma NN,.Bach Jr., M.D., Anthony A. Romeo, M.D., and Nikhil N. Verma,
M.D. Long-term outcomes after Bankart shoulder stabilization. Arthroscopy: The
Journal of Arthroscopic and Related Surgery, Vol 29, No 5 (May), 2013: pp 920-933
D.F. van Deurzen, orthopedisch chirurg, OLVG, Amsterdam
Dr. W.J.Willems,orthopedisch chirurg, Lairesse Kliniek, Amsterdam