Behagen
Open

Redactioneel
09-05-2014
Peter W. de Leeuw

Een placebo ben ick ende alsoo gesint, dat ick de huyck alom hanch naeden wint’. Deze spreuk schilderde de oude meester Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1569) op een houten paneeltje dat ooit als eetbord dienst had gedaan. Hij wilde hiermee klaarblijkelijk duidelijk maken dat hij de placebo als een nogal opportunistisch typetje beschouwde. In de middeleeuwen was een placebo namelijk iemand, meestal een monnik, die tijdens een begrafenis meezong als het gebed voor de dode werd ingezet met psalm 116, vers 9: placebo Domino (ik zal de Heer behagen). Ook toen al was de geestelijkheid niet helemaal zuiver op de graat want de monniken schrokken er niet voor terug om de rouwenden in ruil voor deze troostende achtergrondmuziek veel geld afhandig te maken. Placebo en belangenverstrengeling lijken dan ook sterk met elkaar verbonden te zijn.

Geen wonder dus dat het woord placebo steeds meer een negatieve betekenis heeft gekregen in de zin van: nep, onecht, bedrieglijk. Onder de titel ‘Puike placebo’ bespreekt Joeri Tijdink in dit nummer van het tijdschrift een onderzoek naar het placebo-effect van pijnmedicatie bij migraine (A7622). Ook in onze tijd gaat er nog een troostend-heilzame werking uit van de placebo. Helaas wordt daar door sommigen ook nog steeds een onaanvaardbaar financieel gewin aan gekoppeld. Overigens blijkt dat het ‘ik-zal-behagen’-principe ook nog wel van toepassing kan worden verklaard op de manier waarop wij thans met sommige onderdelen van de gezondheidszorg omgaan zoals het recente subsidie-incident met de NZa en de verantwoordelijke minister laat zien.

Maar ook wijzelf mogen deze ons passende schoen wel aantrekken. In dit nummer namelijk ook aandacht voor het probleem van ongepubliceerde onderzoeksresultaten. Daniël Korevaar en Lotty Hooft laten in hun artikel zien dat selectieve publicatie van trialuitkomsten en het bewust niet melden van bijwerkingen van geneesmiddelen nog betrekkelijk vaak voorkomen (A7400). Daarbij wordt de beschuldigende vinger natuurlijk makkelijk uitgestoken naar de farmaceutische industrie, maar de onderzoekende artsen die graag bij de publicatie willen staan als auteur valt ook wel wat te verwijten. Het niet publiceren van onderzoeksresultaten die onwelgevallig zijn voor een industrie of voor de reputatie van een wetenschapper moet absoluut als wetenschappelijk wangedrag worden bestempeld. Men behaagt dan misschien wel de opdrachtgever of degenen die een carrière moeten beoordelen, maar zolang men er zelf beter van wordt, is het niet veel anders dan het placebo uit de middeleeuwen. Ik voeg daar overigens direct aan toe dat op dit terrein ook nogal wat redacties van wetenschappelijke tijdschriften niet geheel vrijuit gaan en dat zeg ik niet om de critici van dit stukje te behagen.