Multidisciplinaire richtlijnen hebben aandacht voor arbeid

Bedrijfsartsen moeten een actievere rol spelen

Opinie
Frank H.W. Jungbauer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A7061
Abstract
Download PDF

Samenvatting

De richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van het subacromiaal pijnsyndroom’ geeft een gedegen overzicht van de mogelijkheden die de dokter heeft als een patiënt met een pijnlijke schouder zich meldt. Ook deze richtlijn erkent het belang van belasting en functioneren in arbeid bij het ontstaan en onderhouden en behandelen van gezondheidsklachten. Deze richtlijn is net als vele andere multidisciplinaire richtlijnen een appel aan dokters om te vragen naar werk en een appel aan de bedrijfsartsen om actief aan de gang te gaan met het functioneel herstel van patiënten met subacromiaal pijnsyndroom.

Pijn in de schouder heeft vele namen en dokters hebben vele concepten bedacht die meer duidelijkheid moesten geven bij dit lastige probleem. De nieuwe multidisciplinaire richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van het subacromiaal pijnsyndroom’ is opgesteld door orthopeden fysiotherapeuten, huisartsen, bedrijfsartsen, revalidatieartsen en radiologen.1 Uit de richtlijn leren we op basis van een grondige literatuurstudie dat er voor de pijn geen duidelijk anatomisch substraat is te geven. Pijn komt voor zonder afwijkingen en afwijkingen komen voor zonder pijn. Dat hebben we bij houdings- en bewegingsapparaatklachten vaker gehoord. Voor de opstellers van de richtlijn over de pijnlijke schouder is het concept van ‘impingement’ (‘inklemming’) niet meer passend. Zij geven een conceptuele benaming, een omschrijving van de klacht: ‘subacromiale pijn’. Deze benaming zegt niet meer dan wat het is, namelijk pijn in de schouder.

De uitvoerige literatuurstudie dwingt de dokters tot bescheidenheid. Een etiologisch concept voor het subacromiaal pijnsyndroom blijkt niet goed te geven. Diagnostische beeldvormende technieken helpen niet of nauwelijks bij het stellen van de diagnose. Een zorgvuldige anamnese naar de ervaren klachten en de belasting bij werken is essentieel. Een dokter stelt de diagnose ‘subacromiaal pijnsyndroom’(‘SAPS’) door goed te luisteren en door de patiënt enkele oefeningen te laten doen. De prognose wordt voor een belangrijk deel bepaald door de duur van de klachten. Ervaringen uit het verleden geven geen garanties voor de toekomst, maar wel een redelijk idee over de prognose.

Richtlijnen en arbeidsparticipatie

De SAPS-richtlijn is exemplarisch voor een steeds langer wordende lijst van multidisciplinaire richtlijnen waarin arbeid een belangrijke rol speelt. Steeds weer wordt het belang van gezonde belasting bij arbeid genoemd. Voorbeelden zijn er genoeg, zo zijn er richtlijnen voor COPD, constitutioneel eczeem, depressie, diabetes, en chronisch vermoeidheidssyndroom. Op haar website noemt het kwaliteitsbureau van de bedrijfsartsen meer dan 50 multidisciplinaire richtlijnen (bron: http://nvab.artsennet.nl/Richtlijnen/Multidisciplinaire-richtlijnen.htm). In al deze richtlijnen wordt aandacht besteed aan arbeid. Arbeid speelt vaak een etiologische rol, maar is bijna altijd ook belangrijk in het herstel.

Participatie is hét modewoord in deze tijd, niet alleen in de politiek. Participatie wordt ook in de zorg voor patiënten steeds belangrijker. De SAPS-richtlijn leert dat het ook voor de orthopeed, de fysiotherapeut, de huisarts en de radioloog belangrijk is zicht te hebben op het werk van de patiënt. SAPS wordt veroorzaakt of in elk geval vaak beïnvloed door activiteiten in arbeid. De opstellers van de richtlijn noemen 4 typen van belasting in arbeid waar primaire of secundaire preventiemaatregelen gewenst zijn om SAPS te voorkomen of te behandelen: (a) repetitieve bewegingen van de schouder of van de hand-pols tijdens het werk; (b) werk dat veel of langdurig kracht vergt van de bovenarmen; (c) hand-armtrillingen met een hoog trillingsniveau en/of een langdurige blootstelling daaraan tijdens het werk; en (d) werken in een voor de schouder ergonomische slechte houding.

Niet alleen de fysieke belasting verdient aandacht om schouderklachten te voorkomen en te behandelen. De literatuur leert dat ook psychosociale factoren zijn geassocieerd met langdurige schouderklachten. Dit zijn factoren die voor een belangrijk deel aan werk gekoppeld kunnen zijn zoals hoge eisen, weinig regelmogelijkheden, weinig sociale ondersteuning, weinig werktevredenheid, en een hoge werkdruk.

De rol van bedrijfsartsen

De SAPS-richtlijn geeft concrete aanwijzingen over hoe wij de 60.000 patiënten die zich jaarlijks met pijn aan de schouder bij de dokter melden kunnen helpen, over hoe wij een belangrijk deel van deze klachten kunnen voorkomen en over hoe wij kunnen voorkomen dat 20.000 patiënten na een jaar nog steeds een pijnlijke schouder hebben. De dokters moeten aandacht hebben voor het werk van hun patiënten.

Maar waar is de bedrijfsarts? De bedrijfsarts wordt gezien als dé deskundige op het gebied van arbeid en gezondheid. Ook de richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van het subacromiaal pijnsyndroom’ betekent weer werk aan de winkel voor de bedrijfsarts. Dat is winst. Toch blijft de bedrijfsarts in de praktijk bij diagnostiek en behandeling buiten beeld, net als bij vele andere aandoeningen. Voor een goede gezondheid is aan het werk zijn en weer aan het werk gaan essentieel. De deskundigen weten het wel, afgaand op de multidisciplinaire richtlijnen. Ook de auteurs van de SAPS-richtlijn adviseren een actieve aanpak. Het biopsychosociaal model wordt aanbevolen: focus op snelle terugkeer naar werk heeft de meeste kans op een goede werkhervatting. Dat geldt ook andersom: goede werkhervatting geeft de beste kans op goed herstel. De bedrijfsarts, naast de huisarts in het centrum van de zorg: weg uit de periferie van de zorg, weg van primaire aandacht voor verzuim. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Al meer dan 15 jaar is er aandacht voor de arbocuratieve samenwerking. Helaas komt de samenwerking slechts sporadisch van de grond.

Specialisten en bedrijfsartsen staan in de praktijk ver van elkaar af. Het is lastig, maar de oproep is helder. Bedrijfsartsen moeten actief worden in de diagnostiek en behandeling van arbeidsrelevante aandoeningen, weggaan van de verzuimbegeleiding en actief worden in de arbeidsrevalidatie. Bedrijfsartsen moeten zich richten op het functioneel herstel van hun patiënten. Dit appel aan de bedrijfsartsen is direct een pleidooi om hen vanuit de zorg en niet meer door de werkgever te financieren. Zo’n stap helpt het vertrouwen in bedrijfsartsen en de samenwerking met de andere behandelaars te verbeteren.

Dokters moeten aandacht hebben voor gezonde arbeidsparticipatie om gezondheidsklachten te voorkomen en om patiënten met klachten weer aan het werk te helpen. Dokters moeten daarom vragen naar het werk van de patiënt en zo nodig de bedrijfsarts inschakelen. Bedrijfsartsen zijn immers gericht op functioneel herstel van patiënten en op preventie van ziekte. Bedrijfsartsen zijn welkom in de zorg voor patiënten; er is werk aan de winkel.

Literatuur
  1. Richtlijn diagnostiek en behandeling van het subacromiaal pijnsyndroom. Den Bosch: Nederlandse Orthopaedische Vereniging; 2012.

Auteursinformatie

UMCG, afd. Arbeid & Gezondheid, Groningen.

Contact Dr. F.H.W. Jungbauer, klinisch arbeidsgeneeskundige (f.h.w.jungbauer@umcg.nl)

Verantwoording

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 5 december 2013

Auteur Belangenverstrengeling
Frank H.W. Jungbauer ICMJE-formulier
Richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van het subacromiaal pijnsyndroom’

Gerelateerde artikelen

Reacties