Atypisch delier
Open

Gevaar voor onderdiagnostiek en -behandeling
Klinische les
21-05-2013
Sonja Rutten en Annemiek Schadé

Dames en Heren,

Regelmatig herkennen artsen een delier niet bij klinische patiënten. Een atypisch delier is zelfs nog lastiger te herkennen. Hierbij ontstaan de kenmerkende symptomen van een delier pas later in het beloop van het ziektebeeld, of worden ze overschaduwd door niet-typische verschijnselen zoals somberheid, suïcidaliteit of auditieve hallucinaties. Om onderbehandeling en een slechtere prognose te voorkomen is goede diagnostiek belangrijk.

Een delier wordt gekenmerkt door een acute of subacute verandering van bewustzijn, cognitieve functies en waarneming, en door een fluctuerend beloop.1 Hoewel 10-40% van de opgenomen patiënten op een chirurgische of interngeneeskundige afdeling van een algemeen ziekenhuis een delier ontwikkelt,2 wordt dit ziektebeeld vaak niet herkend door medisch specialisten, inclusief psychiaters.3,4 Als een delier niet adequaat wordt behandeld, is er een hoger risico op complicaties, een langere opnameduur, verlies van zelfredzaamheid, meer institutionalisering en een hogere mortaliteit, zowel tijdens de ...