Antibioticaresistentie in Nederland

Nieuws
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:327-8
Download PDF

De Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) heeft een advies uitgebracht over antibioticaresistentie. In het rapport inventariseert de raad de stand van zaken op dit gebied en analyseert hij de sterke en zwakke kanten van de Nederlandse aanpak van dit probleem. De RGO concludeert dat Nederland op dit terrein een unieke positie inneemt, die ons land in staat moet stellen internationaal een belangrijke rol te spelen.

De raad merkt op dat in Nederland de resistentie van micro-organismen duidelijk toeneemt, al blijft de problematiek relatief beperkt. Dat blijkt ook uit een onlangs door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in het Infectieziekten Bulletin (2001;12:15-8) gepubliceerde inventarisatie. Het aantal naar deze dienst gestuurde meticillineresistente Staphylococcus aureus(MRSA)-isolaten is de afgelopen jaren opgelopen van minder dan 250 in 1996 naar 390 in 1999. Daarbij speelt mogelijk ook de toenemende alertheid van microbiologen en ziekenhuishygiënisten een rol. Opvallend is verder dat steeds meer MRSA-ziekenhuisinfecties het gevolg lijken van in Nederland circulerende stammen (figuur 1). Volgens het RIVM kon in 1998 nog 40 van de MRSA-infecties teruggevoerd worden op het buitenland (vooral Groot-Brittannië en Frankrijk), terwijl dat in 1999 nog slechts 25 was (vooral Groot-Brittannië).

Een andere aanwijzing voor een toenemende antibioticaresistentie in Nederland is dat het aandeel MRSA-isolaten ten opzichte van het totale aantal S. aureus-isolaten enigszins toeneemt. Het is in 1999 gestegen naar 1,3, terwijl het in de periode 1989 tot 1998 steeds tussen 0,3 en 0,9 lag. Daar moet wel bij vermeld worden dat het hier, vergeleken met andere Europese landen, nog steeds om een zeer laag percentage gaat. Geruststellend is dat voorlopige gegevens over 2000 niet lijken te wijzen op een verdere stijging.

De RGO heeft, zoals gezegd, naast een inventarisatie van de stand van zaken op het gebied van antibioticaresistentie in Nederland, ook een analyse gemaakt van de sterke en zwakke punten van de aanpak en de preventie hier. Dat antibioticaresistentie in Nederland relatief weinig voorkomt, is onder andere te danken aan de richtlijnen voor goed gebruik en aan preventieve maatregelen, zoals de ziekenhuishygiëne. Ook het epidemiologisch onderzoek op dit gebied is van goede kwaliteit. Zwak is echter dat de surveillance te veel gefragmenteerd is over een heel scala aan organisaties. Verder is er onvoldoende internationale afstemming bij de laboratoriummethoden: het gebruik van gestandaardiseerde kwantitatieve gevoeligheidstests is te beperkt. Dat leidde ertoe dat de Nederlandse gegevens over antibioticaresistentie niet betrouwbaar genoeg geacht worden voor opname in de database van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Desondanks gelooft de RGO dat er voor Nederland op internationaal niveau veel kansen liggen als voortrekker op het gebied van de antibioticaresistentie. Een vertaling van de Nederlandse richtlijnen in het Engels zou daarvoor een goede start zijn. (Bijdrage J.B.Meijer van Putten.)

Gerelateerde artikelen

Reacties