In Amerikaanse arme zwarte buurten minder kans op reanimatie door omstanders

In Amerikaanse arme zwarte buurten minder kans op reanimatie door omstanders
Esther van Osselen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:C1543

artikel

De kans op een reanimatie door omstanders is afhankelijk van de rijkdom en raciale samenstelling van de buurt. Dat geldt in ieder geval in de Verenigde Staten, waar zowel een laag gemiddeld inkomen als een overwegend zwarte bevolking de kans op reanimatie met tientallen procenten verlagen. Overigens blijken, ook los van de buurt waarin de hartstilstand optreedt, zwarte slachtoffers minder vaak door omstanders te worden gereanimeerd (NEJM. 2012;367:1607-15).

Deze raciale en sociaaleconomische ongelijkheid komt naar voren uit de analyse van ruim 14.000 hartstilstanden die waren vastgelegd in de CARES-registratie. ‘CARES’ is een databank met gegevens van alle ambulanceritten voor reanimaties in 29 Amerikaanse steden met in totaal 22 miljoen inwoners. Van deze slachtoffers werden er ruim 4000 (28%) door omstanders gereanimeerd. Bijna 600 (4%) verlieten uiteindelijk zonder noemenswaardige handicaps het ziekenhuis, een kans die aanzienlijk groter was voor gereanimeerde slachtoffers (7%) dan voor niet gereanimeerde slachtoffers 3%).

Leeftijd en ras van het slachtoffer, de aanwezigheid van getuigen bij de hartstilstand en de plaats waar die plaatsvond (in een openbare ruimte of privéruimte) bleken significante voorspellers van een snelle reanimatie. Na correctie voor deze individuele factoren bleven ook rijkdom en samenstelling van de wijk significante voorspellers. Als de kans op reanimatie in een rijke (inkomen > 40.000 dollar) blanke wijk 1 is, dan is de oddsratio (OR) voor reanimatie in een arme zwarte wijk 0,49. Daartussen liggen bijvoorbeeld arme blanke wijken (OR: 0,65), rijke zwarte wijken (OR: 0,77) en gemengde arme (OR: 0,62) en rijke (OR: 1,03) wijken. De onderzoekers pleiten voor gerichte campagnes om in ook in achterstandswijken het aantal reanimaties door omstanders te verhogen.

(Bijdrage: Esther van Osselen.)

Gerelateerde artikelen

Reacties