Academische carrièreperspectieven van gepromoveerde dokters
Open

Een landelijk cohortonderzoek in de periode 1992-2018
Onderzoek
07-10-2020
Frank J. Wolters

Samenvatting

Doel

Het onderzoeken van trends in het aantal promoties onder medici in Nederland en hun daaropvolgende academische carrièreperspectieven.

Opzet

Retrospectief cohortonderzoek.

Methode

Gegevens van alle promoties aan medische faculteiten in de periode 1992-2018 werden gebruikt om trends in kaart te brengen. Voor het cohort van artsen die in 2008 waren gepromoveerd bepaalde ik hun academische carrièreperspectieven 10 jaar later, in de vorm van hun affiliatie en het aantal wetenschappelijke publicaties.

Resultaten

Het gemiddelde jaarlijkse aantal promovendi per medische faculteit nam toe van 64 in 1992 tot 198 in 2018, goeddeels onafhankelijk van de gelijktijdige verruiming van de numerus fixus. De grootste stijging kwam op het conto van vrouwelijke promovendi, die nu 60-65% van de promoties voor hun rekening nemen. Bijna de helft van alle promovendi was medicus. Van de 368 medici die in 2008 promoveerden, had 43% 10 jaar later een aanstelling in een umc, vergelijkbaar voor mannen en vrouwen (oddsratio (95%-BI) voor vrouwen: 1,40 (0,92-2,14)). In de tussenliggende 10 jaar publiceerden deze doctoren mediaan 7 wetenschappelijke publicaties (interkwartielafstand: 2-20), waarvan 1 (0-3) als 1e auteur en 0 (0-2) als laatste auteur. Mannelijke artsen die in 2008 waren gepromoveerd, publiceerden meer dan hun vrouwelijke collega’s (9 (3-27) vs. 6 (2-15) publicaties; p = 0,03), vooral onder academici (23 (11-47) vs. 12 (5-25) publicaties; p = 0,005).

Conclusie

Het aantal promoties aan medische faculteiten is sinds 1992 verdrievoudigd. Ruim 40% van de promovendi is 10 jaar later verbonden aan een umc, vergelijkbaar voor mannen en vrouwen, hoewel mannen vaker en meer bleven publiceren.