Dit nascholingsartikel is herzien. De herziene versie (D8950) is gecontroleerd op actualiteit en juistheid. Bij de herziene versie is een nieuwe nascholingstoets beschikbaar.
Angstklachten komen veel voor. Welke opties heb je als huisarts bij mensen met deze klachten? En wanneer verwijs je de patiënt naar de ggz? Dit artikel geeft antwoord op vragen uit de praktijk over de aanpak van angstklachten in de eerste lijn. De toets bij dit artikel kan een punt voor je BIG-registratie opleveren.
Toets voor nascholing (verlopen)
Aan dit artikel was een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kon verdienen.
Samenvatting
In dit artikel beantwoorden we tien vragen over angst die van belang zijn voor artsen die mensen met angstklachten in hun spreekkamer krijgen. Veelal zal dit in de huisartspraktijk zijn, waar mensen met angsten geregeld komen vanwege somatische klachten. Een gerichte anamnese, waarin ook wordt gevraagd naar het gebruik of onthouding van psychoactieve stoffen, kan de diagnostiek helpen. Psycho-educatie kan afdoende zijn; als dat niet helpt kan cognitieve gedragstherapie ingezet worden. Als de patiënt daar niet op reageert, vormen serotonerge antidepressiva een behandeloptie. Bij de helft van de mensen met angstklachten gaat de aandoening in remissie. De andere helft heeft een recidiverend of chronisch beloop, waarbij comorbiditeit met depressie kan ontstaan.
Reacties