Onverklaarde lichamelijke klachten succesvol behandeld: symptoomgerichte psychotherapie

Klinische praktijk
Abstract
Michel J. Reinders
Leestijd
8 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Van alle patiënten die de huisarts bezoeken met een lichamelijke klacht, wordt bij 30 tot 50% geen verklaring gevonden.1 De meest voorkomende onverklaarde klachten zijn moeheid, pijnklachten van hoofd, armen en borst, maag-darmklachten, klachten van keel, neus en oor, gewrichtsklachten en duizeligheid.2-4 Braken is een andere klacht…

Auteursinformatie

Kennemer Gasthuis, afd. Psychiatrie, Haarlem.

Contact Dr. M.J. Reinders, klinisch psycholoog; drs. C.P.M. Veth, anios psychiatrie. Contactpersoon: dr. M.J. Reinders (reinders@kg.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 27 augustus 2009

Reacties
H
Wollersheim

Het artikel van Michel Reinders beschrijft de casus van een vrouw met ernstig gewichtsverlies door onverklaard braken. Na hypnotherapie, cognitieve therapie en een geleidelijke opbouw van het eetpatroon met behulp van een diëtiste stopte het braken en herstelde het eetpatroon. Het onderwerp ‘somatisch onverklaarde lichamelijke klachten’ verdient aandacht, zowel vanwege de frequentie van voorkomen als het vóórkomen van de vaak heilloze somatiserende reactie van artsen. Echter de auteur concludeert uit deze casus dat ‘symptoomgerichte psychotherapie’ helpt voor onverklaarde klachten. Dit is een conclusie die als het gaat om ‘cognitieve gedragstherapie’ aannemelijk gemaakt is in goed opgezet onderzoek. Het gaat te ver om de conclusie dat dit type klachten verbetert door ‘pragmatische symptoomgerichte psychotherapie’ te baseren op de ervaringen met slechts één patiënt. Bovendien vonden naast de ‘pragmatische symptoomgerichte psychotherapie’ meerdere interventies plaats (beïnvloeding eetpatroon door diëtist, het advies ‘te rusten’, ‘leren zelfstandig te eten’, verwijdering van de PEG-sonde). Tevens zullen de 2 opnames gedurende in totaal 12 weken hebben geleid tot een veelvoud van al dan niet gestructureerde interventies. De follow-upperiode van de stijging in lichaamsgewicht was 11 weken. Veel te kort dus om te spreken van een blijvend effect. Begrijp ik goed dat als ik casuïstiek instuur met een multicomponent interventie met een (te) korte follow-up en hieruit concludeer dat ‘mijn’ interventie component het werkzame bestanddeel is, uw redactie dat gaat publiceren? Met klem pleit ik voor het gebruik van strikt wetenschappelijke criteria bij het beoordelen van aangeboden artikelen.

Dr. H. Wollersheim, internist np, Radboud University Nijmegen Medical Centre

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026