Arteriële trombose door heparine-geïnduceerde trombocytopenie

Klinische praktijk
Abstract
Liane C. Klinkert
Dennis G. van Leeuwen
Arjen J.B.W. Brouwers
Johan M. van der Klooster
Leestijd
10 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Heparinegeïnduceerde trombocytopenie (HIT) type II kan optreden bij patiënten die ongefractioneerde heparine of een laag-moleculairgewicht-heparine (LMWH) gebruiken; patiënten met de aandoening hebben een verhoogde stollingsneiging. Onderstaande casus illustreert het belang van een klinische waarschijnlijkheidstest voor het tijdig stellen van de juiste diagnose en het kunnen starten van adequate behandeling…

Auteursinformatie

Sint Franciscus Gasthuis, afd. Intensive Care Geneeskunde, Rotterdam.

Drs. L.C. Klinkert, aios anesthesiologie (thans: Erasmus MC); drs. D.G. van Leeuwen, aios longgeneeskunde; drs. A.J.B.W. Brouwers en drs. J.M. van der Klooster, internisten-acute geneeskunde-intensivisten.

Contactpersoon: drs. L.C. Klinkert (l.klinkert@erasmusmc.nl ).

Contact (l.klinkert@erasmusmc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 10 juli 2013

Auteur Belangenverstrengeling
Liane C. Klinkert ICMJE-formulier
Dennis G. van Leeuwen ICMJE-formulier
Arjen J.B.W. Brouwers ICMJE-formulier
Johan M. van der Klooster ICMJE-formulier
Reacties
Leendert
Porcelijn

 

Graag wil ik reageren op het artikel van L.C. Klinkert et al. over een casus betreffende heparine geinduceerde trombocytopenie. De auteurs noemen de Heparin Induced Platelet Activation (HIPA) test als gouden standaard, maar merken daarbij op dat deze functionele test, voor zover bekend, niet in Nederland wordt uitgevoerd in het kader van de diagnostiek van HIT type II. Daarbij wordt de hogere specificiteit van de HIPA test toegekend aan het feit dat daarmee uitsluitend relevante antistoffen van de IgG klasse tegen Heparine/PF4 complexen zouden worden aangetoond, terwijl de ELISA ook de niet relevante antistoffen van  IgM en IgA klasse aantoont.

Beide opmerkingen zijn niet juist. De HIPA test wordt, naast de Heparine/PF4 ELISA, sinds ongeveer twee jaar bij Sanquin Diagnostiek verricht als bevestigingstest voor HIT type II.

Bij patiënten die heparine gebruiken zonder dat er sprake is van HIT type II kunnen antistoffen van zowel IgA, IgM als IgG klasse voorkomen die het Heparine/PF4 complex herkennen (1). De grotere specificiteit van de HIPA test (evenals die van de Serotonin Release Assay (SRA)) wordt bepaald doordat deze test kan aantonen of de antistoffen-Heparine/PF4 complexen al dan niet in staat zijn trombocyten te activeren via FcγRIIa.

Tot slot, Klinkert et al. geven niet aan welke Heparine/PF4 ELISA is gebruikt, maar er zijn Heparine/PF4 ELISA beschikbaar die uitsluitend antistoffen van de IgG klasse detecteren.

 

Referentie

1 Bakchoul T, Greinacher A. Recent advances in the diagnosis and treatment of heparin-induced thrombocytopenia. Ther Adv Hematol. 2012 Aug;3(4):237-51.

 

 

Leendert Porcelijn, Transfusiearts

Hoofd Laboratorium Trombocyten/Leukocyten Serologie

Sanquin Diagnostiek

Plesmanlaan 125

1066CX Amsterdam

Liane
Klinkert

Geachte heer Porcelijn,

Bedankt voor uw reactie en  aanvulling op ons artikel.

Uw opmerking dat de HIPA test sinds ongeveer 2 jaar bij Sanquin Diagnostiek wordt verricht als bevestigingstest voor HIT type II is een relevante aanvulling voor de klinische praktijk. Onze casus heeft zich in 2009 afgespeeld en wij hebben naar aanleiding van de beschikbare literatuur destijds navraag gedaan bij Sanquin Diagnostiek. Op dat moment was deze HIPA test nog niet beschikbaar. Waarschijnlijk is de test snel daarna dus beschikbaar gekomen.

Daarnaast bedankt voor uw uitleg dat het verschil in specificiteit tussen de SRA en de HIPA-test versus de immunoassays, wordt bepaald doordat deze eerste tests kunnen aantonen of de antistoffen-Heparine/PF4 complexen al dan niet in staat zijn trombocyten te activeren via FcγRIIa.

Helaas dienden wij, gelet op de maximaal toegestane hoeveelheid woorden en commentaren van de referenten, ons vooral te focussen op de klinische aspecten van het ziektebeeld zonder al te diep in te kunnen gaan op de diagnostiek. In de literatuur wordt wel beschreven dat commerciële immunoassays naast de IgG antistoffen ook IgA- en IgM-antistoffen detecteren, die waarschijnlijk niet pathologisch zijn. Daarbij wordt beschreven dat deze tests hierdoor een lagere specificiteit hebben (zie referenties 5 en 7 van ons artikel). Dit leek ons relevant om te melden. Maar dit is zoals u beschrijft niet de enige reden, want ook IgG-antistoffen veroorzaken niet per definitie HIT type II. Zoals wij eerder beschreven hebben veel patiënten antistoffen tegen PF4-H-complex circuleren zonder dat deze patiënten daadwerkelijk HIT zullen ontwikkelen.

De auteurs.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026