Ontwikkelingen en resultaten van chirurgische behandeling van het pleomorf adenoom van de glandula parotis bij 245 patiënten, 1974-1994

Onderzoek
Abstract
H. Leverstein
J.E. van der Wal
R.M. Tiwari
I. van der Waal
G.B. Snow
Leestijd
13 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Speekselkliertumoren vormen 3 van de in het hoofd-halsgebied voorkomende tumoren.1 Het merendeel, 75-85, van deze tumoren ontstaat in de glandula parotis. Van de parotis-tumoren is 70-80 benigne; het pleomorf adenoom komt hierbij veruit het meest voor. Ongeveer 80 van het speekselklierweefsel ligt lateraal van de N. facialis; men…

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, De Boelelaan 1117, 1081 HV Amsterdam.

Afd. Keel-, Neus- en Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied: H.Leverstein, assistent-geneeskundige; dr.R.M.Tiwari en prof.dr. G.B.Snow, keel-, neus- en oorartsen.

Afd. Mondziekten en KaakchirurgieOrale Pathologie: mw.dr.J.E.van der Wal, tandarts; prof.dr.I.van der Waal, kaakchirurg.

Contact H.Leverstein

Reacties

Zaandam, oktober 1996,

De in het artikel van collega Leverstein et al. (1996;1812-6) geschetste techniek van het sparen van de posterieure tak van de N. auricularis magnus lijkt een goede aanvulling op de standaardtechniek. Wij vonden in een naonderzoek een hyperesthesie en (of) hypesthesie in het wondgebied bij 51% van 53 patiënten die een totale of oppervlakkige parotidectomie ondergingen (J.L.T.Oomen, schriftelijke mededeling, 1996). Het loont de moeite dit percentage naar omlaag te brengen.

Een ernstiger klacht vormt veelal het syndroom van Frey. In de literatuur worden percentages tussen de 6 en 96 vermeld. Vermoedelijk wordt een deel van deze grote verschillen veroorzaakt door de methode van onderzoek. Zo is bekend dat bij de jodium-zetmeelproef zeer hoge percentages patiënten met het syndroom van Frey worden gevonden zonder dat dezen daar last van hebben. In onze eigen onderzoeksgroep werd bij gericht navragen bij 36% van de patiënten het syndroom van Frey gevonden, waarvan 40% in de groep die een volledige oppervlakkige parotidectomie onderging. De klachten ontstonden 8 tot 51 maanden na de operatie.

Daar dit percentage 3 maal zo hoog is als het door de auteurs vermelde (13,1%) zijn wij benieuwd naar de wijze waarop zij de diagnose ‘syndroom van Frey’ stelden en naar mogelijke oorzaken van dit verschil.

J.L.T. Oomen

Amsterdam, november 1996,

Wij onderschrijven volledig de opmerking van collega Oomen dat de incidentie van het syndroom van Frey in hoge mate bepaald wordt door de methode van onderzoek. De jodium-zetmeelproef werd door ons niet als standaardmethode van onderzoek toegepast. Bij iedere patiënt werd ermee volstaan om bij de poliklinische controles specifiek te vragen naar veranderingen die zich mogelijk in het geopereerde gebied hadden voorgedaan.

De vraag naar de mogelijke oorzaken van het verschil in vóórkomen van het syndroom van Frey na volledige oppervlakkige parotidectomie in de groepen welke respectievelijk door collega Oomen en door ons behandeld werden, is niet zonder meer te beantwoorden.

G.B. Snow
H. Leverstein

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026