Zeur?

Opinie
Joost Zaat
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:B679

artikel

Patiënten zijn lastig, komen te vaak, willen onmogelijke dingen, slikken hun pillen niet of begrijpen mijn uitleg niet. Dokters klagen wat af. In de koffiekamers, wandelgangen, thuis tegen hun partner. In het echt en in de literatuur. Het jongste voorbeeld van zo’n literatuurdokter is Marc Schlosser uit Zomerhuis met zwembad van Herman Koch, een hilarisch exemplaar van een cynische dokter met een hekel aan patiënten. Maar ik ken er meer: dokter Glas van Hjalmar Söderberg, die de man van een patiënte om zeep brengt. En laat ik vooral Andrej Jefimytsj Ragin uit Zaal 6 van Tsjechov niet vergeten, die zijn psychiatrische patiënten aanvankelijk echt als vijand ziet.

Die dokters uit de literatuur zijn vermakelijk. Ik kan er wel om glimlachen en troost me met de gedachte dat ik het zo bont niet maak. Hoewel? Een enkele keer betrap ik me erop dat ik een patiënt moeilijk en een zeur vind. Moordneigingen krijg ik niet, maar ik erger me wel mateloos. Na bijna 30 jaar dokteren gebeurt me dat niet vaak meer, maar toch. Ik kan me de zuchten van jonge dokters wel voorstellen.

Pieter Tuinman en collega’s beschrijven in een klinische les mooi hoe de moed je als dokter in de schoenen kan zinken (A2821, bl. 257). Ze hebben gelijk: het ligt natuurlijk soms aan de patiënt met een persoonlijkheidsstoornis, verslaving of somatoforme stoornis. Maar het ligt, zoals ze ook schrijven, ook heel vaak aan ons eigen gedrag als het niet loopt zoals het moet: je bent te gehaast of vergeet de echte vraag te achterhalen.

Mij heeft een opmerking van een oude dame erg geholpen om niet meer over lastige patiënten te praten. Ze belt al die jaren minstens tweemaal per week en heel vaak vaker. Dat kun je natuurlijk als lastig zien en dat deed ik ook. Waarvoor ze komt, kan ik meestal niet achterhalen. Dat geeft ook niet, weet ik nu. Een paar jaar geleden zei ze na een consult luidkeels aan de balie tegen onze assistente: ‘Ik weet wel dat hij een toneelstukje speelt, maar ik doe gewoon mee.’ Sindsdien gaat het beter. Onze verwachtingen zijn op elkaar afgestemd. Het idee dat je soms in een theater speelt, helpt me als dokter vooruit. Dus als het niet loopt in een consult: reageer op je tegenspeler en kijk naar je eigen rol. Dat maakt je een betere dokter, voorkomt cynisme en verlaagt de kans dat je je zoals zoveel literatuurdokters aan een patiënt vergrijpt.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties