Willis en zijn cirkel

Perspectief
Jan van Gijn
Joost P. Gijselhart
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4653
Abstract
Download PDF

Thomas Willis wordt in 1621 geboren te Great Bedwyn in het Engelse graafschap Wiltshire; zijn vader is daar rentmeester.

Figuur 1

Op zijn 16e gaat hij studeren in Oxford, waarbij hij in zijn onderhoud voorziet als huisbediende.1,2 In 1642 breekt oorlog uit tussen koning Karel I en het door puriteinen gedomineerde parlement; de republikeinen trekken op naar het royalistische Oxford. Willis verlegt zijn studie, aanvankelijk theologie en filosofie, naar geneeskunde. Als zijn vader en stiefmoeder bij een tyfusepidemie bezwijken, krijgt hij tijdelijk de verantwoording voor 6 broers en zussen. Intussen wordt de belegerde stad steeds meer geteisterd door ziekte en gebrek; de universiteit functioneert vrijwel niet meer. In 1646 valt Oxford; de koning vlucht met zijn gevolg, Willis duikt een tijdje onder. Als hij met enig geluk de artsentitel verkrijgt, gaat hij op plattelandsmarkten praktijk houden.3 Daar komen mensen om urine van zieke familieleden te laten schouwen (‘pisse-prophet’).

Willis beseft het ontoereikende van zijn kennis, vindt inspiratie in de chemische experimenten van Joan Baptista van Helmont (1579-1644) en gaat deel uitmaken van een informeel genootschap voor experimentele filosofie: ‘the virtuosi’. Mede-onderzoekers van het eerste uur zijn William Petty (1623-1687) en Christopher Wren (1632-1723); later komen Robert Hooke (1635-1703), Richard Lower (1631-1691) en Robert Boyle (1627-1691) erbij. Ongehinderd door traditie verrichten zij natuurkundige en scheikundige experimenten en dierproeven. Willis’ reputatie groeit doordat hij met Petty de levensgeesten weet op te wekken van het dienstmeisje Anne Greene; zij werd als lijk naar de sectieruimte gebracht nadat zij gerechtelijk was opgehangen omdat zij haar pasgeboren baby zou hebben gedood. Anne krijgt gratie en wordt net als haar kist een bezienswaardigheid.

Willis’ praktijk groeit, hij trouwt in 1657 met Mary Fell en publiceert zijn eerste boek, een op de deeltjestheorie gebaseerde verhandeling over koortsen en fermentatie.

Intussen is het politieke tij gekeerd: in 1660 bestijgt de zoon van de vermoorde koning de troon als Karel II; hij verheft de informele groep onderzoekers tot de ‘Royal Society’. Willis krijgt een benoeming als hoogleraar natuurfilosofie (‘professor of natural philosophy’), maar in plaats van de vertrouwde leerstellingen van Aristoteles verkondigt hij nieuwe waarnemingen. Met hulp van Lower verricht hij hersenobducties bij mensen en dieren. Anders dan Andreas Vesalius (1514-1564) ontleedt hij het hersenweefsel niet van bovenaf, in de schedel, maar neemt hij het orgaan eerst uit en laat het dan uitharden in alcohol (‘spirit of wine’). In 1664 verschijnt zijn beroemde boek over hersenanatomie.4 Een belangrijk onderdeel vormen de etsen van Wren, waaronder die van de hersenbasis met de kring van arteriën, de later naar hem genoemde cirkel (figuur 2).

Figuur 2

De meeste eerdere waarnemingen van deze ‘cirkel’ zijn onvolledig, zoals de beschrijving van Gabriele Falloppio (1523-1562) en de illustraties van Guilio Casserio (1552-1616) en Johannes Wesling (1598-1649).1 Johann Jakob Wepfer (1620-1695) uit Schaffhausen geeft echter al in 1658 een volledig beeld, zij het uitsluitend in woorden.5 Willis doorziet de fysiologische betekenis van de verbindingen. Hij legt verband met een eerder bij obductie gevonden afsluiting van een A. carotis interna, waarbij geen verschijnselen tijdens het leven werden gezien. Het boek bevat verschillende andere nieuwe beschrijvingen, zoals die van de capsula interna en van 10 paar hersenzenuwen in plaats van de 7 die werden onderscheiden sinds Galenus (ca.131-201).

Als Londen na de grote brand van 1666 wordt herbouwd, verhuist Willis met enkele collega-onderzoekers naar de hoofdstad en krijgt hij landelijk aanzien als geneesheer. Aan nieuw onderzoek komt hij weinig meer toe en hij neemt zelden deel aan bijeenkomsten van de Royal Society. Wel publiceert hij nog een boek over de werking van de hersenen bij mens en dier, met een vrij mechanistische inslag (‘De anima brutorum’). Hij overlijdt in 1675 en wordt begraven in de Westminster Abbey.

Literatuur
  1. Zimmer C. Soul made flesh. The discovery of the brain - and how it changed the world. New York: Free Press; 2004.

  2. Hughes J. Trevor. Thomas Willis 1621-1675. His life and work. London: Royal Society of Medicine; 1991.

  3. Dewhurst K. Willis’s Oxford case book 1650-2. Oxford: Sandford publications; 1981.

  4. Willis T. Cerebri anatome, cui accessit nervorum descriptio et usus. Londini: Martin & Allestry; 1664.

  5. Wepfer JJ. Observationes anatomicae ex cadaveribus quos sustulit apoplexia. Schaffhusii: Johann Kaspar Suter; 1658.

Auteursinformatie

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Amsterdam.

Prof.dr. J. van Gijn, curator medisch-historische bibliotheek; drs. J.P. Gijselhart, cultuurfilosoof en bibliothecaris.

Contact prof.dr. J. van Gijn (jan@vangijn.com)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: J.P. Gijselhart heeft een deeltijdaanstelling bij de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
Aanvaard op 26 februari 2012

Gerelateerde artikelen

Reacties