Voeding en gezondheid - potentiële gezondheidsvoordelen en risico's van vegetarisme en beperkte vleesconsumptie in Nederland
Open

Richtlijnen
08-07-2003
P.C. Dagnelie

- Terwijl in 1998 ruim 1 van de Nederlandse bevolking (circa 150.000 personen) naar eigen zeggen vegetariër was, was er een veel grotere groep (6, overeenkomend met circa 1 miljoen personen) die ≤ 1 maal per week vlees at.

- Vegetarisme valt uiteen in lactovegetarisme (een voeding zonder vlees en vis) en veganisme (een voeding geheel zonder dierlijke producten, dus ook zonder melkproducten en eieren).

- Uit een recente meta-analyse blijkt dat vegetariërs ten opzichte van omnivore personen een lagere sterfte aan ischemische hartziekten hebben, maar een even hoge sterfte aan kanker en totale sterfte. De belangrijkste beschermende factor lijkt niet zozeer het vermijden van rood vlees (dat rijk is aan heemijzer en verzadigd vet), maar het gebruik van voeding die rijk is aan ongeraffineerde plantaardige producten (zoals granen, groenten, fruit, noten en peulvruchten) en vis.

- Een verstandige omnivore voeding met matige hoeveelheden dierlijke producten, het deels vervangen van rood vlees door wit vlees en vis, en het gebruik van rijkelijk ongeraffineerde plantaardige producten heeft derhalve een vergelijkbaar beschermend effect als een vegetarische voeding.

- Daarentegen leidt het weglaten van vlees en vis uit de voeding tot een verhoogd risico op voedingstekorten. Met name bij een veganistische voeding bestaat een groot risico op tekorten aan vitamine B12, vitamine B2 en verschillende mineralen, waaronder calcium, ijzer en zink.

- Echter, ook een lactovegetarische voeding geeft een verhoogd risico op tekort aan vitamine B12 en mogelijk sommige mineralen, zoals ijzer.

- Recente gegevens wijzen op een te lage vitamine-B12-inname bij 5-10 van alle Nederlanders.

- In de medische praktijk dient bij mensen die ≤ 1 maal per week vlees of vis eten rekening te worden gehouden met een verhoogd risico op vitamine-B12-tekort. In twijfelgevallen is onderzoek op zijn plaats met sensitieve en specifieke deficiëntiemarkers, zoals methylmalonzuur in plasma of urine.

- Alternatieven voor vlees zijn het regelmatig eten van vis (met name vette vis is een goede bron van vitamine-B12) of het gebruik van een vitamine-B12-supplement.