Van gen naar ziekte; amaurosis congenita van Leber
Open

Casuïstiek
21-10-2005
S. Yzer, L.I. van den Born, F.P.M. Cremers en A.I. den Hollander

de ziekte

Amaurosis congenita van Leber (LCA), niet te verwarren met de hereditaire opticusneuropathie van Leber, werd voor het eerst beschreven door Theodor Leber in 1869. Hij beschreef een aantal kinderen met congenitale blindheid en een normaal fundusbeeld, dat zich uiteindelijk ontwikkelde tot een pigmentretinopathie. Hij concludeerde dat het hier een intra-uteriene vorm van retinitis pigmentosa betrof en suggereerde de betrokkenheid van erfelijke factoren vanwege het hoge percentage consanguïniteit in de families van de patiënten.1

LCA wordt gekenmerkt door ernstige congenitale bilaterale retinadystrofie met een visus lager dan 20/400, nystagmus, geen fixatie op licht, trage pupilreacties en een variabel fundusbeeld. Essentieel voor het stellen van de diagnose is een afwijkend elektroretinogram in de eerste 6 maanden van het eerste levensjaar. Bij de geboorte is het fundusbeeld bij de meeste patiënten normaal. In de loop van het leven kan een normaal fundusbeeld zich ontwikkelen tot een pigmentretinopathie of klassieke retinitis ...