Uit de bibliotheek van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Rudolf Virchow: Die Cellularpathologie in ihrer Begründung auf physiologische und pathologische Gewebelehre; 1858

Perspectief
J.C. Molenaar
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2236-44
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Met de verschijning van het boek Die Cellularpathologie in ihrer Begründung auf physiologische und pathologische Gewebelehre in 1858 van Rudolf Virchow (1821-1902) vond de idee definitief ingang dat in elk levend organisme, van plant tot dier, elke cel zijn oorsprong heeft in een andere cel en dat de cel, als kleinste eenheid van leven, de plaats is waar naar de oorzaak van ziekte moet worden gezocht. Het boek werd de basis van de celpathologie en is het belangrijkste werk van Virchow, wiens overige verdiensten als arts en politicus voor zijn tijd zo groot zijn geweest dat hij in de Europese geneeskunde tot een unieke, reeds tijdens zijn leven bijna mythische figuur is geworden. Dat iedere cel voortkomt uit een andere cel en niet ontstaat uit amorf interstitium is eigenlijk de vinding van Robert Remak.

artikel

Waren voor Giovanni Battista Morgagni (1682-1771) de organen de plaats waar gezocht moest worden naar de oorzaak van ziekte,1 en voor Marie François Xavier Bichat (1771-1802) de weefsels,2 voor Rudolf Virchow (1821-1902), die in beiden zijn grote voorgangers erkende,3 was onmiskenbaar de cel, als kleinste eenheid van leven, de plaats waar ziekte zit. Morgagni en Bichat vonden het blote oog voor hun waarnemingen genoeg, maar volgens Virchow schoot dat tekort; voor hem werd het microscopisch onderzoek de techniek bij uitstek om ziekte aan te tonen.

het leven van rudolf virchow

‘Der kleine Doctor’ was de koosnaam die zijn patiënten gaven aan de kleine, magere man van even in de twintig met zijn blonde haar en donkere ogen. Hij werd geboren als Rudolph Ludwig Carl Virchow op 13 oktober 1821, als enige zoon van een kleine boer in het stadje Schivelbein in Pommeren, een afgelegen landstreek in oostelijk Duitsland, waarvan de naam is verdwenen van de landkaart door een pennenstreek van cartografen bij de ondertekening van de verdragen van Jalta en Potsdam in 1945.

Op 14-jarige leeftijd verliet Rudolf het ouderlijk huis om in Köslin (nu Koszalin) gymnasiaal onderwijs te volgen; daar legde hij vier jaar later het eindexamen af met een essay getiteld: ‘Ein Leben voll Arbeit und Mühe ist keine Last, sondern eine Wohlthat’ een leven vol werk en moeite is geen last, maar een weldaad (figuur 1).4 Met grote ijver studeerde hij vervolgens geneeskunde aan de universiteit van Berlijn en weer vier jaar later promoveerde hij bij de vermaarde fysioloog, anatoom, embryoloog en patholoog Johannes Müller op het proefschrift De rheumate praesertim corneae over reuma, in het bijzonder van de cornea (figuur 2).

Hierna slaagde hij erin om te worden aangenomen als assistent-geneeskundige in het prestigieuze Berlijnse academische ziekenhuis, ‘die Charité’. Uit zijn brieven naar huis uit die periode5 6 blijkt een nogal moeizame verhouding met zijn ver weg wonende ouders, vooral veroorzaakt door het gegroeide onbegrip tussen vader en zoon, maar ook blijkt zijn enorme drijfveer om het door hem gestelde doel in zijn leven te bereiken: ‘eine allseitige Kenntnis der Natur von der Gottheit bis zum Stein’ een allesomvattende kennis van de natuur, van de godheid tot de steen. (De boeken met de brieven zijn door Virchows dochter uitgegeven en zijn in het Duits5 en in Nederlandse vertaling6 in de bibliotheek van de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde aanwezig.) Virchow had een ijzeren gestel, had zijn hele leven aan slechts ongeveer vier uur slaap per etmaal genoeg en beschikte over een tomeloze, voor andere mensen vaak niet invoelbare, bijna sinistere energie. Ondanks de zware belasting van het arts-assistentschap zag hij kans om wetenschappelijk werk te blijven doen en te publiceren. Van de vroege morgen tot de late avond werkte hij op zaal in het ziekenhuis; op vrije avonden ging hij uit met zijn vrienden en 's nachts studeerde en schreef hij.

Virchow werkte samen met Robert Froriep, de prosector van het pathologisch-anatomisch laboratorium van de Charité. In 1846 werd hij diens opvolger en een jaar later werd hij, 26 jaar oud, privaatdocent aan de universiteit van Berlijn, het begin van zijn academische carrière (figuur 3).

Ook in 1847 begon hij met zijn vriend, leeftijdgenoot en collega Benno Reinhardt een tijdschrift: Archiv für pathologische Anatomie und Physiologie und für klinische Medizin, uitgegeven bij de bekende Berlijnse uitgever Georg Reimer. In 1852 overleed Reinhardt aan de gevolgen van tuberculose. Virchow ging door met hun blad; het zou onder zijn leiding uitgroeien tot een invloedrijk internationaal geneeskundig tijdschrift. Na zijn dood kreeg het de naam Virchows Archiv. Nog steeds wordt het onder die naam uitgegeven.

Tussen het begin van zijn universitaire carrière en het plotselinge einde ervan ligt het stormachtige bestaan van Virchow, dat beschreven is in twee diepgravende biografieën die in de bibliotheek van de Vereniging aanwezig zijn.7 8 In de wetenschap was Virchow pionier in de cellulaire pathologie, de biologie en de archeologie, en hij was sociaal-geneeskundige avant la lettre in de publieke gezondheidszorg en de preventieve geneeskunde. Op cultureel en politiek terrein was hij overtuigd liberaal-democraat, lid van het Pruisische parlement en politiek tegenstander van formaat van de autoritaire regering van Bismarck. De getergde Bismarck zou hem eens hebben uitgedaagd tot een duel met het pistool, een uitnodiging die de meer verbaal ingestelde Virchow beleefd afsloeg.

Zijn tachtigste verjaardag was aanleiding tot een feest waaraan de medische professie uit heel Europa bijdroeg (figuur 4). Ook vanuit Nederland werd hem uitbundig lof toegezwaaid.9 In zijn dankwoord, gepubliceerd in ‘zijn’ Archiv, neemt de tachtigjarige zich voor te blijven werken zolang zijn krachten dit toelaten. Hij heeft dan bijna 2000 wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan.10 Niet lang daarna, in 1902, breekt hij een been door een gehaaste, onvoorzichtige sprong uit een rijdende tram. De fractuur geneest, maar de hiervoor noodzakelijke bedrust wordt hem fataal: hij wordt bedlegerig en verzwakt. Acht maanden later overlijdt hij.

de persoon rudolf virchow

Wat voor man was deze extroverte, rusteloze vechtersbaas, die ‘in einem Zug’ zijn manuscripten schreef en die in staat was om zonder enige stemverheffing in het wetenschappelijk of politiek debat zijn tegenstanders te fileren? Hij gunde zich geen tijd voor sport of andere liefhebberijen; wel ging hij tijdens zijn spaarzame vakanties graag zwemmen en bergbeklimmen, maar overigens was hij zeer bescheiden in zijn persoonlijke wensen: hij kleedde zich eenvoudig, reisde met het openbaar vervoer in de laagste klasse en zocht voor zichzelf geen materiële rijkdom. Hij was een gezelligheidsmens, die na bijeenkomsten graag bleef hangen om met anderen bij een glas bier of wijn wat na te praten of te zingen. Hij was zeer gastvrij, nodigde mensen uit bij zich thuis en ging graag op bezoek.

Virchow had een gelukkig huwelijk en thuis kon hij een vrolijke gangmaker zijn voor zijn familie, die hem adoreerde. Kortom, hij was een hardwerkend, normaal en vaak ook gelukkig mens, maar wel een die de geneeskunde van een blijvend stempel heeft voorzien met de publicatie van zijn belangrijkste werk: Die Cellularpathologie in ihrer Begründung auf physiologische und pathologische Gewebelehre.

het boek: die cellularpathologie

In 1858 publiceerde Virchow het boek Die Cellularpathologie in ihrer Begründung auf physiologische und pathologische Gewebelehre (figuur 5),11 dat hij baseerde op de stenografisch opgenomen dictaten van een serie van twintig ‘Vorlesungen’ colleges. De colleges had hij gegeven in de maanden februari, maart en april van het jaar 1858 in het nieuwe pathologisch instituut van de universiteit van Berlijn. Het gehoor bestond uit praktiserende geneesheren van de stad Berlijn, ‘welche in den oft so mühseligen und erschöpfenden Wegen der Praxis ihre beste Kraft verbrauchen müssen’ die in de vaak zo moeizame en uitputtende praktijk van alledag hun beste krachten moeten verbruiken. Elk college werd gevolgd door een demonstratie van pathologisch-anatomische preparaten; hiervan zijn 144 houtsneeprenten in het boek te vinden. De opbrengsten van het boek deelde Virchow met zijn vader, die zijn studie had bekostigd.

Een exemplaar van de eerste druk van Die Cellularpathologie werd onlangs aangekocht door de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde voor haar bibliotheek en gerestaureerd naar de periode waarin het verscheen.

Evenals De sedibus van Morgagni1 werd deze publicatie een groot succes: binnen een jaar was een herdruk nodig, binnen twee jaar hierna nog één en in 1860 volgde een met grote zorg voorbereide Engelse vertaling (van dit boek is in de bibliotheek van de Vereniging een facsimile-exemplaar aanwezig).12 Virchow schreef ruim 50 lange brieven aan zijn vertaler, Frank Chance, en nam het gehele vertaalde manuscript persoonlijk door.

In het voorwoord bij de eerste druk schrijft Virchow dat hij met zijn colleges de praktiserende arts vertrouwd heeft willen maken met de nieuwste inzichten in de anatomie. Door diens dagelijkse verplichtingen dreigde de praktiserende arts onvoldoende op de hoogte te blijven van de grote vooruitgang in de medische wetenschap en de hieruit voortvloeiende nieuwste inzichten. Zelfs de taal waarvan de medische wetenschap zich bediende, was aan verandering onderhevig en liet zich gemakkelijk misverstaan. Oude termen kregen nieuwe betekenissen en nieuwe ontstonden in hoog tempo. Een voorbeeld is de term ‘leukemie’ die Virchow gebruikte om de afwijkingen te benoemen die bij deze ziekte in het bloed zijn te zien.

De geschiedenis van de geneeskunde leert ons, aldus Virchow in het eerste college, ‘wenn wir nur einen einigermassen grösseren Ueberblick nehmen, dass zu allen Zeiten die eigentlichten Fortschritte bezeichnet worden sind durch anatomische Neuerungen, und dass jede grössere Phase der Entwicklung zunächst eingeleitet worden ist durch eine Reihe von bedeutenden Entdeckungen über den Bau des Körpers’ wanneer we die maar vanuit een enigszins ruimer perspectief bezien, dat wezenlijke vorderingen altijd gekenmerkt worden door anatomische nieuwigheden, en dat elke belangrijker ontwikkelingsfase begint met een reeks van belangwekkende ontdekkingen over de bouw van het lichaam. Aan de hand van microscopisch-anatomische preparaten wilde hij laten zien dat zowel in het dieren- als in het plantenrijk alle vitale processen in wezen cellulaire processen zijn, zowel de fysiologische als de pathologische.

Taalgebruik

Wie het boek begint te lezen, is meteen geboeid. Dit is te danken aan de heldere stijl en de eenvoud van het woordgebruik. Hierdoor laat de inhoud aan duidelijkheid niets te wensen over. Blijkbaar was de wetenschap toen hiertoe in staat. Rond 1900 hadden tijdschriften als Nature en Science nog eenzelfde leesbaarheid als kranten zoals The Daily Telegraph en The New York Times.13 Virchow wist uit ervaring dat overdragen van wetenschappelijke kennis niet gemakkelijk is. ‘Es ist freilich bequemer, sich auf die Forschung und die Wiedergabe des Gefundenen zu beschränken und Anderen die “Verwerthung” zu überlassen, aber die Erfahrung lehrt, dass dies überaus gefährlich ist’ het is zeker gemakkelijker zich te beperken tot het onderzoek en het weergeven van wat werd ontdekt en aan anderen de toepassing over te laten, maar de ervaring leert dat dit uitermate gevaarlijk is, zo schrijft hij in zijn voorwoord. Hij nam de moeite om de resultaten van zijn biowetenschappelijk onderzoek in algemeen verstaanbare taal weer te geven. Hierin was Virchow een meester en daarom was hij geliefd als spreker en als publicist.

Afbeeldingen en beschrijving

Is in de boeken van Morgagni en Bichat geen enkele afbeelding te zien, in Die Cellularpathologie vallen de genoemde houtsneeprenten op (figuur 6 en 7). Deze waren gemaakt van pentekeningen van microscopisch-anatomische preparaten, die werden onderzocht met doorvallend daglicht. Door de ontwikkeling van achromatische lenzenstelsels rond 1830 hadden de microscopen in die tijd een grote verbetering doorgemaakt. Wát echter gezien werd en hoe dit moest worden geïnterpreteerd, kon een bron van heftig meningsverschil worden, waarbij de waarnemer, om het gelijk aan zijn kant te krijgen, niet zelden zijn autoriteit in de strijd wierp: geschillen die aan de microscoop moesten worden vereffend. Fotografie was pas mogelijk sinds 1839 en dus was in die tijd elke microscopische waarneming afhankelijk van de woordelijke beschrijving en de interpretatie door de waarnemer. Het zou nog jaren duren voordat een foto geschikt zou zijn als zichtbaar bewijs. De tekeningen zijn weliswaar scherp, maar maken nu op ons een petieterige indruk. Wat gezien wordt, is sterk afhankelijk van de begeleidende tekst. In onze tijd is het vaak net andersom en onderbouwt de afbeelding de strekking van de tekst.14

Omnis cellula a cellula

Het boek geeft een gedetailleerd overzicht van alle aspecten van de normale en abnormale histologische en cytologische kenmerken naar de nieuwste inzichten van die tijd. Virchow heeft nooit geschroomd om zijn eigen inzichten tegenover die van tijdgenoten te stellen, ook niet in zijn wetenschappelijk werk. Zo keert hij zich in dit boek tegen de opvattingen van Theodor Schwann, die in navolging van de botanicus Matthias Schleiden de intercellulaire tussenstof ziet als het materiaal waaruit zich nieuwe cellen vormen: het cytoblasteem. Virchow stelt hier met grote nadruk tegenover dat elke cel voortkomt uit een andere cel, teruggrijpend op een eerdere publicatie uit 1855 waarin hij zijn bekende aforisme introduceerde: omnis cellula a cellula. ‘Jedes Thier erscheint als eine Summe vitaler Einheiten, von denen jede den vollen Charakter des Lebens an sich trägt’ elk dier is gelijk aan een som van levenskrachtige eenheden, waarbij elk van die eenheden alle kenmerken van het leven in zich draagt.

In 1857 veranderde Leydig in zijn Lehrbuch der Histologie des Menschen und der Thiere de woorden ‘a cellula’ – ‘a’ betekent ‘door middel van’ en is dus nog voor tweeërlei uitleg vatbaar – door ‘e cellula’: ‘e’ betekent ‘afkomstig uit’ en is slechts voor één uitleg vatbaar.15 In deze formulering is het aforisme de wereld en de geschiedenis ingegaan.

Strijd met Robert Remak

Hoe kwam Virchow aan het idee dat elke cel uit een andere voortkomt? Evenals aan Morgagni waren aan Virchow wegbereiders voorafgegaan. Morgagni noemt hen in zijn De sedibus met diep respect, maar niet zonder kritiek. Virchow is, zeker ten opzichte van één van zijn wegbereiders, Robert Remak, in dit opzicht minder nauwgezet. In de jaren 1838 en 1839 hadden respectievelijk Matthias Schleiden en met name Theodor Schwann het concept van de celtheorie geïntroduceerd door te postuleren dat de cel de eenheid is waaruit alle levende organismen zijn opgebouwd, zowel planten als dieren. Een duidelijke controverse bestond er over het ontstaan van de cellen zelf. Zonder enige twijfel was Virchow op de hoogte van de publicaties hierover van Robert Remak (1815-1865),16 17 die al in een vroeg stadium, aan de hand van observaties in verschillende weefselsoorten, publiceerde dat cellen zich uitsluitend vermeerderen door deling.18

Remak verwierp de theorie dat nieuwe cellen uit intercellulair amorf materiaal ontstaan, zoals Schwann in navolging van Schleiden had beweerd. Virchow had vele jaren dezelfde mening als Schwann. In 1855 echter maakte hij in een hoofdartikel in zijn eigen Archiv gewag van de bevindingen van Remak – zonder diens naam te noemen of diens reeds jaren eerder verschenen publicaties te vermelden. In een scherpe brief aan Virchow, die het einde betekende van hun jarenlange goede verhouding, beklaagde Remak zich met opgave van redenen over Virchows ernstige verzuim. Remak meende dat Virchow zich hiermee belachelijk had gemaakt en eiste openbare genoegdoening in Virchows tijdschrift.

Omdat Virchow bekend en vertrouwd was met Remaks werk moet hij andere dan wetenschappelijke redenen gehad hebben om Remak niet te citeren.17 Pas in 1857 ging hij schoorvoetend en met tegenzin in op de eis van Remak, waarbij hij echter de betekenis van diens werk en wetenschappelijke verdiensten sterk relativeerde.19 Toen was namelijk de strijd om de bezetting van een nieuwe leerstoel Pathologische Anatomie, Algemene Pathologie en Therapie, waarin Virchow was verwikkeld, in zijn voordeel beslecht. Virchow zag Remak als een serieuze concurrent voor de leerstoel en had via zijn schoonvader, de gynaecoloog Carl Wilhelm Mayer, in de kringen van de Berlijnse universiteit gelobbyd en zich hierbij niet ontzien de orthodox-joodse levensbeschouwing van Remak in de discussie te betrekken. Om deze handelwijze te kunnen beoordelen moet men enig besef hebben van het in Virchows tijd opkomende romantische nationalisme, dat sluipend de positie van het Duitse jodendom zou doen verslechteren en dat uiteindelijk de joden buiten de Duitse gemeenschap zou plaatsen.20

tenslotte

Hoe diep de tragiek van deze en andere episoden uit het leven van Remak voor hem ook moge zijn geweest en hoe groot zijn verdiensten voor de biomedische wetenschap van die tijd ook zijn, het valt moeilijk te ontkennen dat de snelle verbreiding van de hieruit voortvloeiende ideeën niet aan hem te danken was, maar vooral aan de communicatieve vaardigheden van Virchow.15 Zijn naam is voor velen blijvend verbonden aan de totstandkoming van het paradigma dat cellen de zetel zijn van ziekten en aan het ontstaan van de celpathologie.21

Heeft het zin om in onze tijd een boek zoals Die Cellularpathologie nog aan te schaffen? Wie kijkt daar nu nog in? Voor Virchow zouden dat geen vragen zijn geweest. Meer dan enige andere wetenschap had de geneeskunde volgens hem behoefte aan kennis van haar geschiedenis. In een brief aan dr.A.H.Israëls, een van de eerste redacteuren van dit tijdschrift, schreef hij onder meer: ‘Meine Auffassung über die Bedeutung der Geschichte der Medicin und der verwandten Fächer ist eine sehr bestimmte. Ich halte einen jeden Unterricht ohne historische Grundlage für eine Barbarei. Nur das historische Wissen enthält die Bürgschaften des Fortschrittes, denn die Geschichte ist die Kritik – oder, wie unser Dichter sagte, das “Weltgericht’' ’22 Mijn opvatting over de betekenis van de geschiedenis der geneeskunde en der verwante vakken is een zeer duidelijke. Ik houd ieder onderwijs zonder historische basis voor onverlicht. Slechts historische kennis bevat de waarborgen voor vooruitgang, want de geschiedenis is de kritiek – of, zoals onze dichter Friedrich Schiller zei, het ‘laatste oordeel’. Vrij vertaald: degenen die weten in welke ideeënwereld de dokter van vandaag denkt en werkt en die beseffen hoe die wereld is ontstaan en gegroeid, zijn beter in staat de huidige ontwikkelingen in de geneeskunde op hun waarde te schatten en daaraan richting te geven. En wie hierover met Virchow zou willen redetwisten, moest dus van goeden huize komen.

Aan dit artikel werd bijgedragen door drs.J.Gijselhart, cultuurfilosoof-bibliothecaris, en mw.dr.C.J.E.Kaandorp, arts.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Molenaar JC. Uit de bibliotheek van het NederlandsTijdschrift voor Geneeskunde. Giovanni Battista Morgagni: De sedibus, etcausis morborum per anatomen indagatis, 1761.Ned Tijdschr Geneeskd2001;145:2487-92.

  2. Bichat MFX. L'Anatomie générale,appliquée à la physiologie et à la médecine.Parijs: Presse Universitaire de France; 1801.

  3. Virchow R. Morgagni and the anatomical concept. (Anaddress presented on March 30, 1894 to the XI International Medical Congressat Rome, Italy.) Translated from the original German by R.E. Schlueter andJ.Auer. Bull Hist Med VII (1939) A; LXXXIX (1882): 181.

  4. Virchow R. Der kleine Virchow. Berlijn: Büxenstein;z.j.

  5. Rabl geb. Virchow M, editor. Rudolf Virchow, Briefe anseine Eltern, 1839-1864. Leipzig: Engelmann; 1906.

  6. Rabl geb. Virchow M, redacteur. Een leven in brieven.Rudolf Virchow aan zijn ouders, 1839-1864. Amsterdam: Strengholt;1944.

  7. Ackerknecht EH. Rudolf Virchow, doctor statesmananthropologist. Madison: University of Wisconsin; 1953.

  8. Goschler C. Rudolf Virchow,Mediziner-Anthropologe-Politiker. Keulen: Böhlau; 2002.

  9. Virchow-hulde. Ned Tijdschr Geneesk1901;45:817-9.

  10. Schwalbe J, editor. Virchow – Bibliographie1843-1901. Berlijn: Reimer; 1901.

  11. Virchow R. Die Cellularpathologie in ihrerBegründung auf physiologische und pathologische Gewebelehre. Berlijn:Hirschwald; 1858.

  12. Virchow R. Cellular pathology as based upon physiologicaland pathological histology. Translated from the second edition of theoriginal by F.Chance. Londen: Churchill; 1860.

  13. Knight J. Scientific literacy: clear as mud. Nature2003;423:376-8.

  14. Frankel F. Envisioning science: the design and craft ofthe science image. Cambridge, Mass.: MIT Press; 2002.

  15. Harris H. The birth of the cell. New Haven: YaleUniversity Press; 1999.

  16. Kisch B. Forgotten leaders in modern medicine. Valentin,Gruby, Remak, Auerbach. Trans Am Phil Soc 1954;44:227-96.

  17. Schmiedebach HP. Robert Remak (1815-1865). EinjüdischerArzt im Spannungsfeld von Wissenschaft und Politik. Stuttgart:Fischer; 1995.

  18. Remak R. Ueber extracelluläre Entstehung thierischerZellen und über die Vermehrung derselben durch Theilung. Berlijn: Archivfür Anatomie, Physiologie und wissenschaftliche Medicin; 1852. p.47-57.

  19. Virchow R. Ueber die Theilung der Zellenkerne. Archivfür pathologische Anatomie und Physiologie und für klinischeMedizin 1857;11:89-92.

  20. Elon A. The pity of it all: portrait of Jews in Germany1743-1933. New York: Metropolitan Books/Holt; 2002.

  21. Bosman FT. Cel en ziekte. I. Ontstaan en ontwikkeling vande celpathologie. Ned TijdschrGeneeskd 1993;137:1808-11.

  22. Lindeboom GA. Virchow en de geschiedenis der geneeskunde.Ned Tijdschr Geneeskd1959;103:567-70.

Auteursinformatie

Contact Dr.J.C.Molenaar, emeritus hoogleraar Kinderchirurgie, curator van de bibliotheek van de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Postbus 75.971, 1070 AZ Amsterdam (molenaar@ntvg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties