Tussen lezen en schrijven

Opinie
A.J. Dunning
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:1-1
Download PDF

Dit tijdschrift heeft, in de meer dan 130 jaar van zijn bestaan, getracht de verslagen van klinisch wetenschappelijk onderzoek in Nederland te publiceren. De laatste tientallen jaren gebeurt dat na zorgvuldige toetsing ervan door deskundige adviseurs en redactie. Daarnaast biedt het voorlichting, bijscholing of samenvatting, en vooral een plaats voor discussie omdat samenleving en geneeskunde elkaar, nu meer dan ooit, wederzijds beïnvloeden.

Aan deze verslagen worden steeds strengere eisen gesteld: aan de vormgeving, de inhoudelijke verantwoording, de navolging van regels en ook aan de leesbaarheid. Zowel aan lezers als aan schrijvers worden hogere eisen gesteld om wederzijds communicatie zinnig en belangwekkend te houden.

Vele auteurs leven onder een publikatiedruk omdat onderzoek op schrift verantwoord moet worden en het publikatie-aanbod evenredig is aan het aantal onderzoekers. Zodoende wordt door velen gedongen naar een beperkte ruimte, waarbij formele en inhoudelijke toetsing strenger zijn geworden en redacties uiterste beknoptheid vergen. Waar publikaties voor een academische loopbaan niet alleen geteld, maar dikwijls ook gewogen worden, is enerzijds de wenselijkheid om belangwekkende uitkomsten in een invloedrijk tijdschrift te publiceren groter geworden. Anderzijds geldt voor dit tijdschrift zeker, dat auteurs niet alleen of in hoofdzaak bijdragen om die reden, maar dat zij hun werk van belang achten voor de Nederlandse geneeskunde en gezondheidszorg, en dat de lezers ook commentaar, voorlichting en overzicht van nieuwe ontwikkelingen verwachten, in eigen land en daarbuiten.

Velen kiezen bij publikatie van onderzoek voor Engelstalige internationale tijdschriften en niet alleen om redenen van prestige. Het aantal sterk gespecialiseerde vakgebieden groeit en daarmee het aantal tijdschriften bedoeld voor de kleine kring van direct betrokkenen. Dergelijke tijdschriften, in een oplage van enkele duizenden exemplaren, bestaan er vele en zijn een noodzakelijke verbindingsschakel in geavanceerd en gespecialiseerd onderzoek. De grootste invloed, hoe ook gemeten, bijvoorbeeld door citatie-analyse,1 wordt echter toegekend aan algemene Engelstalige medische weekbladen waaronder The Lancet, The New England Journal of Medicine en de British Medical Journal, die koplopers zijn en blijven. Ze worden wereldwijd gelezen en geciteerd, bieden ruim plaats aan discussie en dragen door het belang van de bijdragen en de variatie van onderwerpen in hoge mate bij aan de meningsvorming in internationaal wetenschappelijk onderzoek. De betekenis voor de praktijkuitoefening op nationaal niveau lijkt echter beperkt.

Dit tijdschrift heeft met deze tijdschriften het een en ander gemeen, maar staat anderszins terzijde. Naar ouderdom, traditie en redactievoering heeft het veel met deze tijdschriften gemeenschappelijk, wat ook bevestigd wordt door hartelijke contacten en uitwisseling tussen de redacties, maar het publiceert in de Nederlandse taal over de Nederlandse klinische geneeskunde, een zelfgekozen beperking waarin wij vrijwel alle artsen van Nederland en circa 5000 medische studenten van dienst willen zijn.

Een enkele keer wordt ons meegedeeld dat het publiceren in dit tijdschrift voor de academische carrière de moeite niet loont en potentiële auteurs liever een belangrijk buitenlands blad als publikatiemedium kiezen. Toen de hoofdredactie enige tijd geleden de wetenschapscommissies van de 8 medische faculteiten vroeg of en hoe zij een publikatie in dit tijdschrift waardeerden, bleek dat in de gangbare waarderingen, zoals puntentelling, het Tijdschrift nauwelijks aandacht kreeg, vooral omdat het niet in Current Contents was opgenomen of oorspronkelijke artikelen niet in internationale gegevensbanken werden opgeslagen. Het eerste argument is juist, het tweede niet. Current Contents publiceert niet de inhoud van nationale medische tijdschriften, tenzij ze een Engelstalig titelblad voeren en bovendien aan een aantal bijkomende voorwaarden voldoen, waaraan het Tijdschrift niet kan en wil tegemoet komen. Bovendien blijkt dat de in Current Contents opgenomen niet-Engelstalige tijdschriften in de citatie-index zelden hoog genoteerd worden. Dat heeft minder met de specifieke betekenis van de publikatie te maken dan met de omstandigheid dat Engels of een daaraan zwak verwante ‘Medspeak’ het Esperanto van de geneeskunde is geworden.

Oorspronkelijke stukken en ook andere bijdragen in dit tijdschrift, mits voorzien van een Engelse samenvatting, worden wel degelijk opgenomen in de gegevensbanken van de National Library of Medicine (Medline) of Excerpta Medica (Embase), zodat ook Nederlandse auteurs niet noodlotsgewijs eendagsvliegen zijn en voor eeuwig verloren gaan. Daartegen biedt ook de Science Citation Index geen absolute garantie, want misclassificatie van uitheemse, dat zijn in de Verenigde Staten onbekende, auteursnamen leidt dikwijls tot het administratieve einde van de auteur.

Lord Kelvin, van de lage temperatuur, schreef ooit dat wanneer men iets niet kon meten – het niet in getallen kon uitdrukken – men nauwelijks in gedachten gevorderd was tot de fase van wetenschap, ongeacht de zaak. Hoewel weten meten is, blijkt alle meten nog niet tot weten te leiden. Ongetwijfeld is het nuttig en noodzakelijk de wetenschappelijke produkten van enkeling, groep of land zo goed mogelijk in maat en getal vast te leggen, maar de instrumenten daartoe zijn volop in ontwikkeling, zijn nog gebrekkig en worden soms zeer eenzijdig gehanteerd. In de vrieskoude van onze academische winters kan de thermometer niet uitsluitend worden afgelezen aan de aantallen stukken en punten, de aaibaarheidsfactor van het door anderen aangehaald worden of het rugnummer in de academische pikorde.

De noeste ijver waarmee ook in dit land meer wordt geteld dan gewogen doet dan ook overdreven aan, waar het over het algemeen volstrekt duidelijk is op welke plek goed wetenschappelijk werk wordt verricht en waar niet. Beoordelaars als de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen hebben, naast citatie-analyse, dan ook van verschillende andere gegevens gebruik gemaakt voor hun beoordeling van medisch wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

Daaruit blijkt ook dat instellingen en onderzoekers die als goed tot uitstekend worden beoordeeld, vrijwel allen regelmatig bijdragen aan dit tijdschrift, als redactielid, referent of auteur. Kennelijk acht men zich verplicht het Nederlandse onderzoek, gedaan in Nederlandse instellingen, veelal gesteund door belastinggelden en andere bijdragen uit dit land, bevattelijk te verslaan voor de Nederlandse arts. In dat opzicht heeft het tijdschrift dan ook in onze medische samenleving, ondanks alle andere informatiebronnen, zijn centrale plaats behouden; het wil die plaats ook in de toekomst blijven innemen.

De redactie stelt het dan ook op prijs dat sommigen die in buitenlandse tijdschriften belangrijk Nederlands onderzoek publiceren, ook voor de Nederlandse lezerskring een aangepaste versie daarvan publiceren, in de vorm van een dubbel- of parallelpublikatie. Daartegen is geen bezwaar, zolang aan de geldende regels daarvoor wordt voldaan, redacties van beide tijdschriften geïnformeerd worden en aan hen om toestemming wordt gevraagd.2 Dat laatste gebeurt met enige regelmaat en biedt weinig problemen indien de driehoeksverhouding tevoren is geregeld.

Het Tijdschrift maakt een periode van groei door, waarbij het aanbod en de variatie toenemen, met een grotere aandacht voor gebieden waar gezondheidszorg en samenleving elkaar beïnvloeden. Het grote aantal bijdragen op het gebied van recht en ethiek en de levendige discussie daaropvolgend getuigen daarvan. Terzelfder tijd bieden psychologen, sociologen, filosofen, epidemiologen, informatici en onderwijskundigen bijdragen aan met nieuwe aspecten van onderzoek en klinische ervaring. De hoofdredactie tracht bij publikatie een redelijk evenwicht te bewaren tussen informatie, verslaglegging, bijscholing en discussie, door kritische beoordeling te vragen aan vele redacteuren en referenten en door sterke nadruk te leggen op bondig en beknopt formuleren. Leesbaarheid is een moeilijk te definiëren eis, maar vrijwel iedereen herkent het onleesbare. De kritische waardering en medewerking van lezers en schrijvers, waartussen een redactie in hoofdzaak een bemiddelende functie heeft, houden een blad levend en jong, naar wij hopen ook in onze 132e jaargang.

Literatuur
  1. Garfield E. Which medical journals have the greatestimpact? Current Contents 1987; 30 (2): 3-9.

  2. Dunning AJ. Een zaak van vertrouwen.Ned Tijdschr Geneeskd 1984; 128:413.

Gerelateerde artikelen

Reacties