Testen, testen, testen, maar hoe?

Met welk testbeleid kunnen we covid-19 terugdringen?
Commentaar
06-07-2020
Ben A.M. van der Zeijst, Koos van der Velden en C.P. (Onno) van Schayck

Per 1 juni 2020 zijn de testmogelijkheden op SARS-CoV-2 verruimd. Iedereen met klachten die wijzen op een infectie met het coronavirus kan zich via de GGD laten testen op dragerschap voor het virus. Na een positieve test voert de GGD contactonderzoek uit. Dit ruimere testbeleid zal zeker helpen om de covid-19-uitbraak in te perken. Maar er zijn omstandigheden die maken dat deze aanpak aanzienlijk tekortschiet.

Het grootste probleem bij testen op SARS-CoV-2 is dat de meerderheid van alle nieuwe infecties zijn oorsprong vindt in mensen die wel geïnfecteerd zijn maar niet ziek worden (asymptomatisch) of pas enkele dagen later symptomen krijgen (presymptomatisch).

Asymptomatische infecties door SARS-CoV-2

Er zijn verschillende bronnen die aangeven dat een aanzienlijk deel van de infecties ongemerkt voorbijgaat. De eerste aanwijzingen kwamen van de uitbraak op het cruiseschip de Diamond Princess. Veel van de reizigers op het schip – voor meer dan 60% zestigplussers – werden op de aanwezigheid van het virus getest. Van de positief geteste personen had 52% op dat moment geen symptomen en 18% ontwikkelde die ook later niet.1

Een tweede overtuigend bewijs kwam uit het Italiaanse stadje Vo’ dat na een uitbraak afgegrendeld werd van de buitenwereld. Vrijwel de hele bevolking werd getest. Hieruit bleek dat 43% van de virusdragers geen ziekteverschijnselen had. Er was geen verschil in de hoeveelheid virus bij personen ...