Gerapporteerd dragerschap

Sikkelcelziekte in de hielprikscreening. II.

Onderzoek
Abstract
Fleur Vansenne
Corianne A.J.M. de Borgie
Marelle J. Bouva
Monica A. Legdeur
Rob van Zwieten
Fred Petrij
Marjolein Peters
Leestijd
10 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Sinds 2007 is sikkelcelziekte (SCZ) opgenomen in de lijst van 17 aandoeningen waarop pasgeborenen worden gescreend met de hielprik. Door de gekozen testmethode met ‘high-performance liquid chromatography’ (HPLC) worden naast aangedane kinderen ook kinderen met dragerschap van SCZ geïdentificeerd. De Gezondheidsraad heeft bij de introductie van de uitgebreide hielprikscreening…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, Amsterdam.

Afd. Klinische Epidemiologie en Biostatistiek: drs. F. Vansenne, arts-onderzoeker; dr. C.A.J.M. de Borgie, arts-epidemioloog.

Afd. Klinische Genetica: M.A. Legdeur, genetisch consulent.

Emma Kinderziekenhuis AMC: dr. M. Peters, kinderhematoloog.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Laboratorium voor Infectieziekten en Screening, Bilthoven.

Drs. M.J. Bouva, onderzoeker.

Sanquin, afd. Hemoglobinopathieonderzoek, Amsterdam.

Ing. R. van Zwieten, hoofd laboratorium.

Erasmus MC, afd. Klinische Genetica, Rotterdam.

Dr. F. Petrij, klinisch geneticus.

Contact dr. M. Peters (m.peters@amc.uva.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 25 februari 2009

Reacties

Vansenne et al. beschrijven de resultaten van het terugrapporteren van dragerschap van sikkelcelziekte aan de ouders van 806 pasgeborenen in 2007. Dit is een belangrijke bijdrage aan de evaluatie van de uitbreiding van de hielprik per 1 januari 2007. In de resultatensectie wordt uitgegaan van een dragerschapfrequentie van 10%, op grond waarvan de auteurs 80 risico-ouderparen verwachten. Dit aantal is te hoog, het zou een factor twee lager moeten zijn. We hebben onze erfelijke aanleg dubbel, één allel van vader en één van moeder. Een dragerfrequentie van 10% betekent een allelfrequentie van 5%. Allelen zijn alternatieve vormen van een gen. Wanneer een kind drager is van een hemoglobinopathie, zoals sikkelcelziekte, heeft het één afwijkend (in dit geval HbS) en één normaal Hb-gen (HbA). Dragerschap bij het kind betekent dat één van de ouders eveneens drager is, en tevens dat de andere ouder in elk geval één normaal allel heeft, dat het aan het dragerkind heeft doorgegeven. In de redenering van Vansenne et al. is waarschijnlijk vergeten rekening te houden met het normale gen dat door één van de ouders is doorgegeven. De kans dat het gaat om een dragerpaar is dus geen 10%, zoals zij veronderstellen, maar 5%, gelijk aan de allelfrequentie. Het blijft overigens opmerkelijk dat van de 40 verwachte risico-ouderparen per jaar nog geen verwijzingen naar de klinisch-genetische centra hebben plaatsgevonden. De kans van 10% dat de andere partner drager is, zou wel gelden wanneer een moeder die drager is bij een volgende zwangerschap een willekeurige andere partner uit dezelfde populatie zou kiezen.

VU Medisch Centrum, Amsterdam

Prof.dr. Martina Cornel, hoogleraar Community Genetics & Public Health Genomics

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026