Schoon komt niet uit de lucht vallen

Opinie
Joost P.H. Drenth
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:B555

artikel

Er waait een nieuwe wind door de Nederlandse operatiekamers. Na onaangekondigde bezoeken heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in februari besloten om operatiekamers in het Atrium MC Heerlen te sluiten. De inspectie stelt: ‘De operatiekamers zijn uitgerust met installaties voor luchtbehandeling die niet voldoen aan de huidige eisen. Het gevaar voor postoperatieve wondinfecties is daardoor groter dan zou moeten.’ Nu heeft de inspectie al langer haar pijlen gericht op operatiekamers en reeds in oktober 2008 stelde zij vast dat de richtlijnen over de luchtkwaliteit nauwelijks werden nageleefd. Heerlen heeft last van de wet van de remmende voorsprong. Zo’n 42 jaar geleden was het operatiecomplex nog hypermodern en werd het alom geprezen. Nu voldoet het niet meer aan de huidige eisen en wordt er al langere tijd nagedacht over een nieuw complex. Geld is echter een probleem doordat geldschieters in dit tijdsgewricht niet graag over de brug komen. Het is de inspectie echter menens: niet schoon, dan geen operaties. Eerder sloot zij om deze reden operatiekamers in Lelystad, Rotterdam, Alkmaar en Zwolle. De inspectie heeft een terecht punt als zij stelt dat een operatiekamer geen picknickplek is en dat het erop lijkt dat sommige operatiekamers draaideuren lijken te hebben in plaats van sluitende deuren. Maatregelen om infecties te voorkomen zijn noodzakelijk, maar hoe schoon is schoon genoeg? Worden door de nieuwste luchtbeheersingssystemen wel meer infecties voorkomen? Het antwoord hierop is niet goed te geven. Van Tiel en collega’s beargumenteren dat het niet is aangetoond dat ultraschone lucht in operatiekamers postoperatieve infecties voorkomt (bl. 509).

Ik vind wel dat de inspectie zich hier moet onderwerpen aan de tucht van evidence-based medicine. Want als zij eist dat in alle operatiekamers ultraschone lucht komt, wordt dat een dure exercitie. Ziekenhuizen als in Heerlen moeten nu vele miljoenen investeren om aan de eisen van de inspectie te voldoen. Het ontbreken van literatuurbewijs betekent natuurlijk niet dat ultraschone lucht niet werkt. Van Tiel en collega’s laten echter zien dat het effect waarschijnlijk niet groot is en dat je vele honderden patiënten moet opereren om één postoperatieve infectie te voorkomen. Belangrijker dan grootscheepse dure verbouwingen lijkt mij dat wij ons aan de simpele reeds bestaande richtlijnen houden. Wij moeten als dokters gewoon handen wassen en de kledingvoorschriften op de operatiekamer volgen. Dat is volgens mij veel effectiever dan een nieuw luchtbeheersingssysteem.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Het redactioneel commentaar van collega Drenth noopt tot een reactie. Als laatste voorzitter van de stuurgroep en werkgroepen die het Beheersplan in 2005 hebben doen verschijnen betreur ik dat het eenzijdige artikel van van Tiel etal leidt tot een al even eenzijdig redactioneel commentaar. Het College voor Bouw ziekenhuisvoorzieningen stelde al in 2004 dat de luchtbehandeling van alle operatiekamers van een niet mengend type moet zijn, en laminaire downflow moet leveren. In het Beheersplan zijn we in een parallel traject tot een vergelijkbare conclusie gekomen. Er zijn veel experimentele en in vivo studies die “circumstantial evidence” leveren dat dergelijke luchtbehandelings systemen de wondcontaminatie sterk verminderen. Er zijn daarnaast veel studies die de relatie tussen wondcontaminatie en wondinfectie hebben vastgesteld. Via het Beheersplan, in 2005 toegezonden aan de raden van Bestuur van alle ziekenhuizen, is in Nederland aandacht gevraagd voor het beheer en onderhoud van de technische installaties, en de bouw van de operatiekamers. Er is op gewezen dat van de OK inrichting en installaties na 10 jaar beoordeeld zou moeten worden of die nog voldoen aan moderne eisen. Er zijn genoeg voorbeelden  van ziekenhuizen die daar mee succesvol aan de gang zijn gegaan, vaak met hulp van doorbraakprojecten en projecten in “Sneller beter, pijler 3”van het CBO. Schone lucht werkt. Bij een reductie van het infectiepercentage met 50% betekent dat ongeveer één patiënt per 100 een diepe infectie bespaard blijft, na een totale heup- of knieprotheseplaatsing. De afsluitende stelling van collega Drenth dat simpele maatregelen als gewoon handen wassen en goed kleden effectiever is dan een nieuw luchtbeheersingssysteem getuigt van een onthutsende bagatellisering, die mijns inziens een gebrek aan inzicht over dit onderwerp aantoont. Zo’n ongenuanceerde opmerking op zo’n prominente plaats in het Nederlands Tijdschrift doet de wetenschappelijk reputatie ervan geen goed.

 

GHIM Walenkamp, em. hoogleraar orthopaedie MUMC+