Laminaire luchtstroom op de OK kan schadelijk zijn

Vechten tegen de WIP-windmolens op de OK

Klinische praktijk
L. Maurits de Brauw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1745
Abstract

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) eiste op straffe van verbod op het verrichten van bepaalde operaties een ingrijpende verbouwing van 4 van de 7 operatiekamers in mijn ziekenhuis. Nieuwe luchtbehandelingsystemen met laminaire luchtstroom werden geplaatst omdat het beschermde gebied onder de oude plenums onvoldoende zou zijn. Daarnaast moest een operatiekamer opgeofferd worden om als opdekruimte te dienen. Waarom?

WHO-richtlijn versus WIP-richtlijn

Met ingang van 1 januari 2017 eist de IGZ laminaire luchtstroom op alle klasse 1-operatiekamers met prestatieniveau 1.1 Alleen op deze operatiekamers mogen endoprotheses en andere protheses worden geplaatst, bijvoorbeeld gewrichtsprotheses. De IGZ baseert haar beleid op de richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) die gepubliceerd werd in 2014,2 met een addendum in 2016.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) publiceerde in 2016 een nieuwe richtlijn die volstrekt in tegenspraak is met dit beleid.3 In deze WHO-richtlijn wordt afgeraden laminaire luchtstroom (‘laminar airflow’) als luchtbehandelingsysteem toe te…

Auteursinformatie

MC Slotervaart, afd. Chirurgie, Amsterdam.

Contact Dr. L.M. de Brauw, chirurg (maurits.debrauw@slz.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
L. Maurits de Brauw ICMJE-formulier
Schone lucht in de operatiekamer

Gerelateerde artikelen

Reacties

Jan
Kluijtmans

In het artikel van de Brauw wordt de richtlijn van de WIP over luchtkwaliteit op de operatiekamer bekritiseerd. Tevens laat het artikel zien hoe verstrekkend de gevolgen van implementatie van deze richtlijnen kunnen zijn. Een van de bestaande operatiekamers in zijn ziekenhuis moest worden opgeofferd om aan de nieuwe normen te kunnen voldoen. Het is duidelijk dat dergelijke aanbevelingen goed onderbouwd moeten zijn en een breed draagvlak vereisen. 
Bij een kritische beschouwing van de betreffende WIP-richtlijn is al duidelijk dat ook binnen de commissie een aantal discussies niet tot consensus hebben geleid. Geen enkele aanbeveling wordt dwingend geformuleerd en op een aantal plaatsen is expliciet genoemd dat er afwijkende meningen waren binnen de commissie. Hoe is het dan mogelijk dat de IGZ deze richtlijn zo dwingend handhaaft? In een reactie van de hoofdinspecteur Curatieve Zorg die bij het artikel van Maurits de Brauw gepubliceerd is verwijst deze niet naar de richtlijn van de WIP maar naar een richtlijn  van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/totale_heupprothese/perioperat…). Deze richtlijn dateert uit 2010 en stelt dat in orthopaedische operatiekamers laminaire downflow toegepast moet worden. Deze strijdigheid van de aanbevelingen tussen de NOV en WIP is vanzelfsprekend niet wenselijk en vraagt om een heroverweging. Te meer daar de NOV in de commissie van de WIP vertegenwoordigd was.
De WIP zal deze heroverweging niet meer maken omdat deze stichting zich inmiddels heeft opgeheven. Dit is onderdeel van een proces om de richtlijnen op het gebied van infectiepreventie beter te integreren in de bestaande structuren binnen het zorgstelsel. Inmiddels heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een schets voor de structuur van de WIP 2.0 vastgesteld. Deze wordt verder uitgewerkt door een werkgroep onder leiding van de Federatie Medisch Specialisten (Federatie). De richtlijnen voor de medisch specialistische zorg zullen in de toekomst primair onder de verantwoordelijkheid van de Federatie vallen. De discussie over de richtlijn luchtbehandeling op de operatiekamer was al eerder gesignaleerd binnen de Federatie en een aantal wetenschappelijke verenigingen heeft aangedrongen op een spoedige heroverweging voor de aanbevelingen. Inmiddels heeft de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie binnen de Federatie het initiatief genomen om deze richtlijn met voorrang te herzien volgens de vastgestelde systematiek van richtlijnen binnen de Federatie. Wij vertrouwen er op dat dit zal leiden tot een nog hoger niveau van de onderbouwing van de aanbevelingen en een betere afstemming van aanbevelingen tussen de verschillende medische specialismen. 
Voor onze patiënten met complexe problematiek met verstrekkende gevolgen waarbij twijfel is aan de validiteit van de overwegingen, adviseren we vaak een “second look”. Dat geldt evenzeer voor onze richtlijnen. De Federatie pakt dit belangrijke onderwerp met voorrang op. In de tussentijd vragen we de toezichthouder zich terughoudend op te stellen bij de handhaving op dit thema.

Jan Kluytmans, Voorzitter Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
Huib Cense, Voorzitter Raad kwaliteit en Vicevoorzitter Federatie Medisch Specialisten