Samenvatting van de standaard 'Hoofdpijn' van het Nederlands Huisartsen Genootschap

Klinische praktijk
M.H. Grol
A. Knuistingh Neven
L. Pijnenborg
A.N. Goudswaard
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:305-9
Abstract
Download PDF

Samenvatting

- De NHG-standaard ‘Hoofdpijn’ omvat spanningshoofdpijn, migraine, middelengeïnduceerde hoofdpijn en clusterhoofdpijn en vervangt de NHG-standaard ‘Migraine’.

- Ter evaluatie van de diagnostiek en de therapie zijn vervolgconsulten bij de genoemde vormen van hoofdpijn noodzakelijk, bij voorkeur op basis van een bijgehouden hoofdpijndagboek.

- Migraine en spanningshoofdpijn kunnen bij een patiënt afwisselend of binnen het verloop van één aanval voorkomen.

- Ergotamine wordt als aanvalsbehandeling niet meer aanbevolen voor nieuwe gevallen van migraine.

- De medicamenteuze behandeling van migraine wordt afgestemd op wat de patiënt zelf al aan medicatie heeft geprobeerd en op de ernst van de aanvallen.

- Bij middelengeïnduceerde hoofdpijn is het advies in één keer met de middelen te stoppen; uitleg, motivatie en begeleiding zijn hierbij van belang.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:305-9

Zie ook de artikelen op bl. 289 en 291.

De standaard ‘Hoofdpijn’, gepubliceerd door het Nederlands Huisartsen Genootschap in augustus 2004, geeft richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van patiënten met hoofdpijn.1 Deze standaard is een herziening en uitbreiding van de standaard ‘Migraine’2 en behandelt naast migraine nu ook spanningshoofdpijn, door middelen geinduceerde hoofdpijn, clusterhoofdpijn en hoofdpijn bij kinderen. Daarnaast worden alarmsymptomen vermeld, die kunnen wijzen op een ernstige met hoofdpijn gepaard gaande aandoening. In dit artikel bespreken wij enkele hoofdpunten en het samenvattingskaartje geeft de standaard beknopt weer (figuur 1 en 2). Voor de volledige tekst en de wetenschappelijke verantwoording verwijzen wij naar de publicatie in Huisarts en Wetenschap (http://nhg.artsennet.nl).1

Hoofdpijn komt vaak voor, zowel bij volwassenen als bij kinderen. Spanningshoofdpijn en migraine zijn de meest voorkomende vormen van hoofdpijn in de algemene bevolking. In meer dan 95 van de gevallen gaat iemand die hoofdpijn heeft er niet mee naar de huisarts. Ook chronische en chronisch recidiverende hoofdpijn, zoals spanningshoofdpijn en migraine, zijn in meerderheid van de gevallen geen reden om de huisarts te bezoeken: 25-50 van de migrainepatiënten meldt zich ooit bij de huisarts en 1 van de 6 patiënten met spanningshoofdpijn.

diagnostiek

Bij de diagnostiek dient de huisarts allereerst alert te zijn op ernstige aandoeningen die gepaard kunnen gaan met hoofdpijn. In de standaard is een lijst alarmsymptomen opgenomen van ernstige, met hoofdpijn gepaard gaande aandoeningen met de daarbij behorende differentiële diagnose (zie figuur 1).

Er zijn vele oorzaken voor hoofdpijn en vaak komen mengvormen voor. Daarom kan het gebruik van een hoofdpijndagboek zinvol zijn om een juiste diagnose te stellen. De standaard adviseert dit 2 tot 6 weken bij te houden, afhankelijk van de duur van de hoofdpijn en de frequentie van de hoofdpijnaanvallen. Zo is minstens een maandcyclus nodig om menstruele migraine op het spoor te komen.

Een discussiepunt was of het zinvol is om bij hoofdpijnklachten altijd lichamelijk onderzoek te doen. Voor het stellen van de diagnose van spanningshoofdpijn, migraine en middelengeïnduceerde hoofdpijn is dat doorgaans niet nodig. Tijdens een aanval van clusterhoofdpijn kan een tranend of rood oog, een verstopte neus, een loopneus, een hangend ooglid of een pupilvernauwing zichtbaar zijn. Indien de diagnose niet duidelijk is of wanneer er aanwijzingen zijn voor een secundaire oorzaak (bijvoorbeeld sinusitis en meningitis) is gericht lichamelijk onderzoek nodig. Vaak echter verwacht de patiënt ook bij andere vormen van hoofdpijn een lichamelijk onderzoek. Het kan derhalve ter geruststelling zinvol zijn beperkt lichamelijk onderzoek te verrichten.

behandeling

Het beleid bij hoofdpijnklachten is gericht op het verminderen van de klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Spanningshoofdpijn

De behandeling van spanningshoofdpijn bestaat vooral uit uitleg en geruststelling. De resultaten van nekmanipulatie, stress-managementtherapie, autogene training, fysiotherapie, homeopathie en acupunctuur zijn niet eenduidig, zodat vooralsnog een terughoudend beleid wordt aanbevolen.3 Als uitleg en geruststelling onvoldoende effect hebben, kan kortdurend gebruik van een pijnstiller overwogen worden. De standaard waarschuwt voor het chronisch gebruik van pijnstillers vanwege het risico op het ontstaan van middelengeïnduceerde hoofdpijn. Er is weinig bekend over een profylactische behandeling voor spanningshoofdpijn. Amitriptyline is mogelijk effectief bij de behandeling van chronische spanningshoofdpijn. Op grond van het beschikbare onderzoek kan echter nog geen concrete aanbeveling worden gedaan.4

Migraine

Bij migraine adviseert de standaard om aandacht te besteden aan provocerende factoren, zoals stress of slaapgebrek. Het uitgangspunt voor de medicamenteuze therapie is het stapsgewijs voorschrijven van medicatie, waarbij begonnen wordt met middelen die bewezen effectief zijn en weinig bijwerkingen hebben en die relatief goedkoop zijn. Bij onvoldoende effect wordt overgegaan op specifiekere middelen die vaak meer bijwerkingen geven en duurder zijn. Ergotamine wordt als aanvalsbehandeling niet meer aanbevolen voor nieuwe patiënten met migraine. Aanbevolen wordt de stappen af te stemmen op wat de patiënt zelf al heeft geprobeerd en goede afspraken te maken over wanneer de volgende stap in het medicamenteuze beleid genomen zal worden.

Bij een frequentie van ? 2 aanvallen per maand kan een profylactische behandeling met een ?-blokker overwogen worden.5 Patiënten die frequent (? 4 dagen per week) pijnstillers of specifieke migrainemiddelen (? 3 dagen per week) gebruiken, moeten deze eerst staken alvorens profylactische behandeling te starten, omdat er middelengeïnduceerde hoofdpijn kan zijn. Na 2-3 maanden wordt dit geëvalueerd en pas dan wordt gestart met de profylactische behandeling, gedurende minimaal 6 maanden.

Bij kinderen met sporadische, niet ernstige migraineaanvallen kan men meestal volstaan met geruststelling, rust en paracetamol. Een van de triggers voor een migraineaanval bij kinderen is een verstoord slaapritme.6 Van belang is het slaapritme te herstellen. Voor het instellen op triptanen is verwijzing naar een (kinder)neuroloog of een op dit terrein deskundige kinderarts op zijn plaats. Er bestaan geen goede klinische studies naar migraineprofylactica bij kinderen. Indien een kind profylaxe nodig heeft, is ook hier een verwijzing op zijn plaats.

Middelengeïnduceerde hoofdpijn

Bij patiënten met middelengeïnduceerde hoofdpijn moet de vicieuze cirkel waarin zij terecht zijn gekomen, doorbroken worden. Dit wordt gedaan door de patiënten uitleg te geven over de oorzaak van dit type hoofdpijn. De standaard adviseert om de patiënt in één keer te laten stoppen met de pijnstillers. Het is belangrijk de patiënt te waarschuwen voor een initiële verergering van de hoofdpijn. Dit onttrekkingsverschijnsel kan optreden gedurende de eerste drie weken na het staken van de gebruikte middelen. Afgeraden wordt de ene pijnstiller te vervangen door een andere.

Clusterhoofdpijn

Gezien de beperkte ervaring die de huisarts in het algemeen heeft met clusterhoofdpijn, adviseert de standaard om bij het starten van een aanvalsbehandeling of een profylactische behandeling te overleggen met of te verwijzen naar de neuroloog.

controles

Voor de verschillende vormen van hoofdpijn is het van belang controleafspraken te maken. Enerzijds om de juistheid van de diagnose te toetsen, bij voorkeur aan de hand van een enkele weken bijgehouden hoofdpijndagboek, anderzijds om de effectiviteit van de ingestelde behandeling te evalueren.

Bij migraine wordt het effect van de aanvalsbehandeling na 2 tot 3 aanvallen geëvalueerd, voor het effect van profylactische medicatie vindt controle plaats na 2 weken om bijwerkingen te beoordelen en na 3 maanden om de effectiviteit te bespreken. Bij de chronische vormen van hoofdpijn is het van belang om ter ondersteuning vervolgcontacten aan te bieden. Bij het veelvuldig verstrekken van herhaalrecepten voor pijnstillers, triptanen of ergotaminepreparaten moet de huisarts van tijd tot tijd nagaan of er mogelijk sprake is van middelengeïnduceerde hoofdpijn.

verwijzing

De standaard legt de nadruk op een tijdige herkenning van alarmsymptomen waarbij adequaat moet worden verwezen en geeft daarnaast ook indicaties voor verwijzing van volwassenen naar een neuroloog of voor verwijzing van kinderen naar een (kinder)neuroloog of kinderarts (zie figuur 2).

tenslotte

Met deze NHG-standaard zijn de richtlijnen over diagnostiek en therapie van de meest voorkomende vormen van hoofdpijn in de dagelijkse praktijk weer up-to-date. Wij hopen dan ook dat deze zijn weg zal weten te vinden naar opleiding, nascholing én praktijk van huisarts, neuroloog en kinderarts.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Knuistingh Neven A, Bartelink MEL, Jongh TOH de, Ongering JEP, Oosterhuis WW, Weerd PCM van der, et al. NHG-standaard Hoofdpijn. Huisarts Wet. 2004;47:411-22.

  2. Bartelink MEL, Duijn NP van, Knuistingh Neven A, Ongering JEP, Oosterhuis WW, Post D, et al. NHG-standaard Migraine. Huisarts Wet. 1999;42:511-8.

  3. Vernon H, McDermaid CS, Hagino C. Systematic review of randomized clinical trials of complementary/alternative therapies in the treatment of tension-type and cervicogenic headache. Complement Ther Med. 1999;7:142-55.

  4. Holroyd KA, O’Donnell FJ, Stensland M, Lipchik GL, Cordingley GE, Carlson BW. Management of chronic tension-type headache with tricyclic antidepressant medication, stress management therapy, and their combination: a randomized controlled trial. JAMA. 2001;285:2208-15.

  5. Silberstein SD, Goadsby PJ. Migraine: preventive treatment. Cephalalgia. 2002;22:491-512.

  6. Bruni O, Galli F, Guidetti V. Sleep hygiene and migraine in children and adolescents. Cephalalgia. 1999;19(Suppl 25):57-9.

Auteursinformatie

Nederlands Huisartsen Genootschap, afd. Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, Postbus 3231, 3502 GE Utrecht.

Mw.dr.M.H.Grol, hr.dr.A.Knuistingh Neven, mw.dr.L.Pijnenborg en hr.dr.A.N.Goudswaard, huisartsen.

Contact mw.dr.M.H.Grol

Gerelateerde artikelen

Reacties