Ruimere behandelindicaties voor herseninfarct

Opinie
Jeroen C. de Jonge
H. Bart van der Worp
L. Jaap Kappelle
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163:D3217
Abstract

Bij geselecteerde patiënten met een herseninfarct vergroot intraveneuze trombolyse de kans op een goed herstel, mits de behandeling binnen 4,5 h na het ontstaan van neurologische uitvalsverschijnselen wordt gestart.1 Indien bij CT- of MR-angiografie een occlusie van de top van de A. carotis interna of van het proximale deel van de A. cerebri media of A. cerebri anterior wordt gevonden, vergroot intra-arteriële trombectomie binnen 6 h na het ontstaan van de uitvalsverschijnselen ook de kans op een goed herstel.2 De kans op succes van deze behandelingen neemt toe naarmate deze eerder na het ontstaan van de uitvalsverschijnselen worden uitgevoerd.

Tot voor kort kwamen patiënten met een herseninfarct bij wie het onzeker is hoe lang de uitvalsverschijnselen bestaan, zoals patiënten die wakker worden met klachten, niet voor intraveneuze trombolyse of intra-arteriële trombectomie in aanmerking. Nieuwe CT- en MRI-technieken maken het echter mogelijk om hersenweefsel met ischemische schade die potentieel reversibel is na adequate reperfusie (de penumbra), te onderscheiden van hersenweefsel dat onherstelbaar beschadigd is (de infarctkern; figuur).3 Met behulp van CT-perfusieonderzoek kan aan de hand van de passagetijd, het volume en de ‘flow’ van het intraveneuze contrast in de intracraniële arteriën een onderscheid gemaakt worden tussen de infarctkern en de penumbra.4 Op een MRI-scan van de hersenen is de penumbra vrij betrouwbaar te herkennen als een gebied met een hyperintens signaal op de diffusiegewogen opnames (DWI), terwijl er geen hyperintensiteit in hetzelfde gebied op de ‘fluid attenuated inversion recovery’(FLAIR)-opname te zien is (een zogenoemde ‘mismatch’).5

Figuur
Wel of geen DWI/FLAIR-mismatch?
Figuur | Wel of geen DWI/FLAIR-mismatch?
Diffusiegewogen (DWI) en ‘fluid attenuated inversion recovery’(FLAIR)-opnames bij MRI van de hersenen van 4 patiënten. Bij patiënt A en B toont de DWI-opname een hyperintensiteit in de rechter hersenhelft, maar is er geen hyperintensiteit zichtbaar in hetzelfde gebied op de FLAIR-opname. Hier is sprake van een DWI/FLAIR-mismatch. Bij patiënt C en D is geen sprake van een DWI/FLAIR-mismatch, omdat de hyperintensiteit zowel op de DWI- als de FLAIR-opname zichtbaar is.3

In een…

Het audiobestand van dit artikel is alleen toegankelijk voor abonnees. Log in om het artikel te beluisteren.
Abonneren
Auteursinformatie

UMC Utrecht, afd. Neurologie en Neurochirurgie, Hersencentrum Rudolf Magnus: drs. J.C. de Jonge, aios neurologie; dr. H.B. van der Worp en prof.dr. L.J. Kappelle, neurologen.

Contact J.C. de Jonge (j.c.dejonge-6@umcutrecht.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Jeroen C. de Jonge ICMJE-formulier
H. Bart van der Worp ICMJE-formulier
L. Jaap Kappelle ICMJE-formulier
Trombolyse bij herseninfarct van onbekende duur?

Gerelateerde artikelen

Reacties