Artikel
Inleiding
Zie ook het artikel op bl. 2486.
Preïmplantatiegenetische diagnostiek (PGD) werd ruim 10 jaar geleden geïntroduceerd als alternatief voor prenatale diagnostiek voor paren met een hoog risico op nageslacht met een ernstige erfelijke aandoening.1 PGD is een methode waarbij enkele dagen na de bevruchting genetisch onderzoek wordt verricht…




(Geen onderwerp)
Dundee (Zuid-Afrika), januari 2005,
De Die-Smulders et al. werpen de vraag op of het ethisch aanvaardbaar is om een gezond kind te creëren met behulp van preïmplantatiegenetische diagnostiek (PGD) (alleen) om als donor te fungeren voor een zieke broer of zus (2004:2491-6). Voor ethici schijnt er nog een aantal morele problemen te bestaan bij de toepassing van deze methode. Ik vermoed dat het niet lang meer zal duren of dezelfde ethici zullen met een goed geweten hun zegen aan deze methode geven. Zij hebben reeds hun goedkeuring verleend aan het vernietigen van embryo’s met numerieke en structurele chromosomale afwijkingen; waarom zouden zij dan afwijzend staan tegenover het creëren van embryo’s met gezonde chromosomen? De vraag wordt ook opgeworpen of het acceptabel is om een kind dat daarover zelf niet kan beslissen te laten fungeren als donor. Hebben de ethici reeds daarover nagedacht?
(Geen onderwerp)
Maastricht, februari 2005,
Collega Goossens wekt de indruk dat hij hoe dan ook ernstige bedenkingen heeft bij in-vitrofertilisatie (IVF) en PGD. Deze mening delen wij uiteraard niet. PGD gecombineerd met HLA-typering roept tal van praktische en ethische vragen op. Om te beginnen: het zal altijd gaan om een procedure die wordt gevraagd ten behoeve van een kind dat lijdt aan een ernstige ziekte en voor wie geen passende donor beschikbaar is. Waar het gaat om het voorgenomen gebruik van stamcellen uit navelstrengbloed, is het van belang dat deze op een voor het kind niet-invasieve en veilige manier kunnen worden verkregen. Overigens is de aanduiding van het kind als donor (zeker) in dit geval niet geheel juist; deze cellen zijn immers geen deel van het lichaam van het kind. Als vereiste geldt steeds dat de ouders het toekomstige kind niet louter als ‘celbank’ beschouwen en dat het kind welkom is in het gezin.
Een praktisch probleem is, zoals reeds opgemerkt, de beperkte succeskans van PGD-HLA-typering. Het is de vraag hoe dit moet worden gewogen in het licht van de belasting en risico’s van IVF of PGD. Dit knelpunt zal in ieder geval in de counseling uitdrukkelijk aan de orde moeten komen.
Opmerkelijk is dat de wetgever PGD-HLA-typering heeft verboden zonder dat een maatschappelijke discussie ter zake heeft plaatsgevonden.