Universitair Medisch Centrum Utrecht, Postbus 85.500, 3508 GA Utrecht.
Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde: hr.prof.dr.E.Buskens, klinisch epidemioloog en MTA-expert (tevens: Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Epidemiologie, Groningen).
Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Heelkunde, Amsterdam.
Mw.dr.M.A.Boermeester, chirurg en klinisch epidemioloog.
Universitair Medisch Centrum St Radboud, afd. Heelkunde, Nijmegen.
Hr.dr.H.van Goor, chirurg.
Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Heelkunde, Groningen.
Hr.dr.V.B.Nieuwenhuijs en hr.prof.dr.R.J.Ploeg, chirurgen.
St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein.
Afd. Radiologie: hr.T.L.Bollen, radioloog.
Afd. Heelkunde: hr.dr.B.van Ramshorst, chirurg.
Ziekenhuis Gelderse Vallei, afd. Maag-, Darm- en Leverziekten, Ede.
Hr.dr.B.J.M.Witteman, maag-darm-leverarts.
Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Nijmegen.
Hr.dr.C.Rosman, chirurg.
Meander Medisch Centrum, afd. Maag-, Darm- en Leverziekten, Amersfoort.
Hr.dr.M.A.Brink, maag-darm-leverarts.
Leids Universitair Medisch Centrum, afd. Heelkunde, Leiden.
Hr.dr.A.F.M.Schaapherder, chirurg.
Academisch Ziekenhuis Maastricht, afd. Heelkunde, Maastricht.
Hr.dr.C.H.C.Dejong, chirurg (tevens: Nutrition and Toxicology Research Institute Maastricht, Maastricht).
Rijnstate Ziekenhuis, afd. Maag-, Darm- en Leverziekten, Arnhem.
Hr.dr.P.J.Wahab, maag-darm-leverarts.
St. Elisabeth Ziekenhuis, afd. Heelkunde, Tilburg.
Hr.dr.C.J.H.M.van Laarhoven, chirurg.
Medisch Centrum Rijnmond-Zuid, afd. Heelkunde, Rotterdam.
Hr.dr.E.van der Harst, chirurg.
Erasmus MC, afd. Heelkunde, Rotterdam.
Hr.dr.C.H.J.van Eijck, chirurg.
VU Medisch Centrum, afd. Heelkunde, Amsterdam.
Hr.prof.dr.M.A.Cuesta, chirurg.
Probioticaprofylaxe bij voorspeld ernstige acute pancreatitis; gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde trial en informed-consentprocedure
Oegstgeest, mei 2008,
De Vries en Van Leeuwen schrijven dat de behandelaar in het kader van informed consent de patiënt ook inlichtingen moet geven over ‘alternatieve’ behandelingsmethoden (2008:679-83). Het gaat echter over ‘andere’ behandelingsmethoden, want de wetgever heeft in artikel 448 lid 2c van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) bepaalt dat de behandelaar ook ‘andere’ methoden van onderzoek en behandeling aan de patiënt moet meedelen. Het gaat dus over de plicht van de reguliere arts om andere reguliere behandelingsmethoden te noemen.
Indien het verschil tussen de twee begrippen niet gemaakt wordt, dan kunnen er foute conclusies worden getrokken. Zo beweerde op 16 april jl. de heer J.A.Stoop in een ingezonden brief in NRC Handelsblad (‘Echte vereniging tegen kwakzalverij hoognodig’) dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij mede schuldig was aan de dood van Sylvia Millecam omdat de behandelaren niet met de patiënte over goede alternatieve behandelingsmethoden hadden gesproken. Maar de WGBO verplicht de reguliere arts niet om de patiënt in te lichten over niet-reguliere behandelingswijzen.
Probioticaprofylaxe bij voorspeld ernstige acute pancreatitis; gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde trial en informed-consentprocedure
De auteurs zien af van een antwoord.