Plot en narratief

Pieter van Eijsden
Pieter van Eijsden
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:B1356

artikel

Rolf Groenwold en Patrick Bossuyt breken in dit nummer een lans voor het verhaal van een onderzoek (D1204). Dat verhaal is dan de serie gebeurtenissen die heeft geleid tot een onderzoek, en hoe logischer het verhaal, hoe groter de zeggingskracht van het onderzoek. De kracht van dat verhaal moet volgens de auteurs dan ook een beslissende rol spelen bij de vraag of we überhaupt ons overtuigendste, maar ook duurste onderzoek, de RCT, willen inzetten.

Het belang van ‘het verhaal’ zie ik ook terug in de geneeskunde. Afgelopen week overwoog ik met een neuroloog de handelingsalternatieven bij een bejaarde, maar vitale dame die dreigt te overlijden na een hersenbloeding. Het verwijderen van de bloeding kan haar leven wellicht redden en is een intuïtief aantrekkelijke optie. We weten echter uit onderzoek dat juist oudere patiënten een groot risico hebben op een deplorabele uitkomst met levenslange afhankelijkheid. We plaatsen het verhaal van de patiënte in de context van dit onderzoekverhaal en besluiten een abstinerend beleid te voeren. De neuroloog merkt op dat hij dit al 30 jaar doet, maar moeite blijft houden met deze situaties. Hij heeft de patiënte en haar familie zelf opgevangen en het is zeer onbevredigend om met lege handen te staan. Ik heb slechts het verhaal aangehoord, een scan bekeken en een beslissing gemaakt op basis van de beschikbare informatie. Een ‘klinische’ afweging, vooral in overdrachtelijke zin.

Overal waar hierboven ‘verhaal’ staat, hebben we het eigenlijk over ‘plot’: de logische ruggengraat van een verhaal. Wat de neuroloog ziet als hij tegenover de patiënte en haar familie zit, is het ‘narratief’: de manier waarop het verhaal verteld wordt. Situaties krijgen betekenis voor ons door het narratief. Wij zijn narratieve wezens. Goede narratieven wekken empathie op en maken ons werk heel mooi, maar ook heel moeilijk. Paul Bloom betoogt namelijk in zijn boek Against empathy dat die empathie leidt tot structurele bevoordeling van de korte termijn boven de lange termijn en tot het voortrekken van mensen die op ons lijken, omdat hun problemen voor ons invoelbaar zijn.

Moeten we dan maar op grote afstand van onze patiënten gaan staan? Dat denk ik zeker niet, want zowel het narratief als het plot is belangrijk. We trekken in dit nummer dan ook de voorzichtige conclusie dat langdurige continuïteit van huisartsenzorg de patiënt ten goede komt (D1034 en D978). Een huisarts die onze patiënte met de hersenbloeding langdurig kende, had ons misschien kunnen vertellen hoe zij, en haar unieke narratief, ingepast moest worden in het plot van de onderzoeksgegevens.

Achteraf hadden we toch even de huisarts moeten bellen…

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Pieter van Eijsden vertelt ons het verhaal van "een bejaarde, maar vitale dame die dreigt te overlijden na een hersenbloeding". Met de neuroloog besluit hij om een "abstinerend beleid te voeren", dus niet de bloeding te verwijderen, wat wellicht haar leven zou kunnen redden, maar met "een groot risico op een deplorable uitkomst met levenslange afhankelijkheid". 

De vraag naar de afloop van dit verhaal blijft als een spin door mijn hoofd lopen. Wat als ondanks het abstinerend beleid de vroeger zo vitale dame in een deplorabele toestand dreigt te overleven? Zouden de neuroloog en neurochirurg dan hebben gezorgd dat met een goede dood haar levensverhaal een einde vond? 

Hoe is het verder met mevrouw gegaan? Graag zou ik het hele verhaal hebben gelezen.  

Beste Jan,

Ik heb een subtiele hint gegeven dat zij is overleden. Dat is overigens een uur na het gesprek met de neuroloog al gebeurd en veel sneller dan wij dachten dat dat zou gebeuren.

Groet,

Pieter