Passagesyndroom van de schouder bij patiënten jonger dan 40 jaar, behandeld met een partiële acromionresectie

Onderzoek
A.M.W.W. Langenhorst
R.L. Diercks
H.R. Eikelaar
R. Deutman
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1050-3
Abstract

Samenvatting

Door middel van een retrospectief onderzoek zijn de resultaten beoordeeld van operatie bij 22 schouders van 19 patiënten met een passagesyndroom. De behandeling bestond uit een partiële acromionresectie. Het betreft een groep patiënten jonger dan 40 jaar (gemiddeld ruim 31 jaar). Vier patiënten (4 schouders) verbeterden niet (18). Een patiënt (5) had een matig resultaat en 14 patiënten (17 schouders) (77) hadden een goed of uitstekend resultaat. De follow-up-duur was gemiddeld bijna 3 jaar.

Auteursinformatie

Rooms-katholiek Ziekenhuis ‘Onze Lieve Vrouw Behoudenis der Kranken’, afd. Orthopedische Chirurgie, Postbus 30033, 9700 RM Groningen.

A.M.W.W.Langenhorst, assistent-geneeskundige; dr.R.L.Diercks, dr.H.R.Eikelaar en dr.R.Deutman, orthopedisch chirurgen.

Contact A.M.W.W.Langenhorst, De Plecht 33, 7908 KC Hoogeveen

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Leiden, mei 1990,

In het artikel van de collegae Langenhorst et al. stellen zij dat een ‘painful arc’ tijdens elevatie tussen de 70° en 120° wijst op een inklemming van de rotatorenmanchet en de bursa, terwijl een painful arc tussen de 120° en 160° zou wijzen op een acromioclaviculair probleem (1990;1050-3). Zij verwijzen hierbij naar het boek van Winkel et al.1 Ik wil hen erop wijzen dat zij een pijnlijk traject tussen de 160° en 180° een ‘acromioclaviculaire painful arc’ noemen. De oorzaak zou een ‘botsing’ zijn van het tuberculum majus tegen de onderzijde van het acromioclaviculaire (AC) gewricht.2 Het bijzondere van deze painful arc zou bovendien zijn dat erboven nooit een pijnvrij traject is, terwijl dat bij een ‘gewone’ painful arc nu juist voorwaarde is.3

Het is niet alleen verwarrend om dit ook een painful arc te noemen. Het mechanisme is waarschijnlijk ook heel anders. In één oogopslag is aan een skeletmodel te zien dat het tuberculum majus vrijwel onmogelijk tot de onderkant van het AC-gewricht kan reiken, vooral indien beseft wordt dat het tuberculum majus in die positie door exorotatie wegdraait naar achteren. Een ‘echte’ painful arc zal zowel laag als hoog doorlopen kunnen worden. Een patiënt met veel pijn en zeer mobiele AC- en sternoclaviculaire (SC) gewrichten zal tijdens de actieve elevatie van zijn arm vooral deze laatste twee gewrichten proberen te bewegen; het pijnlijke scapulohumerale deel zal hij pas daarna gebruiken. Bij het omhoog bewegen zal in deze situatie meestal een hoge painful arc worden gevonden en, om dezelfde redenen, bij het omlaag brengen van de arm een lage painful arc. Bij een ‘echte’ painful arc gaat het kennelijk altijd om inklemming van subacromiale structuren of de arc nu hoog is of laag. Ofwel, zoals Cyriax al schreef, ‘an arc is an arc’.4

Ook Winkel et al. hebben dit gelukkig ingezien; in de nieuwe versie van hun boek is dit veranderd.5

J.M.A. Mens
Literatuur
  1. Winkel D, Fisher S, Vroege C. Weke delen aandoeningen van het bewegingsapparaat. Diagnostiek. 8th ed. Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema, 1984.

  2. Winkel D. Painful arc van de schouder. Tijdschrift van de Nederlandse en Belgische vereniging voor orthopedische geneeskunde 1981; 2: 1-53.

  3. Kessel L, Watson M. The painful arc syndrome. J Bone Joint Surg (Br) 1977; 59: 166-72.

  4. Cyriax J. Textbook of orthopaedic medicine. Vol 1. Diagnosis of soft tissue lesions. 7th ed. London: Baillière Tindall, 1978.

  5. Winkel D, Fisher S, Vroege C. Orthopedische geneeskunde en manuele therapie. Deel 2. Diagnostiek extremiteiten. Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema, 1990 (ter perse).

A.M.W.W.
Langenhorst

Hoogeveen, juli 1990,

Wij danken collega Mens voor zijn aanvullende opmerkingen, die een nog beter inzicht geven in de mechanismen van de pijnboog. De schouderafwijkingen zijn zo complex, dat hoe meer wij van biomechanische mechanismen afweten, hoe meer dit ons verder kan helpen in het begrijpen van de afwijkingen en hun symptomen.

A.M.W.W. Langenhorst