Overweeg de diagnose ‘Bellse parese’ zorgvuldig

Klinische les
06-02-2019
Rik C. Nelissen, Jimmie Honings, Frederick J.A. Meijer, H.P.M. (Dirk) Kunst en Koen J.A.O. Ingels

Dames en Heren,

Bij een parese of paralyse van de N. facialis, de zevende hersenzenuw, valt onder andere de motoriek van de ipsilaterale gezichtshelft uit, wat tot grote cosmetische en functionele klachten kan leiden. Er zijn uiteenlopende oorzaken voor een facialisparese bekend, maar vaak is er sprake van een idiopathische aangezichtsverlamming, ofwel Bellse parese, die veelal restloos herstelt.1 Wanneer het klinische beloop niet typisch is voor een Bellse parese, is aanvullend onderzoek geïndiceerd, omdat er sprake kan zijn van een ernstige onderliggende aandoening.2,3 Aan de hand van drie recente casussen willen wij het belang van een adequate anamnese en adequate diagnostiek bij een facialisparese onder de aandacht brengen.

Consider the diagnosis ‘Bell’s palsy’ carefully

Patients with facial palsy present with both cosmetic and functional symptoms. When a facial palsy develops quickly (within 72 hours) with no other symptoms, and no cause can be identified, it is probably an idiopathic facial palsy or ‘Bell’s palsy’. The diagnosis Bell’s palsy is, thus, to a certain extent a diagnosis ‘per exclusionem’. We present three cases with an incorrectly diagnosed Bell’s palsy or inadequate diagnostics or treatment: a 5-year-old male with recurrent facial palsy caused by acute otitis media; a 46-year-old male with facial palsy caused by a malignant parotid tumour; and a 75-year-old female with facial palsy caused by a facial nerve schwannoma in the mastoid segment of the facial nerve. We, therefore, emphasize the importance of thorough history-taking and adequate diagnostics and imaging when patients present with facial palsy.

Conflict of interest and financial support: none declared.