Onverwacht hoge HPV-prevalentie onder Nederlandse vrouwen

Twan van Venrooij
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C3027

Een onderzoek onder Amsterdamse vrouwen vond tegen de verwachting in dat de prevalentie van hoogrisico-HPV (hrHPV) hoger is bij vrouwen van Nederlandse afkomst dan bij vrouwen die behoren tot etnische minderheden. Dat rapporteren Nederlandse onderzoekers in Sexually Transmitted Infections (2016; online 17 mei).

Eerder onderzoek vond dat cervixcarcinoom vaker voorkomt bij Nederlandse vrouwen die behoren tot etnische minderheden dan bij autochtone vrouwen. Om na te gaan welke factoren hiervoor mogelijk verantwoordelijk zijn, onderzochten Nienke Alberts van de GGD Amsterdam en collega’s de prevalentie van HPV en het voorkomen van seksueel risicogedrag bij verschillende groepen vrouwen.

Voor de studie werden 592 jonge vrouwen (mediane leeftijd 27) uit de HELIUS-studie geselecteerd, een onderzoek naar de gezondheid van vrouwen in een stedelijke omgeving. Deelnemers waren van Nederlandse afkomst en van Afrikaans-Surinaamse, Ghanese, Turkse, Marokkaanse of Javaans-Surinaamse afkomst en woonden in Amsterdam. Voor de studie leverden zij een zelfgenomen uitstrijkje in en vulden ze een vragenlijst in over seksueel risicogedrag.

De prevalentie van hrHPV was het hoogst onder de Nederlandse vrouwen (40%) gevolgd door de vrouwen van Afrikaans-Surinaamse afkomst (32%), Turkse (29%), Ghanese (26%) en Javaans-Surinaamse vrouwen (18%). Dat de prevalentie juist laag was bij de groepen vrouwen met het hoogste risico op cervixcarcinoom was onverwacht, schrijven de auteurs. Mogelijk speelt hierbij mee dat de prevalentie onder de groep jonge vrouwen anders is dan bij de relatief oudere vrouwen bij wie eerder een verhoogde incidentie van cervixcarcinoom was waargenomen. Maar ook andere factoren zoals een verschil in deelname aan HPV-screening hebben mogelijk invloed. Verder onderzoek is nodig om dit complexe vraagstuk op te helderen, aldus Alberts en medewerkers.

Reacties