Moeilijk moeilijk

Yvo Smulders
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1291

artikel

Wie na de veredelde ‘hbo-opleiding’ Geneeskunde dacht dat dokteren een makkie is, komt bedrogen uit. Zelf vind ik het in ieder geval knap moeilijk. Een van de lastigste aspecten vind ik het niet missen van zeldzame ziektes. Er is een trits aandoeningen waar ik zelfs nog nooit van gehoord heb, maar die wel degelijk in mijn spreekkamer kunnen langskomen. Als die bijzondere aandoeningen ook allemaal net zulke bijzondere klachten en symptomen zouden geven, dan zou er geen probleem zijn. Een roze teen met paarse stippen of een zwiepend oor kun je gewoon googelen, nietwaar? Maar helaas geven veel zeldzame ziektes alledaagse verschijnselen, zoals vermoeidheid of spierpijn, en dan kun je zomaar 35 jaar over een diagnose heen kijken (A9675).

Hoe los je dit op? U kunt natuurlijk best proberen de ziekte ryanodinereceptor-type-1-gerelateerde myopathie te onthouden, of uzelf inprenten wat het sarcoplasmatisch/endoplasmatisch-reticulum-calcium-ATPase voor functie heeft, maar ik durf er een goede fles wijn om te verwedden dat u dat niet lukt. Nee, de crux van dit artikel is niet dat die ziektes bestáán, maar is de inhoud van tabel 2, waarin klachten en symptomen beschreven worden die u alert moeten maken. Ook tabellen uit je hoofd leren gaat de meeste van ons al niet meer zo goed af als vroeger, dus het enige wat ik doe is kijken of dat rijtje alarmsymptomen correspondeert met mijn gezonde verstand. Doet dat ‘t wel, dan zit je goed, doet dat ‘t niet, dan moet het gezond verstand nog eens streng toegesproken worden. Correspondeert nooit iets met uw gezond verstand, ga dan snel iets anders doen.

Cardiologen, die hebben het makkelijk. Angina pectoris en een vernauwde kransslagader: dotteren maar. Ook dit blijkt niet zo simpel als het lijkt, want pillen lijken bij stabiele angina pectoris vaak net zo goed te werken (D3). Of de oproep van de auteurs tot ‘enige terughoudendheid’ met betrekking tot de zogenoemde oculostenotische reflex veel effect bij hun collega’s zal hebben, betwijfel ik. De eerste trials die geen voordeel van dotteren lieten zien zijn immers alweer jaren oud, maar het aantal dotters stijgt vrolijk verder. Een cardioloog die de literatuur kent, zou vaker naar zijn receptenblok en minder naar zijn katheter moeten grijpen. Mee eens? U misschien wel, maar ik twijfel, alwéér.

Terwijl ik dit redactioneel schrijf, vertelt de nieuwslezer op de radio dat slechts ongeveer de helft van de patiënten zijn of haar chronische medicatie min of meer trouw gebruikt. Ook dát wisten we trouwens al lang, maar dit zet alle bewijzen over de effecten van medicatie toch weer op losse schroeven, omdat de therapietrouw bij trialdeelnemers hoger is dan in de praktijk. Hoe moet ik dan onderzoek van geneesmiddelen versus niet-medicamenteuze therapie vertalen naar de praktijk? Als u denkt dat u de therapieontrouwe patiënt makkelijk kunt aanwijzen: vergeet het maar, ook dat is al lang onderzocht en een illusie gebleken. Tóch maar dotteren dus? Ik weet het niet meer, echt niet. Het is allemaal heel erg moeilijk.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties