In memoriam prof dr.L.H.van der Tweel.

F.L. Meijler
J. Strackee
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:1319
Download PDF

– In zijn woning aan de Prinsengracht te Amsterdam is op 13 mei laatstleden Henk van der Tweel op 82-jarige leeftijd overleden. Weinigen van de huidige generaties van cardiologen, neurologen en oftalmologen zullen zich realiseren in welke mate de verworvenheden van hun vakgebied stoelen op de inbreng van Van der Tweel in de jaren vijftig, zestig en zeventig.

Van der Tweel was fysicus in hart en nieren. Hij studeerde af aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in 1941, net voordat door maatregelen van de Duitse bezetter het academische leven in ons land tot stilstand kwam. Na een actieve deelname aan het verzet, onder andere in de groep van Gerrit van der Veen, vatte hij na de oorlog de draad weer op en ging hij zich op advies van zijn leermeester prof.dr.J.Clay toeleggen op het vervaardigen van instrumenten voor wetenschappelijk onderzoek. Van der Tweel bouwde in 1948 de eerste klinisch bruikbare elektro-encefalograaf en ook een elektromyograaf. Vanuit deze positie lag zijn overstap naar de medische fysica voor de hand. Hij verwierf een formele aanstelling in dit vak aan de UvA en kreeg eigen laboratoriumfaciliteiten. Hij promoveerde in 1956 bij de oogarts prof.dr.A. Hagendoorn met een proefschrift over een fysische systeemanalyse van een fysiologisch verschijnsel (de pupilreactie). In 1963 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de UvA. De titel van zijn oratie luidde: ‘Van hoofd en hart’, waarin voor het eerst, en op meesterlijke wijze, een verband gelegd werd tussen de elektrische verschijnselen van beide organen.

Wij ervaren het als vanzelfsprekend dat allerlei functies van ons lichaam kunnen worden gemeten en in maat en getal vastgelegd. Er is echter een tijd geweest dat kwalitatieve beschrijving van de empirie de basis vormde van de geneeskunde. In ons land is het vooral Van der Tweel geweest die de geneeskunde tot een echte wetenschap maakte. Het is moeilijk te bepalen waar zijn grootste verdienste heeft gelegen. Wij hebben hem vooral leren waarderen op het grensvlak van de fysica en de cardiologie. In de memorie van aanbeveling voor zijn lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, waarvan hij sinds 1971 lid was, wordt met nadruk gewezen op de hechte samenwerking tussen Van der Tweel en Durrer en diens naaste medewerkers, die voor hun wetenschappelijk werk steeds meer op Van der Tweel gingen leunen.

Zonder afbreuk te doen aan het geniale werk van Durrer,1 kan veilig gesteld worden dat zonder de inbreng van Van der Tweel de Amsterdamse cardiologische school ondenkbaar zou zijn geweest. Inderdaad was het Durrer zelf die aan het eind van de jaren veertig een kwantitatieve oplossing zocht voor een aantal klinische elektrocardiografische problemen. Het was echter Van der Tweel die de mathematische en instrumentale methoden ontwierp en bouwde waarmee Durrer en zijn leerlingen Nederland op de internationale wetenschappelijke landkaart hebben gezet: de totale elektrische excitatie van het menselijke hart, de grondslag van de moderne klinische elektrocardiografie; het prikkelbaarheidsonderzoek van het myocard, dat de basis vormt van de huidige pacemakertoepassingen en stimulatietechnieken bij aritmieën; onze inzichten in de mechanische functie van het hart en de regulatie van de bloeddruk, het is in dit bestek teveel om op te noemen.

Maar ook op het terrein van de oftalmologie en de neurologie heeft Van der Tweel zijn sporen nagelaten. Zonder zijn fundamentele onderzoekingen zouden de elektro-encefalografie en de elektromyografie in Nederland nimmer de vlucht hebben kunnen nemen die ze nu hebben genomen. Telkens weer werden zijn leerlingen (waartoe wij ons rekenen) en medewerkers teruggefloten als het kaarsrechte pad van de wetenschap dreigde te worden verlaten. Hij had een feilloos scherpe neus voor onzin en quasi-wetenschappelijke prietpraat. Hij verfoeide de alternatieve geneeskunde, die hij zag en ontmaskerde als een gevaar voor de mensheid. Van der Tweel heeft talloze promovendi naar de doctorstitel begeleid en daarnaast zijn stempel gedrukt op het werk van vele anderen. In latere jaren werd hij de vraagbaak en het wetenschappelijk geweten van ontelbaar veel jonge mensen, die hij hielp het pad van de wetenschap te betreden.

Hij verwierf een eredoctoraat aan de Universiteit van Clermont Ferrand en vervulde gasthoogleraarschappen in onder andere Brazilië en Japan. Behalve een begaafd fysicus was hij ook een groot kunstkenner. Zo heeft hij getracht de zijns inziens stijlbedervende architectuur in het oude Amsterdam, waar hij geboren was en geleefd heeft, zoveel mogelijk tegen te gaan. Hij was de drijvende kracht achter het Klokkenmuseum aan de Zaanse Schans en was oud-voorzitter van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Bovenal was hij leermeester, trouwe vriend, een bron van wijsheid en kennis voor de zeer velen, jong en oud, die hij allemaal in zijn hart sloot. Een afdoende en volledige schets van deze veelzijdige man is nauwelijks te geven. Vaststaat dat zijn invloed op de Nederlandse geneeskunde en op de mensen die hem gekend hebben zich nog vele decennia lang zal doen voelen, ongeacht of degenen die hij met zijn werk en denkwijze heeft aangeraakt zich dat bewust zijn of niet. Met Van der Tweel is de laatste der naoorlogse grootheden van de Amsterdamse medische faculteit van ons heengegaan.

Literatuur

  1. Meijler FL. In memoriam prof.dr.D.Durrer.Ned Tijdschr Geneeskd1984;128:578-9.

Reacties