In memoriam A.D.J.Berkhout.
Open

Personalia
02-06-2000
K.J. Hardeman

- In zijn woning te Wassenaar overleed 16 maart 2000 Anton Berkhout op 99-jarige leeftijd. Hij deed na zijn medicijnenstudie in Amsterdam artsexamen in 1925. Nadien volgde een assistentschap interne geneeskunde in het Gemeenteziekenhuis Den Haag bij dr.Van Wely. In januari 1927 - Berkhout was toen pas gehuwd - nam hij in Varsseveld een uitgestrekte praktijk met apotheek over.

Het toch al zware leven in een plattelandspraktijk werd zwaarder door de mobilisatie in 1939, toen hij als kapitein-arts welwillend dicht bij zijn woning werd geplaatst. Hierdoor kon hij 's avonds en 's nachts zijn praktijk verzorgen. Nog moeilijker werd het toen hij na de vijfdaagse oorlog na een maand krijgsgevangenschap, uitgehongerd en verzwakt terugkeerde. Zijn auto werd in beslag genomen en hij kreeg 10 liter benzine als maandelijks rantsoen voor een licht motorfietsje. Zijn vrouw zorgde niet alleen voor hun vier kinderen, maar assisteerde ook bij de spreekuren en in de apotheek.

Het zich gedurig lichamelijk overvragen noopte Berkhout tot het aanvaarden van een ambtelijke functie in Den Haag. Spoedig kwam er NSB-infiltratie in de leiding met daardoor pro-Duitse opdrachten, die hij ook op medisch-ethische gronden weigerde uit te voeren. Direct ontslag zonder verder inkomen volgde.

Medisch Contact hielp hem en kreeg zo de beschikking over een voortreffelijk vrij medicus en medewerker. Pogingen van de bezetter om het medisch verzet te bestrijden deden veel medici in het kamp Amersfoort belanden, onder wie ook Berkhout. Na een maand gevangenschap werd hij weer vrijgelaten, waarna hij ging werken bij het Inter Kerkelijk Beraad, dat een organisatie vormde om voedsel van het platteland naar de grote steden te brengen voor met name kinderen en zwangeren. Eerst werd Berkhout betrokken bij de medische indicering, vervolgens breidde een en ander zich uit tot allerhande verzetswerk. Het ging daarbij om het begin van de ‘Oostzeevluchtroute’ (via Delfzijl), om spionagerapporten voor Londen via de ambassade in Stockholm en om de voedseltransporten over het IJsselmeer. In 1944 kreeg hij de leiding over het op te richten noodhospitaal in Den Haag wegens de te verwachten oorlogshandelingen aan de Haagse zijde van de tankgracht, gegraven om de ‘Egelstelling Scheveningen’.

Na de oorlog speelde Berkhout een rol bij de wedergeboorte van de derde beroepsvereniging van de ‘Mij’, de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) (1948). Hij werd bestuurslid en, mede hierdoor, hoofdbestuurslid van de ‘Maatschappij’ (KNMG). In die jaren kreeg hij ook de functie van medisch adviseur bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK). Na zijn pensionering heeft Berkhout nog ruim 10 jaar gewerkt als bedrijfsarts bij het Europees Centrum voor Ruimte-onderzoek en Technologie (ESTEC) te Noordwijk. Van zijn vele bestuursfuncties mag zeker nog genoemd worden die in het bestuur van het Haagse Oogziekenhuis, waar hij wel de ‘bouwheer’ bij de nieuwbouw genoemd werd.

Berkhout heeft Nederland, de zieke mens en zijn collegae voor, tijdens en na de oorlog - ook na zijn pensionering - op velerlei gebied gediend. Hij vond nog tijd voor zijn tuin en voor reizen en was een trouw concertbezoeker. Hij overleefde zijn beminnelijke vrouw bijna 25 jaar en bleef tot op 99-jarige leeftijd een voortreffelijke gastheer en bridgespeler.