Mag ik een geneeskundige verklaring verstrekken?

Perspectief
A.C. (Aart) Hendriks
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D3008

Rectificatie

Per 18 januari 2020 heeft de auteur dit artikel geüpdatet. 

Juridische achtergrond

Artsen moeten zich regelmatig voor de tuchtrechter verantwoorden omdat zij voor hun patiënten een geneeskundige verklaring hebben opgesteld. Met een geneeskundige verklaring wordt gedoeld op een oordeel van een arts over de gezondheid van een patiënt dat geen behandeldoel heeft. Denk bijvoorbeeld aan een door een arts ondertekend briefje waarmee de patiënt met korting gebruik kan maken van een golfkarretje.

Patiënten menen zo’n verklaring voor tal van zaken nodig te hebben. Zo kunnen patiënten u verzoeken om een urgentieverklaring voor een woning of om een brief waarmee u instemt met ondersteuning op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Maar sommige willen met een verklaring een vergoeding krijgen voor een vlucht die zij wegens ziekte hebben moeten annuleren,1 een ingevorderd rijbewijs terugkrijgen of een ruimere omgangsregeling verkrijgen met hun kind. Artsen die voor zulke zaken een briefje opstellen lopen een groot risico op een tuchtrechtelijke maatregel, met…

Auteursinformatie

Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, departement Publiekrecht, Leiden: prof.mr.dr. A.C. Hendriks, jurist.

Contact A.C. Hendriks (a.c.hendriks@law.leidenuniv.nl)

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Juridische vragen

Gerelateerde artikelen

Reacties

A.J.
Breukelman

Als medisch specialist werkzaam in Zeeuws-Vlaanderen zie ik met enige regelmaat patiënten, die een Belgische werkgever hebben. Zo'n werkgever wil een briefje hebben van de behandelend arts, dat zijn werknemer niet in staat is om te werken (bijv. een vrachtwagenchauffeur met dubbelzien). Moet ik me in zo'n geval ook aan de Nederlandse regels houden of mag ik dan wel een verklaring schrijven?

A.J.Breukelman, neuroloog

Aart
Hendriks

Geachte heer Breukelman,

In België bestaan deels andere regels. Het verschil tussen behandelen en beoordelen, zoals we dat in Nederland kennen, bestaat daar niet. U bent echter in Nederland ingeschreven in het BIG-register. Ook voert u uw werkzaamheden in Nederland uit, zo begrijp ik. Dat betekent dat het Nederlandse (tucht)recht op u van toepassing is. Dat is lastig voor patiënten die in België werken, maar u bent gewoon gehouden aan de Nederlandse regels.

Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht

Evert
Bloemen

In het artikel “Mag ik een geneeskundige verklaring afgeven” van A.C. Hendriks waarschuwt hij voor het afgeven van medische verklaringen(1) Dit past bij teneur in andere publicaties hierover (2). Dit maakt artsen huiverig. Er wordt mijns inziens te weinig benoemd wat voor een handelingsperspectief er is voor artsen die vragen krijgen om medische verklaringen? Wat kunnen zij wel doen?

Allereerst is het onderscheid verklaring versus informatie belangrijk. Er is alleen sprake van een medische verklaring als de arts gevraagd wordt iets te zeggen over zaken, zoals bijvoorbeeld rijgeschiktheid, huisvesting of werk, die niet de behandeling betreffen. Hier moet je als behandelend arts niets over zeggen. Het beoordelen van deze zaken is niet jouw vakgebied, het hoort bij een onafhankelijke (keurende) arts die als medisch beoordelaar of adviseur optreedt. Deze vorm van beoordelen moet onderscheiden worden van het medisch beoordelen dat je als behandelend arts doet in het kader van diagnostiek en behandeling. Daar is soms verwarring over, ook in de KNMG richtlijn die zegt: Een geneeskundige verklaring bevat een op medische gegevens gebaseerd waardeoordeel over de patiënt en diens gezondheidstoestand (3). Artsen denken dan dat zij geen feitelijke oordeel over zaken als diagnose en behandeladvies mogen geven. Een arts, bang gemaakt door  waarschuwingen om geen verklaringen af te geven, denkt dat je dan maar beter niets kunt doen, ook geen feitelijke informatie verstrekken. Terwijl in sommige situaties een patiënt echt afhankelijk is van informatie verstrekt door een behandelaar.    

Ten tweede helpt het om informatieverstrekking te zien als onderdeel van normale medisch handelen. Je informeert immers als behandelaar altijd je patiënt zelf over je medisch oordeel en behandeladvies. Een vraag om medische informatie met toestemming van de patiënt is eigenlijk een vraag van de patiënt om een derde te informeren over hem. Het is daarbij wel zaak na te gaan of de patiënt de consequenties hiervan overziet. Feitelijke medische informatie kun je dan geven. Ook aan bijvoorbeeld diens advocaat die namens de patiënt diens belangen behartigt (4). Het niet verstrekken van informatie kan dan zelfs klachtwaardig zijn. De vraag is vervolgens wel of hiervoor kosten in rekening kunnen worden gebracht? De advocaat is als het ware (het verlengstuk van) de patiënt. En van je patiënt vraag je geen geld om hem te informeren! Voor artsen wringt dit wel want informatie geven kost tijd.   

Vanuit mijn werk bij Pharos, Expertisecentrum Gezondheidsverschillen, spreek ik vaak artsen die te maken hebben met asielzoekers, die juridische procedures hebben lopen. Bij deze doelgroep krijgen artsen vaak verzoeken om medische verklaringen of informatie. Meestal komen deze van advocaten die de patiënt vertegenwoordigen. Mijn boodschap is ook dan: geef geen medische verklaring over een eigen patiënt. Ik zie echter dat vragen om medische verklaringen regelmatig bedoeld zijn als vragen om medische informatie, mede omdat de vrager niet altijd scherp heeft wat het verschil is tussen een verklaring afgeven of informatie verstrekken. Het ombuigen van een vraag om een verklaring naar een antwoord met informatie is daarbij praktisch bruikbaar (“Het verstrekken van een medische verklaring is mij als arts niet toegestaan. Wel kan ik met toestemming van mijn patiënt u de volgende informatie verstrekken over de medische toestand en ingezette behandeling”).

Soms is een vraag van een asieladvocaat bewust bedoeld om een arts een oordeel te ontlokken over

zaken als de noodzaak van in Nederland blijven of de mogelijkheden om te kunnen reizen. Het doen van uitspraak hierover is uit den boze. Ik waarschuw artsen voor deze pogingen van advocaten, maar mijn boodschap is daarop niet dat ze niets moeten doen, maar vooral dat het goed is om dan vanuit behandelperspectief informatie te verstrekken over de gezondheidstoestand van je patiënt. Dit kun je  doen zonder de beroepsregels te schaden (5).

Evert Bloemen, arts bij Pharos, Expertisecentrum Gezondheidsverschillen

Referenties

  1. Hendriks AC (2018). Mag ik een geneeskundige verklaring verstrekken? Ned. Tijdschr Geneesk. 2018;162:D3008
  2. Glaser JP & Vleugels C (2012). Medische info aan derden te riskant. KNMG-richtlijnen juridisch en medisch onhoudbaar. Med Contact 67(45):2523;   Hendriks AC & Eekhof JAH (2013). Verzoek van medisch adviseur van verzekeraar om informatie. Huisarts & Wetenschap 56 (3): 130-133.
  3. KNMG (2018). KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens. KNMG, mei 2018.
  4. Oostdam MJ (2006). Gegevens verstrekken helpt de patiënt. Artsen bij letselschade te terughoudend in vrijgeven dossierinformatie. Med Contact 61(28):1163
  5. Zie vraag op artsen infolijn: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/artseninfolijn/praktijkdilemmas-1/praktijkdilemma/mag-een-behandelend-arts-medische-informatie-verstrekken-aan-de-advocaat-van-zijn-patient.htm