Korting prijsonderhandelingen geneesmiddelen fors lager dan verwacht

Daan Marselis
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:C3871

De onderhandelingen tussen VWS en geneesmiddelenfabrikanten leveren niet de kortingen op die het ministerie van VWS voor mogelijk achtte. Dat blijkt uit gegevens die het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) verzamelde.

VWS kreeg in de jaren 2015 en 2016 een lagere korting dan aanvankelijk verwacht. De onderhandelingen tussen overheid en fabrikanten leidden tot een totale uitgavenverlaging van 24% in 2015 en 27% in 2016. Die verlaging blijft achter bij wat VWS eerder aan de Tweede Kamer liet weten. In een Kamerbrief van 2016 schreef toenmalig minister Edith Schippers van VWS dat de ‘potentiële uitgavenverlaging’ in 2015 33% zou zijn, 34% in 2016.

De prijsdaling is deels openbaar en deels geheim. De geheim gehouden kortingspercentages zijn wel te berekenen. In 2014 ging het om 14%, in 2015 was het 19% en in 2016 was het 22%. Het NTvG ontleent de cijfers aan brieven die de minister van VWS aan de Tweede Kamer stuurde. Die gemiddelde geheime korting wordt bevestigd door zorgverzekeraar DSW, die het NTvG inzage gaf in de jaarlijkse uitgaven en kortingsbedragen voor geneesmiddelen die onder kortingscontracten van de overheid vallen. Het is niet mogelijk om de kortingspercentages te herleiden naar specifieke geneesmiddelen.

VWS gaat in een reactie niet in op de kortingspercentages. Volgens VWS zijn de eerdere cijfers geen ‘prognoses van feitelijk te behalen resultaten’ maar gaat het om de maximale financiële risico’s die zijn afgedekt met de financiële arrangementen, zoals de kortingscontracten worden genoemd. Die risico’s zijn berekend op basis van bijvoorbeeld maximale aantal patiënten en eventuele budgetplafonds. ‘De werkelijke resultaten hangen onder meer af van het daadwerkelijke aantal patiënten dat met het middel wordt behandeld. Dat kan andere kortingspercentages opleveren. Het is dus niet zinvol het één als doel te stellen en het ander als resultaat.’

Of de onderhandelingen ook echt tot een lagere prijs leiden is de vraag. Fabrikanten kunnen voor deze groep geneesmiddelen zelf de vraagprijs vaststellen. ‘In je achterhoofd houd je dan rekening met het feit dat er onderhandeld moet worden. Je weet wat de prijs is waar je op uit wilt komen, dus je moet wat ruimte creëren’, zegt een voormalige directeur prijsbeleid van een grote farmaceut die anoniem wil blijven. Europese landen kijken allemaal naar elkaar: geen van hen wil meer betalen dan de buurman. Zo mag de prijs in Nederland niet hoger zijn dan de gemiddelde prijs in Duitsland, Frankrijk, België en Groot Brittannië. De oud-directeur: ‘Door de onderhandelingen in te gaan met een iets hogere prijs, loop je minder het risico dat de onderhandeling ook de prijzen in andere landen beïnvloedt.’

Uit een reactie van managing-director Benelux Sonja Willems van Janssen-Cilag blijkt dat fabrikanten alleen korting geven als er sterke marktdynamiek is, zoals bij de generieke geneesmiddelen. Fabrikanten die de laagste prijs vragen krijgen dan een contract van de zorgverzekeraar. Willems: ‘Maar als alleen jíj echt een unieke waarde brengt – je bent de enige iPhone in de wereld en de rest zit nog met Nokia’s – dan is er een andere dynamiek. Dan hoef je waarschijnlijk niet zoveel korting te geven.’

Lees het volledige verhaal op www.ntvg.nl/C3855

Big Pharma vs. de staat

Gerelateerde artikelen

Reacties