Is toepassing in de huisartspraktijk veilig?

Integrale zorg voor patiënten met atriumfibrilleren*

Onderzoek
Dubbelpublicatie
Carline J. van den Dries
Sander van Doorn
Frans H. Rutten
Ruud Oudega
Sjef J.C.M. van de Leur
Arif Elvan
Lisa Oude Grave
Henk J.G. Bilo
Karel G.M. Moons
Arno W. Hoes
Geert-Jan Geersing
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D5054
Abstract

Samenvatting

Doel

Onderzoeken of integrale zorg voor patiënten met atriumfibrilleren (AF) veilig vanuit de huisartspraktijk kan worden georganiseerd.

Opzet

Cluster-gerandomiseerd, pragmatisch ‘non-inferiority’-onderzoek.

Methode

Huisartspraktijken werden gerandomiseerd tussen het leveren van integrale zorg en het leveren van reguliere zorg. Patiënten met AF ≥ 65 jaar werden geïncludeerd. De interventie bestond uit: (a) kwartaalcontroles door getrainde praktijkondersteuners, onder andere gericht op de behandeling van comorbiditeit; (b) controle van de INR-waarden in de huisartspraktijk; en (c) nauwe samenwerking met cardiologen en trombosediensten. De primaire uitkomstmaat was algehele sterfte. Secundaire uitkomstmaten waren de sterfte en het aantal ziekenhuisopnames door een cardiovasculaire of niet-cardiovasculaire oorzaak, het aantal ‘major adverse cardiac events’, herseninfarcten en ernstige of niet-ernstige bloedingen, en kwaliteit van leven (Nederlands Trialregister NL5407).

Resultaten

In totaal werd in 15 huisartspraktijken integrale zorg en in 11 praktijken reguliere zorg geleverd. In de interventiegroep gaven 527 van de 941 patiënten met AF toestemming om aan de interventie deel te nemen. Deze 527 patiënten werden vergeleken met 713 patiënten met AF uit de controlepraktijken. De mediane leeftijd van alle deelnemers was 77 jaar (interkwartielafstand: 72-83). Na een follow-upperiode van 2 jaar was 7,4% van de patiënten in de interventiegroep overleden, vergeleken met 13,5% in de controlegroep (voor leeftijd, geslacht en kwetsbaarheid gecorrigeerde hazardratio: 0,55; 95%-BI: 0,37-0,82). Voor de secundaire uitkomstmaten werden geen statistisch significante verschillen geobserveerd tussen de groepen.

Conclusie

Dit onderzoek laat zien dat integrale zorg voor oudere patiënten met AF veilig vanuit de huisartspraktijk kan worden georganiseerd en kan leiden tot 45% minder sterfte, vergeleken met reguliere zorg.

Het audiobestand van dit artikel is alleen toegankelijk voor abonnees. Log in om het artikel te beluisteren.
Abonneren
Auteursinformatie

UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde, Utrecht: dr. C.J. van den Dries, arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker; dr. S. van Doorn, prof.dr. F.H. Rutten, dr. R. Oudega en dr. G.J. Geersing, huisartsen; drs. L. Oude Grave, basisarts; prof.dr. K.G.M. Moons en prof.dr. A.W. Hoes, epidemiologen. Isala, Zwolle. Afd. Klinisch chemisch laboratorium: dr. S.J.C.M. van de Leur, arts klinische chemie. Afd. Cardiologie: dr. A. Elvan, cardioloog. Afd. Interne Geneeskunde: prof.dr. H.J.G. Bilo, internist n.p.

Contact C.J. van den Dries (c.j.vandendries@umcutrecht.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Carline J. van den Dries ICMJE-formulier
Sander van Doorn ICMJE-formulier
Frans H. Rutten ICMJE-formulier
Ruud Oudega ICMJE-formulier
Sjef J.C.M. van de Leur ICMJE-formulier
Arif Elvan ICMJE-formulier
Lisa Oude Grave ICMJE-formulier
Henk J.G. Bilo ICMJE-formulier
Karel G.M. Moons ICMJE-formulier
Arno W. Hoes ICMJE-formulier
Geert-Jan Geersing ICMJE-formulier
Integrale zorg: een noodzakelijk goed
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Huisartsgeneeskunde

Gerelateerde artikelen

Reacties