Hypertensie-consensus in Nederland

Onderzoek
A. Struyvenberg
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:2086-93
Abstract

Samenvatting

Op 16 maart 1990 werd een consensusbijeenkomst georganiseerd over diagnostiek en behandeling van hypertensie. Aanleiding hiertoe was de controverse die in ons land heerst over het nut van opsporing en behandeling van patiënten met lichte hypertensie. Uitgangspunten waren de vaststelling dat lichte hypertensie in de bevolking veel voorkomt en dat het mogelijk is gebleken door behandeling de incidentie van hart- en vaatziekten te doen afnemen. De beslissing tot behandelen van een patiënt met lichte hypertensie moet worden genomen in samenhang met andere risicofactoren zoals hypercholesterolemie, roken, suikerziekte en een positieve familieanamnese voor harten vaatziekten. Personen met een verhoogd risico dienen te worden opgespoord door middel van selectieve ‘case-finding’ (omschreven risicogroepen) en actieve opsporing beperkt tot mannen van 55-65 jaar. Behandeling dient steeds niet-medicamenteuze maatregelen te omvatten (onder andere beperking van de natriuminname en indien van toepassing gewichtsreductie, matiging van alcoholgebruik en stoppen met roken). Indien nodig dienen antihypertensiva te worden voorgeschreven, bij voorkeur diuretica, β-blokkers, angiotensine ‘converting’ enzym(ACE)-remmers en (of) calciumantagonisten.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Interne Geneeskunde, Utrecht.

Prof.dr.A.Struyvenberg, internist.

Dr.J.J.E.van Everdingen, stafmedewerker.

Contact Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing, Postbus 20064, 3502 LB Utrecht

Verantwoording

Namens de werkgroep die de consensusontwikkeling voorbereidde.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties