Hyperpronatie beste behandeling zondagmiddagarmpje

Lucas Mevius
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:C3329

artikel

Een zondagmiddagarmpje in een keer goed zetten lukt vaker met de hyperpronatietechniek dan met de supinatie-flexietechniek. Tot die conclusie komen Rens Bexkens (Massachusetts General Hospital en AMC) en collega’s in American Journal of Emergency Medicine (2017;35:159-63).

De auteurs vonden 7 RCT’s die de 2 repositietechnieken vergeleken bij 701 kinderen (62% meisjes) met een subluxatie van het radiuskopje. De trials waren van lage kwaliteit.

Analyse van de gepoolde data wees uit dat hyperpronatie een effectievere behandeling was van een zondagmiddagarmpje dan supinatie-flexie (‘risk ratio’: 0,34; 95%-BI: 0,23-0,49). Het absolute risicoverschil tussen de 2 manoeuvres was 26,4% en dat komt neer op een ‘number needed to treat’ van 3,8. Dit betekent dat voor elke 4 kinderen die hyperpronatie krijgen in plaats van supinatie-flexie, er 1 eerste mislukte repositiepoging minder is. Gegevens over pijn waren niet te poolen, maar de hyperpronatietechniek lijkt ook minder pijnlijk te zijn.

Het zondagmiddagarmpje komt vooral voor bij kinderen onder de 4 jaar. Het klassieke verhaal: na een ruk aan de arm begint het kind te huilen en weigert het de arm te gebruiken. Repositie doet heel even pijn, maar daarna is de pijn weg. De supinatie-flexietechniek start met de handpalm naar beneden en de elleboog in 90° flexie. Daarna wordt de pols stevig naar buiten gedraaid en de elleboog compleet gebogen. Bij de hyperpronatietechniek wordt het gestrekte armpje (handpalm naar beneden) verder naar binnen gedraaid.

Gerelateerde artikelen

Reacties