Hydroxychloroquine en chloroquine bij COVID-19

Geen bewijs voor effectiviteit
Stand van zaken
02-06-2020
Albert Vollaard, Emilie M. Gieling, Paul D. van der Linden, Bhanu Sinha en Mark G.J. de Boer

De publicatie van Mehra et al. uit de Lancet die in dit artikel aangehaald wordt, is per 5 juni 2020 teruggetrokken omdat er geen inzicht verkregen kon worden in het bronmateriaal waarop de conclusies zijn gebaseerd. Zie: https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(20)31290-3/fulltext .
Dit onderzoek rapporteerde niet alleen een gebrek aan effectiviteit van hydroxychloroquine, maar zelfs een oversterfte door gebruik van hydroxychloroquine en een verhoogd risico op ventriculaire ritmestoornissen.  Voor de compleetheid werd deze - toen net uitgebrachte - publicatie gedurende de revisiefase van het manuscript toegevoegd. Waar dit artikel in de tekst geciteerd wordt (referentie 12) dient de lezer rekening te houden met de retractie. Op basis van de andere publicaties die zijn opgenomen, blijft de verdere inhoud en de conclusie van het huidige artikel in het NTvG ongewijzigd.


 

Samenvatting

  • Op 3 maart 2020 verscheen het document ‘Medicamenteuze behandelopties bij patiënten met COVID-19 (infecties met SARS-CoV-2)’ op de website van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB).
  • Op basis van een 7-stapsanalyse van de literatuur werden hydroxychloroquine (HCQ) en chloroquine (CQ) aanvankelijk opgenomen in het SWAB-document als mogelijke medicamenteuze behandeling van klinisch opgenomen volwassen COVID-19-patiënten.
  • In de afgelopen weken zijn echter de resultaten gepubliceerd van diverse onderzoeken naar de effectiviteit van de behandeling met HCQ en CQ bij patiënten met COVID-19.
  • Op basis van die resultaten concluderen wij dat er onvoldoende bewijs is om HCQ en CQ te beschouwen als zinvolle behandeling van patiënten met COVID-19.
  • Bij minstens 1 op de 10 COVID-19-patiënten die met HCQ of CQ behandeld worden treedt een klinisch relevante verlenging van de QTc-tijd op.