Herkenning van depressie door de huisarts
Open

Wat is de invloed op het beloop?*
Onderzoek
18-09-2012
Marjolein H. Kamphuis, Bauke T. Stegenga, Nicolaas.P.A. Zuithoff, Michael King, Irwin Nazareth, Niek J. de Wit en Mirjam I. Geerlings

Doel

Onderzoeken wat de invloed is van herkenning van depressie in de huisartsenpraktijk op het beloop na 6, 12 en 39 maanden.

Opzet

Prospectief cohortonderzoek.

Methode

Voor het ‘PREDICT-NL’-onderzoek (onderdeel van een internationaal prospectief cohortonderzoek, PredictD) werden 1293 patiënten uit de huisartsenpraktijk geïncludeerd. Follow-upmetingen werden gedaan na 6 (n = 1236), 12 (n = 1179) en 39 (n = 752) maanden. De diagnose ‘depressie’ werd volgens de DSM-IV-criteria gesteld, tijdens een gestructureerd interview (‘Composite International Diagnostic Interview’ (CIDI)). Depressieve symptomen werden onderzocht met de ‘Patient Health Questionnaire 9’ (PHQ-9) en mentaal functioneren werd gemeten met het gedeelte over mentaal functioneren (MCS) van de ‘Short Form 12’. Diagnose en behandeling van depressie door de huisarts werden aan de hand van de elektronische patiëntendossiers gemeten met codes uit de ‘international classification of primary care’ (P03 en P76) en codes van de ‘Anatomical Therapeutic Chemical’ (N06A).

Resultaten

Bij aanvang van het onderzoek werd bij 170 (13%) deelnemers een depressie geconstateerd, van wie 36% werd herkend door de huisarts. Het risico om na 39 maanden depressief te zijn was 1,4 maal hoger (95%-BI: 0,68-2,68) voor deelnemers met een herkende depressie in vergelijking met niet-herkende depressie. Bij aanvang hadden deelnemers met herkende depressie meer depressieve symptomen (gemiddeld verschil in PHQ-9-score: 2,7; 95%-BI: 1,6-3,9) en een slechtere mentale functie (gemiddeld verschil in MCS-score: -3,8: 95%-BI: -7,8-0,2) dan deelnemers met een niet-herkende depressie. Na 12 en 39 maanden verschilden de gemiddelde scores voor beide groepen niet.

Conclusie

Een minderheid van de patiënten met een depressie wordt herkend in de huisartsenpraktijk. Na 12 en 39 maanden is er geen verschil in depressieve symptomen en mentaal functioneren tussen patiënten met een herkende en een niet-herkende depressie, wat suggereert dat herkenning van depressie het beloop op de langere termijn niet beïnvloedt.