Georg Friedrich Nicolai: oorlogsarts tegen oorlog

Perspectief
Leo van Bergen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1321
Abstract
Download PDF

In deze serie schenken we aandacht aan mensen die 100 jaar geleden probeerden om het onvoorstelbare lijden van soldaten en burgers in de Grande Guerre te verlichten. De aandoeningen die ontstonden in de loopgraven en de industriële oorlogsvoering, dwongen hen te zoeken naar creatieve oplossingen. Hiermee staan zij aan de basis van de moderne geneeskunde.

Samenvatting

Georg Friedrich Nicolai was een Duitse hoogleraar en hartspecialist die, als een van de weinigen, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog een antioorlogsgeluid liet horen. Het kwam hem op het verlies van zijn baan en een veroordeling te staan. Na de oorlog werd hem het collegegeven onmogelijk gemaakt door rechts-nationalistische studenten en het gebrek aan steun van zijn universitaire meerderen. In 1922 verliet hij Duitsland om er nooit meer terug te keren. In zijn boek Die Biologie des Krieges, dat in 1917 in het neutrale Zwitserland werd gepubliceerd, weersprak hij de ook door veel artsen aangehangen sociaaldarwinistische opvatting dat oorlog de mens, het volk, het ras, fysiek en psychisch sterker maakt. Oorlog, zo zette hij uiteen, is biologisch juist contraproductief.

In 2015 bracht de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie een Medisch appel tegen kernwapens uit. Het werd gepubliceerd in The British Medical Journal, is inmiddels in diverse talen verschenen en heeft invloed uitgeoefend op de internationale druk op kernwapenstaten om tot ontwapening over te gaan.1 In het appel wordt op medische in plaats van politieke of religieuze gronden geageerd tegen kernwapens. Bij een nucleaire ontploffing is elke medische hulp onmogelijk en daarmee komt preventie als het enige zinnige antwoord in het medische vizier.

De Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie is onderdeel van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War en beide staan in een lange traditie van gezondheidswerkers die uit medische overwegingen een antioorlogsgeluid hebben laten horen. Dit begon in georganiseerd verband in 1905 met de Franse Association Médicale Internationale Contre la Guerre. Wat Nederland betreft kunnen de Commissie inzake Oorlogsprofylaxis en de Antioorlogsgroep Verplegenden – die aan het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis in het leven werd geroepen – genoemd worden, die beide actief waren in het interbellum.2-4 De meeste van die groeperingen en personen lieten vanwege hun preventieve invalshoek hun aversie in jaren van vrede horen, maar andere verkondigden hun anti-oorlogsgeluid ook, of juist, toen de kanonnen waren gaan bulderen.

‘Een lafaard en volksverrader’

Een van hen was de Duitse hartspecialist Georg Friedrich Nicolai (figuur 1). In oktober 1914 hield hij het Duitse volk voor dat oorlog een misdaad is en een culturele, politieke, economische én medische ramp zou gaan betekenen. Hij weersprak daarmee de goegemeente van de Duitse intelligentsia die juist haar steun voor de Duitse strijd had uitgesproken. Het kostte hem in de zomer van 1915 zijn baan als hoogleraar fysiologie aan de Universiteit Berlijn, om die pas na de oorlog weer terug te krijgen.

Maar destijds werd hem, ook omdat hij zijn opvattingen publiek bleef verkondigen, het geven van colleges door rechts-nationalistische studenten onmogelijk gemaakt. Op luide toon werd hij voortdurend voor lafaard en volksverrader uitgemaakt. Hij kreeg daarop van de universiteitssenaat te horen dat hij dat aan zichzelf te danken had, wat typerend was voor het politieke klimaat aan de Duitse universiteiten tijdens de Weimarrepubliek.

Moegestreden keerde hij Duitsland in 1922 de rug toe. Hij zou op hoge leeftijd in Chili overlijden, net te vroeg om zelf nog te kunnen meemaken dat, op de golf van de ‘jaren 60’-rebellie, de vergeten ‘deserterende medicus’ in de belangstelling terugkeerde.5,6

Eenzame positie

De uit een socialistisch, humanistisch nest afkomstige Nicolai was in de jaren vóór 1914 geen onbekende in de Duitse maatschappij.5 Hij was een prominent arts die bijvoorbeeld nog bij Rudolf Virchow had gestudeerd, de grondlegger van de cellulaire pathologie en de vergelijkende pathologie. Al op zijn 35e werd Nicolai hoogleraar te Berlijn, met name vanwege zijn onderzoek op het gebied van de elektrocardiografie. Zoals zijn leermeester voor hem had gedaan, liet hij echter ook met regelmaat op andere maatschappelijke gebieden van zich horen, waaronder de politiek. Als overtuigd republikein maakte dit hem niet bij iedereen geliefd.

Nicolai was ervan overtuigd dat hij als arts daar moest zijn waar het meeste medische leed te helen viel – en dus dat artsen, met beroepssoldaten, als enigen het geluk hadden dat zij zich in oorlogstijd niet hoefden om te scholen.7 Daarom trad hij in september 1914 in dienst van de krijgsmacht en werd hij hoofd van een militair hospitaal te Berlijn.

Maar toen kort daarop een kleine 100 vooraanstaande kunstenaars en geleerden, onder wie medische namen als Wilhelm Röntgen, Albert Neisser en Max Planck, hun pro-Duitse en martiale Aufruf an die Kulturwelt de wereld in stuurden,8 kon hij niet zwijgen. Ook omdat de ondertekenaars van de brief beweerden te spreken in naam van persoonlijke helden als Goethe, Beethoven en Kant, diende hij hen van repliek in zijn tot internationale verzoening oproepende ‘Aufruf an die Europäer’.9 De oorlog, zo meende Nicolai, was noch gerechtvaardigd noch een zegen. Hij zou een ramp worden, voor land, cultuur en mensheid.7,8

Van publicatie kwam het echter niet omdat slechts een handjevol mensen van naam, zoals Albert Einstein, bereid was zijn appel te ondertekenen. Later zou hij over die eenzame positie schrijven: ‘De meesten koesterden de oorlogsopwinding en namen het daarmee gepaard gaande bedrog op de koop toe.’5

Meest vervolgde Duitse pacifist

Als compensatie ging hij zijn colleges aan de medische faculteit met antioorlogsboodschappen doorspekken. Tijdens een lunch in augustus 1915 ging hij echter te ver. Hij veroordeelde de schending van de Belgische neutraliteit, de torpedering van het passagiersschip de Lusitania en het gebruik van gifgas. De Duitse legerleiding noemde hij ‘misdadig en idioot’. Een meeluisterende militair chirurg briefde dit door, wat het voorlopige einde van Nicolais universitaire loopbaan betekende.

Kort daarop raakte hij zijn positie als arts kwijt, werd tot ‘eenvoudig soldaat’ gedegradeerd en als ‘bewaker van zieke militairen’ bij de landstorm ingedeeld. Uit protest liet hij elke vorm van discipline varen: de laarzen bleven ongepoetst, de kin ongeschoren. De groetplicht liet hem koud en waar ook maar kon bleef hij tegen oorlog en militarisme fulmineren. Ondertussen vulde hij zijn tijd met het ene na het andere protest tegen de ene na de andere aanklacht, waarbij zijn uitgebreide kennissenkring in sociaaldemocratische kringen hem goed uitkwam. Het maakte hem een tijdlang de meest vervolgde, maar ook best behandelde Duitse pacifist.5

Uiteindelijk werd hij dan toch veroordeeld tot 6 weken ‘Militärarrest’, gevolgd door het bevel de wapens op te nemen. Een beroep op de Geneefse Conventie, volgens welke het artsen en verpleegkundigen verboden was daadwerkelijk aan de strijd deel te nemen, was vergeefs. Hij weigerde dienst en gevangenisstraf was onafwendbaar. Hij dook daarop onder en wist in juni 1918 behoorlijk spectaculair, met een gestolen militair vliegtuig, naar Kopenhagen te vluchten. Daar zette hij, tezamen met erkende pacifisten als Romain Rolland, het tijdschrift Das werdende Europa op.5

Symbool

Tegen die tijd was hij in neutrale landen en pacifistische kringen al uitgegroeid tot een symbool van verzoening en humanisme. Die status hing sterk samen met de publicatie van Die Biologie des Krieges in juni 1917 in Zürich (figuur 2), dat een poging was tot ‘wetenschappelijk pacifisme’ en dat snel in diverse talen werd vertaald.10 Hierin haalde hij, naast het idee dat de oorlog artsen veel leerde, de sociaaldarwinistische gedachte onderuit dat de mens, het volk, het ras, door oorlog zowel fysiek als psychisch sterker wordt; dit idee dat oorlog in feite ook een arts is, was toen wijdverbreid onder zijn collega’s.

Oorlog, zo vond Nicolai, maakt de mens niet sterker. Niet cultureel, niet fysiek en niet psychisch, al was het maar omdat het juist de sterksten van een volk zijn die voor dienst worden opgeroepen en dus sneuvelen, gewond raken of gek worden. Oorlog, zo concludeerde hij, is biologisch juist contraproductief.4,6,7 Ofwel: oorlog is geen arts, oorlog is geen medisch docent, maar oorlog is een alvernietigende kwakzalver.

Literatuur
  1. Translations of the Dutch Medical Appeal for nuclear disarmament. www.nvmp.org/translations-of-the-dutch-medical-appeal-for-nuclear-disarmament, geraadpleegd op 27 september 2016.

  2. Van Bergen L. Waarde Generaal: voelt u zich wel goed? Geneeskunde, leger, oorlog en vrede. Nijmegen: SSMP/SVV; 1991. p. 94-104.

  3. Van Bergen L. De Zwaargewonden Eerst? Het Nederlandsche Roode Kruis en het vraagstuk van oorlog en vrede 1867-1945. Rotterdam: Erasmus Publishing; 1994. p. 335-9.

  4. Lewer N. Physicians and the Peace-movement. Prescriptions for hope. Londen: Frank Cass; 1992. p. 39-41.

  5. Donat H. Georg Friedrich Nicolai (1874-1964). Rebellion gegen den militaristischen Ungeist. In: Rajewsky C, Riesenberger D. Wider den Krieg. Große Pazifisten von Immanuel Kant bis Heinrich Böll. München: C.H. Beck; 1987. p. 147-54.

  6. Donat H, Holl K. Hermes Handlexicon. Die Friedensbewegung. Organisierter Pazifismus in Deutschland, Österreich und in der Schweiz. Düsseldorf: ECON Taschenbuch Verlag; 1983. p. 281-3.

  7. Jenssen A, Busse C, Jenssen C. Georg Friedrich Nicolai – Der Versuch eines wissenschaftlichen Pazifismus. In: Ruprecht TM, Jenssen C (Hrsg.). Äskulap oder Mars. Ärzte gegen den Krieg. Bremen: Im Donat Verlag; 1991.

  8. Aufruf an die Kulturwelt. https://de.wikipedia.org/wiki/Manifest_der_93, geraadpleegd op 27 september 2016.

  9. Aufruf an die Europäer. https://de.wikipedia.org/wiki/Aufruf_an_die_Europ%C3%A4er, geraadpleegd op 27 september 2016.

  10. 1Nicolai GF. Die Biologie des Krieges. Betrachtungen eines Naturforschers den Deutschen zur Besinnung. Zürich: Institut Orell Füsli; 1919 (oorspr. 1917).

Auteursinformatie

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag.

Contact Dr. L. van Bergen, medisch historicus (l.vanbergen@kpnmail.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: een ICMJE-formulier is online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Leo van Bergen ICMJE-formulier
Leo van Bergen

Gerelateerde artikelen

Reacties