Geen basis voor verlaging onderste leeftijdsgrens van bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker
Open

Onderzoek
16-04-2009
Maaike A. van der Aa, Inge M.C.M. de Kok, Sabine Siesling, Marjolein van Ballegooijen en Jan Willem W. Coebergh

Doel

Nagaan of de onderste leeftijdsgrens van het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker verlaagd moet worden.

Opzet

Retrospectieve data-analyse.

Methode

Uit de Nederlandse Kankerregistratie werden alle gevallen geselecteerd van invasieve baarmoederhalskanker, gediagnosticeerd in de periode 1989-2003. Voor de leeftijdsgroep van 25-39 jaar waren ook gegevens beschikbaar over 2004 en 2005. Gegevens over sterfte werden verkregen via het Centraal Bureau voor de Statistiek. Trends werden beschreven met behulp van de geschatte jaarlijkse procentuele verandering en ‘joinpoint’-analyse.

Resultaten

Bij de 25-29-jarigen varieerde het aantal gevallen van baarmoederhalskanker van 0 tot 9 per jaar. De incidentie van baarmoederhalskanker daalde in de leeftijdsgroepen van 35-39 en 45-49 jaar (respectievelijk p < 0,001 en p = 0,012). Het aantal vrouwen dat stierf aan baarmoederhalskanker fluctueerde per jaar en daalde in de leeftijdsgroepen van 30-34 en 35-39 jaar (respectievelijk p = 0,01 en p = 0,03).

Conclusie

De incidentie- en sterftecijfers van baarmoederhalskanker onder vrouwen jonger dan 30 jaar zijn heel laag en stijgen niet. Met het verlagen van de onderste leeftijdsgrens van het bevolkingsonderzoek zouden veel afwijkingen worden opgespoord die normaliter in regressie zouden gaan. Omdat de voordelen van het verlagen van de leeftijdsgrens niet opwegen tegen de nadelen in termen van overbehandeling en angst heeft deze verlaging volgens ons op dit moment geen zin.