Fraude met genoom, vervolg.

Nieuws
J.B. Meijer van Putten
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:124
Download PDF

Fraude met genoom, vervolg. – In oktober vorig jaar werd de Amerikaanse wetenschappelijke wereld opgeschrikt door een geval van fraude. Amitov Hajra, een jonge onderzoeker bij het National Centre for Human Genome Research in het Amerikaanse Bethesda, bleek 2 jaar lang experimentele gegevens vervalst te hebben. Delen van een onderzoek naar de genetische achtergronden van leukemie had hij zelfs compleet verzonnen. Nadat dit bekend geworden was, zijn uiteindelijk 5 publicaties in gerenommeerde tijdschriften geheel of gedeeltelijk teruggetrokken (zie deze rubriek, 1996:2364-5).

Op twee van de teruggetrokken artikelen komt de Nederlandse moleculair bioloog dr.C.Wijmenga voor als coauteur (De Volkskrant, 7 december 1996). Het gaat hier om artikelen in Proceedings of the national academy of sciences of the United States of America (1996;93:1630-5) en Blood (1995;85:2289-302). Wijmenga werkte twee jaar als postdoctoraal onderzoeker mee aan het Amerikaanse onderzoek naar de genetische achtergronden van leukemie en is nu werkzaam aan de Universiteit van Utrecht. Zij vindt het een bijzonder vervelende kwestie. Weliswaar heeft dr. Francis Collins, de leider van het genoomonderzoek, haar en de andere coauteurs van alle blaam gezuiverd, maar zij zit nu wel met twee publicaties waar een smet op rust. Wijmenga: ‘Het is het ergste wat je als wetenschapper kan overkomen: jezelf tegenkomen als coauteur van een publicatie die deels op gefraudeerde gegevens berust. Ik vraag me voortdurend af: hoe heeft dit onder mijn neus kunnen gebeuren? Je gaat aan jezelf twijfelen en bovendien medeonderzoekers wantrouwen.’

De vraag blijft natuurlijk hoe het mogelijk is dat een promovendus een heel onderzoeksteam heeft kunnen misleiden. Wijmenga: ‘Ik weet het werkelijk niet, maar het kaartenhuis van valse feiten stak slim in elkaar. Hajra was ontzettend intelligent en ijverig bovendien. Als je hem naar resultaten vroeg, vertelde hij de voorafgaande stap en de volgende, en alles klopte gewoon. De resultaten lagen bovendien allemaal in de lijn van wat je op grond van de theorie kon verwachten. Je moet gewoon heel goed kijken naar de figuren om de afwijkingen te zien en zo kijk je normaal niet naar gegevens van een collega.’

Fraudeur Hajra liep tegen de lamp, omdat een beoordelaar van het tijdschrift Oncogene vreemde details bespeurde in een aangeboden publicatie. Hajra's collega's waren die eerder nooit opgevallen. Wijmenga: ‘Niemand koesterde ook maar de minste argwaan, zeker niet als je een figuur of tabel al vijftig keer hebt gezien. Op een wetenschappelijk laboratorium is een achterdochtige houding ook niet de manier waarop je met elkaar omgaat.’

In de discussies in de VS overheerst de gedachte dat wetenschappelijke fraude nooit te voorkomen is. Collins zegt in Science (1996;274:908-10) dat het ‘naïef’ is te geloven in een ‘honderd procent beveiligd mechanisme’ om fraude te voorkomen. De enige remedie is zijns inziens ‘wetenschap bedrijven met de ogen wijder open’.

Een andere oplossing zou de aloude academische methode kunnen zijn om collega-onderzoekers van andere universiteiten de experimenten te laten herhalen, bij voorkeur natuurlijk met hetzelfde onderzoeksmateriaal. Wijmenga wijst echter op een belangrijk bezwaar tegen deze aanpak: ‘Met meer openheid kun je minder concurreren met andere instituten. Je verdunt je wetenschappelijke publicaties en dat kan schadelijk zijn in de slag om het onderzoeksgeld.’

Gerelateerde artikelen

Reacties