Experiment maakte weeskinderen tot stotteraars

Nieuws
F. Kievits
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:1267-8
Download PDF

Een experiment vlak voor de Tweede Wereldoorlog waarbij een groep weeskinderen tot stotteraars werd gemaakt, heeft nu, zestig jaar later, alle Amerikaanse kranten gehaald. De proef raakte bekend nadat één van de inmiddels bejaarde weeskinderen een brief had geschreven aan de nu 84-jarige spraaktherapeut Mary Tudor, die het stotterexperiment had uitgevoerd. The Mercury Times, het regionale dagblad voor de Silicon Valley, wist een aantal van de aan het stotterexperiment blootgestelde weeskinderen op te sporen. Het bleek dat een aanzienlijk deel van hen nu nog niet vloeiend kon praten (The Mercury Times, 7 en 11 juni 2001).

Het experiment op de weeskinderen was opgezet door de aan de universiteit van Iowa verbonden hoogleraar Wendell Johnson, later een vooraanstaand spraakonderzoeker. Hij stotterde zelf sinds zijn jeugd en dat was volgens hem het gevolg van overmatige spraakcorrectie door een lagereschooljuf. Hij besloot in 1939 eens en voor altijd aan te tonen dat stotteren het gevolg was van overmatige aandacht voor kleine spraakfoutjes bij kinderen en niet aangeboren, zoals toen veelal werd gedacht. Hij liet zijn promovendus Mary Tudor in het Iowa Soldiers' Orphans’ Home in Davenport twee groepen van elf kinderen samenstellen die geen noemenswaardige spraakproblemen hadden. Tudor moest de ene groep weeskinderen voortdurend corrigeren en de andere diende als controlegroep. Het experiment was een ‘groot succes’: 8 van de 11 kinderen in de experimentele groep raakten aan het stotteren, tegen geen in de controlegroep. Het bewijs was geleverd: stotteren was een aangeleerd gebrek.

Kort daarop brak de oorlog uit. Wendell Johnson heeft zijn resultaten nooit gepubliceerd. Na de oorlog waarschuwden zijn collega's hem dat hij het stotterexperiment beter geheim kon houden omdat het zijn carrière zou schaden. Het leek te veel op de medische experimenten van de nazi's. Wendell Johnson slaagde er later in de resultaten zonder ze met name te noemen toch te gebruiken om zijn theorie te onderbouwen dat stotteren ‘iagnosogeen’ was.

Zijn assistent Mary Tudor heeft nog steeds veel moeite met haar aandeel in het vooroorlogse experiment met de weeskinderen, vooral nu uit het door The Mercury Times ingestelde onderzoek blijkt dat een groot deel van de weeskinderen als bejaarde nog steeds stottert. Ze is in 1939 nog drie keer naar het weeshuis teruggekeerd in een poging om het door haar uitgelokte stotteren weer te verhelpen, maar dat bleek vergeefs. Toch noemt ze het lijden van de weeskinderen ‘een kleine prijs voor de wetenschap': ‘Kijk maar eens naar de ontelbare kinderen die ermee geholpen zijn’. Wel heeft ze er nog steeds problemen mee dat ze het vertrouwen heeft beschaamd van de weeskinderen die haar iedere keer enthousiast ontvingen en hielpen met het uitladen van de bij het experiment gebruikte materialen. (Bijdrage J.B.Meijer van Putten.)

Gerelateerde artikelen

Reacties