Artikel
Inleiding
In 1999 startte het Universitair Medisch Centrum in Utrecht met een nieuw curriculum voor geneeskundestudenten: Curriculum Utrecht 1999 (CRU’99). Dit verving het oude curriculum van het Gemeenschappelijk Biomedisch Onderwijs (GBO). GBO is een klassiek disciplinegeorïenteerd leerplan, waarin studenten geneeskunde en studenten medische biologie een overlappend basisprogramma volgden. CRU’99 is…



Een nieuw, probleemgeoriënteerd geneeskundecurriculum in Utrech
In een heldere stijl beschrijven Keijsers, Custers en Ten Cate een afname van de kennis van de basisvakken onder studenten Geneeskunde na de Utrechtse curriculumherziening in 1999.1 Waarschijnlijk is die afname te verklaren door de aanzienlijke vermindering van het aandeel van de medische basisvakken in het nieuwe curriculum. Terecht bediscussiëren de auteurs de vraag of deze afname in parate kennis een probleem is. Er is een aantal redenen waarom afname in kennis in de basisvakken ongewenst zou kunnen zijn. Ten eerste vindt er een explosieve kennistoename in de geneeskunde plaats, met name door innovatief onderzoek in de “preklinische” vakken (“basic science”). In het kader van levenslang leren, moeten artsen in staat worden geacht de nieuwe inzichten verkregen uit de basiswetenschappen te begrijpen, op waarde te kunnen schatten en te kunnen toepassen in het geneeskundig handelen.2 Daarom zou kennis in basisvakken, met name wanneer gericht op het doorzien van de algemene principes, kunnen bijdragen aan de vaardigheid van artsen om nieuwe kennis snel te kunnen vertalen in klinische toepassing.
Een tweede argument is de aanvulling van evidence-based medicine met wat in Nijmegen is gaan heten "mechanism-based medicine", welke kan worden omschreven als "medisch handelen op grond van bewijs, aangevuld met kennis vanuit de fysiologie en pathofysiologie".3 Mechanism-based medicine past kennis uit basisvakken toe en vormt de opmaat naar een meer op de persoon toegesneden geneeskunde (“personalised medicine”), het ultieme doel van de moderne geneeskunde.
Onderwijs in basic science vindt traditioneel aan het begin van het curriculum plaats, maar hernieuwd onderwijs in preklinische vakken aan het eind van de studie blijkt een effectieve manier om de relevante kennis in die vakken te vergroten (“back-to-basic-science”).4 Deze overwegingen vormden in Nijmegen de aanleiding tot het inrichten van de onderwijsvorm “Capita Selecta” tijdens de klinische (master)fase. Het doel is daarbij om extra verdieping in de basisresearch te verweven met een klinische toepassing, waarbij recent verkregen kennis voorop staat. In deze onderwijsvorm belichten tandems van Nijmeegse toponderzoekers de gegevens van recente wetenschappelijke kennis zowel vanuit de basisresearch als vanuit de klinisch researchkant.
Of deze inspanningen leiden tot betere vaardigheden blijft eveneens een open vraag.
Referenties
1. Keijsers CJPW, Curstens EJFM, ten Cate OThJ. Een nieuw, probleemgeoriënteerd geneeskundecurriculum in Utrecht: minder kennis van de basisvakken. Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B400.
2. Contopoulos-Ioannidis DG, Alexiou GA, Gouvias TC, Ioannidis JP. Life cycle of translational research for medical interventions. Science 2008;321:1298-9.
3. van der Wilt GJ, Zielhuis GA. Merging evidence-based and mechanism-based medicine. Lancet 2008;372:519-20.
4. Spencer AL, Brosenitsch T, Levine AS, Kanter SL. Back to the basic sciences: an innovative approach to teaching senior medical students how best to integrate basic science and clinical medicine. Acad Med 2008;83:662-9.
Nijmegen
Prof.dr. C.J. Tack, dr. J.G. Hoenderop, prof.dr. R.F. Laan