Dokter overbodig

Opinie
Peter W. de Leeuw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:B972

artikel

Al sinds het begin van de mensheid zijn er ziekten. Hoewel deze stelling niet helemaal waterdicht te bewijzen valt, zijn er toch tal van waarnemingen die steun geven aan deze hypothese. Denk bijvoorbeeld maar eens aan Ötzi, de oudste menselijke mummie van Europese afkomst. Deze man die meer dan vijf millennia geleden leefde, zou geleden hebben aan cariës, artrose en atherosclerose. Toch zal hij echt geen dokter in de buurt hebben gehad om hem van leefstijladviezen te voorzien. Desondanks wordt aangenomen dat hij pas op ongeveer 45-jarige leeftijd overleden is en nog wel aan een niet-natuurlijke doodsoorzaak. Ondanks zijn ‘moderne’ ziekten had hij dus een voor die tijd respectabele leeftijd bereikt. Een dokter was dan waarschijnlijk ook overbodig geweest. Ook heden ten dage vraag je je wel eens af of de beschikbaarheid van een dokter er wel altijd toe doet. Dit soort reflecties maken zich van je meester als je bijvoorbeeld leest hoe gewichtig er wordt gedaan over de fysieke aanwezigheid van een specialist in het ziekenhuis buiten kantooruren. Er gaan immers steeds meer stemmen op om ook in gevallen waar een assistent nachtdienst doet, de supervisor in huis te laten blijven. Dat zou de patiëntenzorg ten goede komen. Het lijkt een plausibele gedachte maar of het echt zo werkt, is allerminst zeker. In dit verband is het In het Kort stukje van Peter Spronk in dit nummer van het tijdschrift (A6594) zeer lezenswaardig. Hij beschrijft daarin een Amerikaans onderzoek, waarin nagegaan is of de fysieke aanwezigheid van een intensivist op de intensive care gedurende de nachtelijke uren wel effectief is. Dat bleek niet zo te zijn, althans afgaande op de gebruikte uitkomstmaten waaronder de duur van het verblijf van de patiënt op de intensive care. In een commentaar op deze studie onderstrepen Peter Pickkers en Hans van der Hoeven dat het inderdaad mogelijk moet zijn om een intensive care afdeling goed te laten draaien als de intensivist gedurende de nacht alleen oproepbaar is (A6596). Het is dus duidelijk dat onderzoek kan uitwijzen dat bepaalde beleidsmaatregelen lang niet altijd zo zinvol zijn. Wij worden geregeld geconfronteerd met min of meer dwingende adviezen van wijze commissies of met oekazes van ijverige overheidsdienaren die ons vertellen wat we moeten doen zonder dat daarvoor een overtuigende bewijsvoering bijgeleverd wordt. Het intensivecare-onderzoek dat in dit nummer besproken wordt, is wellicht een goede aanleiding om ook andere, zonder enige vorm van vooronderzoek ingevoerde maatregelen eens kritisch te evalueren. En zo erg is het niet als een dokter daarbij soms overbodig blijkt te zijn.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties