De krachtige invloed van moderne media op de interpretatie van wetenschap

Perspectief
Mariska A.C. de Jongh
Michiel H.J. Verhofstad
Bart J.J.M. Berden
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5082
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Met behulp van een recente casus ter illustratie willen wij de lezer wijzen op de kracht, maar ook op de risico's van het gebruik van hedendaagse communicatiemiddelen. Een ongenuanceerd en onjuist bericht in een elektronische nieuwsbrief over de gepubliceerde resultaten van een studie naar het effect van het Helikopter-Mobiel Medisch Team op sterfte werd zonder verificatie overgenomen door een landelijke nieuwssite. Het bericht werd vervolgens opgepakt door landelijke pers en door diverse nieuwssites, elektronische nieuwsbladen en sociale mediaongewijzigd gekopieerd en verspreid. Uiteindelijk werd zelfs de minister van Volksgezondheid ter verantwoording geroepen. Deze casus staat niet op zich. Toenemend bepaalt de publieke interpretatie en verspreiding de betekenis van wetenschappelijk onderzoek. De beschreven casus toont dat de keuze van de media voor het presenteren van de resultaten met zorg moet worden gemaakt om ongewenst beleid gebaseerd op onjuiste conclusies te voorkomen.

Met de komst van moderne communicatiemiddelen zoals internet en sociale media is wetenschappelijk nieuws toegankelijker, sneller maar ook vluchtiger geworden. Wij beschrijven een recente casus waarin de resultaten van een wetenschappelijke publicatie in een peer-reviewed tijdschrift ongenuanceerd naar buiten werden gebracht en via diverse media in korte tijd werden verspreid. Uiteindelijk leidde deze berichtgeving tot Kamervragen. Uit deze casus blijkt de kracht, maar ook het risico van het gebruik van hedendaagse communicatiemiddelen.

Het onderzoek

In een vergelijkende studie werd het effect onderzocht van het Helikopter-Mobiel Medisch Team (H-MMT) op de mortaliteit van traumapatiënten en de rol die de prehospitale tijdsduur daarbij speelt.1 De mortaliteit van alle 186 traumapatiënten die behandeld waren door het H-MMT ter plaatste van het ongeval in de periode 2003-2008, werd vergeleken met de mortaliteit van 186 gematchte controlepatiënten die ter plaatste van het ongeval alleen door de ambulancedienst behandeld waren.

Uit het onderzoek bleek dat voor patiënten met ernstig hersenletsel die behandeld waren door het H-MMT het risico op overlijden binnen 1 kalenderdag verlaagd was, terwijl het risico op overlijden tijdens de ziekenhuisopname verhoogd was. Voor patiënten zonder ernstig hersenletsel waren beide risico’s verlaagd. Geen van deze verschillen was statistisch significant. De prehospitale tijdsduur voor patiënten behandeld door het H-MMT was langer dan wanneer geen H-MMT was ingezet. Na correctie daarvoor bleek het risico op ziekenhuissterfte voor de patiënten met ernstig hersenletsel die behandeld waren door het H-MMT echter niet langer verhoogd, maar juist verlaagd, zij het niet statistisch significant. Voor patiënten zonder ernstig hersenletsel veranderden de risico’s niet. Hieruit blijkt dat de prehospitale tijdsduur een belangrijke rol speelt bij de uiteindelijke overleving van traumapatiënten, in het bijzonder bij ernstig hersenletsel.

Zoals ook is aangegeven in de originele publicatie kent het onderzoek beperkingen. Zo is de studiepopulatie relatief klein, betreft het gegevens uit slechts 1 ziekenhuis, zijn de data gedeeltelijk retrospectief verzameld en zijn de omstandigheden van het ongeval onbekend. Wel bieden de getoonde verbeterde korte termijnoverleving na interventie van het H-MMT en de belangrijke rol van de prehospitale tijdsduur in de overleving, belangrijke aanknopingspunten voor eventuele kwaliteitsverbetering.

Berichtgeving in de landelijke media

Kort na elektronische publicatie van het artikel in het tijdschrift Injury, verscheen in een elektronische nieuwsbrief voor een beperkt publiek een bericht met de titel Traumahelikopter heeft geen meerwaarde. Dit bericht bevatte een korte samenvatting van het originele artikel. Daarnaast werd aangegeven dat de oorzaak van de ontbrekende meerwaarde lag in het feit dat de helikopter teveel tijd zou verliezen bij het opstijgen. De ambulance zou weliswaar langer onderweg zijn, maar dankzij een snellere start eerder arriveren. Deze aannames waren echter niet onderzocht in de studie en zelfs niet genoemd door de auteurs als mogelijke oorzaak voor hunbevindingen. Naast het gebrek aan nuance bevatte het bericht dus ook enkele feitelijke onjuistheden.

Daags nadien werd het bericht zonder verificatie door de nieuwssite NU.nl overgenomen, waarna het via sociale media zoals Twitter en Facebook ongewijzigd gekopieerd en verspreid werd.2 Het Algemeen Dagblad en enkele radioprogramma’s, evenals vele professionals uit het land, pikten dit nieuwsbericht op en benaderden de eerste auteur. Na het aanbrengen van de broodnodige nuance zwakte de journalistieke belangstelling snel af. Journalisten gingen niet in op het aanbod om op een later moment uitgebreider over dit onderwerp te spreken in een panel met betrokken medici waarin ruimte zou zijn voor onderbouwing, nuancering en verdieping.

Uiteindelijk werd zelfs de minister van Volksgezondheid ter verantwoording geroepen. Er werden maar liefst 6 schriftelijke vragen gesteld over dit onderwerp.3 Met een gemiddelde kosten per Kamervraag van € 3750 zoals een recente berekening aangaf, komt dit neer op een uitgave van € 22.500.4

Beschouwing

Het oorspronkelijke artikel was onderdeel van een promotiestudie die in september 2011 werd afgerond.5 Inhoud noch conclusies werden destijds door de publieke media opgepakt. Heel anders ging het toen kort na publicatie in Injury een sterk gepopulariseerde versie werd verspreid via algemeen toegankelijke kanalen in februari 2012.

Deze gang van zaken toont hoe belangrijk de gekozen communicatievorm is en illustreert in het bijzonder de kracht van breed verspreide en gepopulariseerde korte berichten. De casus toont tevens dat in voorkomende gevallen geen inhoudelijke toets wordt gedaan, om maarsnel een grote doelgroep te bereiken. Het zorgvuldigheidsprincipe ‘hoor en wederhoor’ lijkt op gespannen voet te staan met snelheid. Omdat het basisberichtje onjuistheden en onzorgvuldigheden bevatte, ontstond veel commotie die pas naderhand geredresseerd kon worden.

Deze casus staat niet op zich. Toenemend bepaalt de publieke interpretatie en verspreiding de betekenis van wetenschappelijk onderzoek en heeft de inhoud het nakijken. Resultaten met beperkte maatschappelijke of wetenschappelijke relevantie worden als grote doorbraken in de publieke pers gemeld. Resultaten waarbij emotie een rol speelt worden snel opgepakt, terwijl tegenvallende resultaten van noeste wetenschappelijke arbeid veelal niet nieuwswaardig zijn voor de media. Het is te eenvoudig om dit slechts als onrecht of naderend onheil te beschouwen. Allereerst omdat ook voor inhoudsdeskundigen een publieke verspreiding van groot belang is. Ten tweede omdat deze ontwikkeling reeds geruime tijd plaatsvindt en daarmee een gegeven is. Als dit zo is, is het zaak dat onderzoekers voortdurend goed nadenken over eventuele verspreiding onder het lekenpubliek, al dan niet in combinatie met de vakpublicatie.

Onderzoekers hebben het grote publiek niet alleen vaak nodig om fondsen te genereren, zij zijn ook verplicht om besteding van collectieve middelen publiekelijk te verantwoorden. Onderdeel van het presenteren van behaalde resultaten is het kiezen van de juiste media. De beschreven casus toont dat een dergelijke keuze met zorg moet worden gemaakt om ongewenst beleid gebaseerd op onjuiste conclusies te voorkomen. De complexiteit van de gezondheidszorg in het algemeen en de zorg voor meervoudig gewonden in het bijzonder maakt een kant-en-klare conclusie in een oneliner niet eenvoudig. Het gevaar bestaat dat dergelijke oneliners een positie krijgen in het maatschappelijk debat die het individu noch het collectief ten goede komt. Oneliners verdragen zich maar matig met het zoeken naar nuances en verleiden tot polarisatie. Dit komt afgewogen besluitvorming niet ten goede, bijvoorbeeld bij de stellingname van professionals of het nemen van beleidsbeslissingen. Overigens zal het nieuws met dezelfde snelheid waarmee het verschijnt ook weer verdwijnen, met als gevolg slechts een oppervlakkige aanraking van de centrale vraagstelling en onderzoeksresultaten.

Het bovenstaande sluit goed aan op een recente studie in British Medical Journal naar het effect van de kwaliteit van een initieel persbericht op opvolgende mediaberichten.6 Duidelijk werd dat het eerste bericht of persbericht dat over een onderzoek naar buiten komt, een grotere impact heeft dan menig onderzoeker en lezer zich realiseert. Een gepopulariseerd bericht voor het grote publiek zal door de onderzoeker kritisch moeten worden geformuleerd en door de wetenschapsjournalist geverifieerd. Alleen dan zal de inhoud via de juiste weg leiden tot een juiste betekenis.

Literatuur

  1. De Jongh MAC, van Stel HF, Schrijvers AJP, Leenen LPH, Verhofstad MHJ. The effect of Helicopter Emergency Medical Services on trauma patient mortality in the Netherlands. Injury. 2012. doi:10.1016/j.injury.2012.01.009 Medline.

  2. NU.nl februari 13 2012. Traumahelikopter heeft geen meerwaarde. NU.nl

  3. E.I. Schippers. Kamerstuk: Beantwoording kamervragen over traumahelikopters. Ministerie VWS. 6 maart 2012 link.

  4. De Volkskrant december 22 2011. Een Kamervraag beantwoorden kost 3750 euro. De Volkskrant

  5. De Jongh MAC. Population-based studies on trauma care; models and measurements of adverse outcome [proefschrift Universiteit Utrecht]. Ridderkerk: Ridderprint; 2011.

  6. Schwartz LM, Woloshin S, Andrews A, Stukel TA. Influence of medical journal press releases on the quality of associated newspaper coverage: retrospective cohort study. BMJ. 2012;344:d8164 Medline. doi:10.1136/bmj.d8164

Auteursinformatie

Netwerk Acute Zorg Brabant, Tilburg.

Contact dr. M.A.C. de Jongh

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 28 juni 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Mariska A.C. de Jongh ICMJE-formulier
Michiel H.J. Verhofstad ICMJE-formulier
Bart J.J.M. Berden ICMJE-formulier
De media als boeman en als zondebok

Gerelateerde artikelen

Reacties

Mariska
de Jongh

25 oktober 2012 - 08:08

Wij danken collega Schrijvers voor zijn reactie.

Hij benoemt twee punten: Allereerst dat er niet gesproken wordt over vervolgonderzoek. Dat klopt. In zowel het oorspronkelijke artikel in Injury als in de reactie van en naar de vier helicentra wordt dat uitgebreid gedaan. Het onderhavige stuk in het NTvG is niet bedoeld om inhoudelijk op het onderzoek in te gaan, maar wij hadden voor ogen de lezer te informeren over het mogelijke effect van de moderne media. Bijkomend voordeel van de moderne media is de laagdrempelige mogelijkheid van "fact-check". Wij nodigen de lezer dan ook uit om zelf een oordeel te vellen over Schrijvers tweede punt, te weten het feit dat hij alleen de kop zelf heeft gemaakt en zich aan de samenvatting van het oorspronkelijk artikel heeft gehouden.

 

Mariska de Jongh

Michiel Verhofstad

Bart Berden