De behandeling van het carpaletunnelsyndroom: lokale corticosteroïdinjectie of chirurgische decompressie?

Onderzoek
M.D.I. Vergouwen
J. Stam
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:2760-1
Download PDF

Bij het carpaletunnelsyndroom (CTS) wordt de nervus medianus gecomprimeerd door het ligamentum carpi transversum, waardoor er klachten kunnen ontstaan als pijn, doofheid, tintelingen en krachtverlies in de hand. Voor de behandeling van het CTS kan gekozen worden voor gebruik van een spalk, lokale corticosteroïdinjectie, orale corticosteroïden of operatieve decompressie.

Het onderzoek van Hui et al. was een enkelblinde trial waarin 50 CTS-patiënten gerandomiseerd werden voor lokale injectie met 15 mg methylprednisolon of operatieve decompressie van de N. medianus.1 De klachten passend bij CTS bestonden 3 maanden tot 1 jaar. Van de 63 beoordeelde patiënten werden 13 patiënten geëxcludeerd vanwege het bestaan van diabetes mellitus, weigering van deelname, of duidelijke voorkeur van de patiënt voor één van de behandelingen. De primaire uitkomstmaat was een subjectieve verbetering van de klachten volgens de ‘Global symptom score’ (GSS; 0: geen klachten; 50: zeer ernstige klachten), 20 weken na interventie.

De GSS bij de geïnjecteerde patiënten daalde van gemiddeld 25,2 voor interventie naar 11,5 na 6 weken (p

Hoewel de resultaten in de geopereerde groep bij eerste oogopslag veel beter lijken dan die in de geïnjecteerde groep, kunnen we enkele kanttekeningen plaatsen bij dit onderzoek. Ten eerste bedroeg de gebruikte dosering methylprednisolon slechts 15 mg in plaats van de in Nederland veelgebruikte dosering van 40 mg. Het feit dat er een minder groot effect werd gezien bij de geïnjecteerde patiënten kan dus het gevolg zijn van deze lagere dosering. Ten tweede waren de patiënten niet geblindeerd voor de behandeling en is een placebo-effect van de operatie niet uit te sluiten bij een subjectieve primaire uitkomstmaat als de GSS. Ten derde kregen patiënten in de injectiegroep slechts eenmaal een injectie toegediend. Het is bekend dat de injectie bij een aantal mensen één of meer keer moet worden herhaald voordat een bevredigend effect optreedt.

Met dit onderzoek wordt bevestigd dat operatieve decompressie van de N. medianus bij het CTS een effectieve behandeling is, maar gezien bovengenoemde bezwaren kan niet gesteld worden dat opereren veel beter is dan lokale injecties met methylprednisolon. In een Nederlands onderzoek had 57 van de patiënten 6 maanden na een enkele injectie met 40 mg methylprednisolon en 10 mg lidocaïne geen of weinig klachten.2 Vooralsnog adviseren wij te beginnen met een methylprednisoloninjectie en die zo nodig te herhalen. Als deze behandeling faalt is operatie een goede tweede keuze.

Literatuur
  1. Hui ACF, Wong S, Leung CH, Tong P, Mok V, Poon D, et al. A randomized controlled trial of surgery vs steroid injection for carpal tunnel syndrome. Neurology. 2005;64:2074-8.

  2. Dammers JWHH, Veering MM, Vermeulen M. Injection with methylprednisolone proximal to the carpal tunnel: randomised double blind trial. BMJ. 1999;319:884-6.

Gerelateerde artikelen

Reacties